Minister Ank Bijleveld van Defensie. „Voor mijn personeel voel ik mij – bijna als moeder – verantwoordelijk."

Foto Sem van der Wal

‘Burgerslachtoffers calculeren we niet in, zo opereren wij niet’

Ank Bijleveld, minister van Defensie Defensie gaat meer informatie geven over militaire acties. Dat vergde voorbereiding, zegt minister Ank Bijleveld.

Op de luchtmachtbasis van Leeuwarden verzamelden zich eind vorige week zo’n veertig F-16-vliegers. Ze kwamen voor de feestelijke begroeting van de eerste F-35, (JSF) op Nederlandse bodem. Maar niet alleen daarvoor. Terwijl toegestroomde bezoekers zich vrolijk maakten over het schuim dat per ongeluk over de gloednieuwe F-35 was gespoten, verzamelden de vliegers zich elders op de basis voor een ontmoeting met minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA).

De bewindsvrouw vertelde de vliegers dat het kabinet meer informatie wil gaan geven over burgerslachtoffers als gevolg van de F-16-missies tegen Islamitische Staat. Tot dan toe had het kabinet daarover gezwegen, dit om de veiligheid van militairen en de missie te beschermen. Maar nu zei Bijleveld de Tweede Kamer te willen gaan informeren over twee bombardementen met burgerslachtoffers. Een in Hawija, Noord-Irak, in de nacht van 2 op 3 juni 2015, waarbij zeventig doden waren gevallen, inclusief IS-strijders. En een in Mosul, in de nacht van 20 op 21 september 2015, waarbij vier burgers om het leven waren omgekomen.

„Ik vond het belangrijk”, vertelt Bijleveld, „om de F-16-vliegers die bij de missies betrokken waren, vooraf hierover te informeren. Ik ben verantwoordelijk voor hun veiligheid. Als je afspreekt dat je nooit iets zegt over mogelijke burgerdoden, en je verandert dat beleid, is het belangrijk voor de vliegers om te weten waarom je dat doet.”

Hoe reageerden de vliegers?

„Er waren heel verschillende opvattingen. Sommigen stelden hun persoonlijke veiligheid voorop, of die van hun families. Ik heb gezegd dat ik verantwoordelijk ben voor die veiligheid, niet zij. Ik heb duidelijk gemaakt dat zij hun werk goed hadden gedaan en dat zij bij hun zware werk geen fouten hebben gemaakt. Ik wilde daar geen twijfel over laten bestaan. Maar ik heb ook gezegd dat ik het goed vond dat we transparanter worden rond de missies. Dat is belangrijk voor het draagvlak in de samenleving. Mensen realiseren zich dan beter dat we daar in Irak en Syrië oorlog hebben gevoerd. De meeste piloten begrepen dat.”

Lees ook: de reconstructie van de aanval op Hawija

NRC en NOS berichtten twee weken voor de sessie in Leeuwarden al over het bombardement op de bommenfabriek. De minister „baalde” van de berichtgeving, zegt Bijleveld. „Ik kon immers op dat moment nog niets zeggen, behalve jullie bericht bevestigen noch ontkennen. Ik moest de vliegers en anderen nog spreken voordat wij zelf naar buiten konden komen, wat we sowieso van plan waren. Maar ik wilde dat zorgvuldig doen.”

‘Baalden’ de vliegers ook van de berichtgeving?

„Een aantal wel. Ze waren niet zozeer boos dat het openbaar werd, maar wel dat de suggestie werd gewekt dat er fouten waren gemaakt, of omdat mensen – politici en zo – heel erg geschokt waren over de berichtgeving. Ze zeiden: iedereen weet toch dat we meedoen in de anti-IS-coalitie? Ze baalden van de naïviteit in de reacties. Maar ook: dat hun vakmanschap in twijfel werd getrokken. Alsof zij iets fout hadden gedaan.”

Toch kwamen zeventig mensen in Hawija om, onder wie veel burgers. Nederland wil juist burgerslachtoffers voorkomen.

„Maar dat betekent nog niet dat er fouten zijn gemaakt. Het doel, de bommenfabriek van IS op het industrieterrein, is uitgeschakeld. En het targeting process dat daaraan vooraf gaat, verliep zorgvuldig. Daarbij werd eerst informatie over die fabriek verzameld via drones, verkenningsvliegtuigen, informanten op de grond. Vervolgens werd er een ‘range’ om het doel getekend: de omtrek waarbinnen nevenschade kon worden veroorzaakt. Er lag een woonwijk een stukje verderop, dus we dachten dat die huizen bij de aanval niet geraakt zouden worden. Achteraf moeten we zeggen: de informatie waarop we ons baseerden was onvolledig. Er lagen veel meer explosieve stoffen in de fabriek dan we wisten. Jullie hebben bericht over vier vrachtwagens vol TNT, maar het waren misschien wel honderden vrachtwagens.”

De andere aanval met burgerslachtoffers, een aanval van Nederlandse F-16’s op villa’s in Mosul, voorziet u wel van het predicaat ‘onjuiste’ inlichtingen. Waarom daar wel, maar bij Hawija niet?

„Omdat het in Mosul om een, achteraf bezien, onjuist doel ging. Op basis van de informatie die we hadden, dachten we een hoofdkwartier van IS in Mosul aan te vallen. Dat bleek niet het geval. Er woonden burgers. In het geval van Hawija was het doel wel juist, een bommenfabriek van IS. Die is uitgeschakeld. Dat daarbij burgerslachtoffers zijn gevallen, betreuren wij, en daar nemen wij verantwoordelijkheid voor. We bekijken of we kunnen helpen bij de wederopbouw van Hawija.”

Waarom doet u dat?

„De getroffen gemeenschap vraagt erom. En wij zijn verantwoordelijk. We zijn daar actief, doen aan ontwikkelingssamenwerking daar. We zijn nog steeds in de anti-IS-coalitie actief. Het is een gebaar van goede wil. Wij willen dat er zoveel mogelijk een stabiel land ontstaat.”

Ik voel me bijna als een moeder voor mijn militairen

Ank Bijleveld Minister van Defensie

Terug naar mogelijke fouten: treft de ‘red card holder’ geen blaam? Deze militair kan namens Nederland een geplande aanval van een F-16 tegenhouden als hij burgerslachtoffers vreest. Kennelijk had hij in het geval van Hawija zijn informatie niet op orde.

„Het gaat niet om de Nederlandse inlichtingenpositie, maar om die van de coalitie als geheel. De coalitie als geheel had zijn inlichtingenpositie niet helemaal op orde. Wel wat betreft het doel van de bommenfabriek, niet helemaal wat betreft de nevenschade.”

Acht u het mogelijk dat bondgenoten zoals Irak bewust inlichtingen hebben achtergehouden voor Nederland om de aanval door te zetten? De NOS sprak een Irakese informant in Hawija die zei de coalitie ingelicht te hebben over de vele explosieven en omwonende vluchtelingen.

„Je moet zoiets nooit uitsluiten, maar ik acht het zeer onwaarschijnlijk. Er werd juist goed en zorgvuldig met elkaar samengewerkt.”

Heeft Nederland niet bewust burgerdoden ingecalculeerd? Misschien geen zeventig, maar wel minder? De Verenigde Staten doen dat wel bij het uitschakelen van belangrijke militaire doelen.

„Nee, dat doen wij niet. Wij willen opereren zonder dat er burgerslachtoffers vallen. Amerikanen doen dat anders. ”

Veel Kamerleden bekritiseerden de informatieverstrekking over de aanval op Hawija in juni 2015. „Ik vind het moeilijk te geloven dat de ministers dit niet geweten hebben”, zei bijvoorbeeld Kamerlid Bram van Ojik. (GroenLinks).

Uit de brief die Bijleveld maandag naar het parlement stuurt, blijkt dat in de informatieverstrekking fouten zijn gemaakt. Niet door haarzelf, maar door haar voorganger Jeanine Hennis (VVD), in 2015. Al kort na de aanval meldde het Centraal Commando in de VS (Centcom) aan het Nederlandse ministerie dat er zeer waarschijnlijk burgerdoden waren gevallen in Hawija. Toch schreef Hennis op 24 juni 2015 (zie kader) dat, voor zover zij wist, er geen sprake was van burgerslachtoffers door Nederlandse bombardementen.

Wanneer hoorde u van de aanval en haar gevolgen?

„In de briefings nadat ik was aangetreden als minister, eind oktober 2017. Ik weet niet meer precies wanneer.”

Vond u toen niet: dit moet zo snel mogelijk naar buiten?

„Dat kon ik wel willen, maar ik moest daarbij zorgvuldig handelen. Eerst moest ik het onderzoek afwachten dat het Openbaar Ministerie was begonnen naar vier gevallen, waarbij mogelijk burgerslachtoffers waren gevallen. Dat bracht ik in april 2018 naar buiten. Ook moest ik waken over de veiligheid van wat ik toch als ‘mijn’ personeel beschouw. Daar voel ik mij – bijna als moeder – verantwoordelijk voor. We waren op dat moment nog volop actief met F-16’s in Irak en Syrië. Die missie is pas december 2018 beeindigd.”

Toch geeft het daarna nog bijna een jaar geduurd voordat u naar buiten trad.

„Ik had te maken met staand beleid waarbij geen mededelingen worden gedaan over burgerslachtoffers. Dat verander je niet zomaar. Daarover moet je eerst met veel mensen overleggen, zoals de vliegers zelf. Wel ben ik na mijn aantreden vast begonnen met meer transparantie door in weekberichten van Defensie te laten vermelden waar en wanneer we gebombardeerd hadden in Irak en Syrie. De brief die we nu aan de Kamer hebben gestuurd, is een nieuwe stap in die transparantie. Het is een mooie en zorgvuldige brief geworden.”