Advocaat: ‘Ouders Thijs H. deden geen pogingen om onderzoek te frustreren’

Rechtszaak Thijs H., verdacht van drie moorden, gebruikte een medicijn tegen adhd. Het Openbaar Ministerie wil toegang tot meer informatie uit zijn medische dossier.

Politieagenten in het gebied waar in mei een 56-jarige vrouw op gewelddadige wijze om het leven is gekomen. Thijs H. wordt ervan verdacht dat hij de vrouw heeft gedood.
Politieagenten in het gebied waar in mei een 56-jarige vrouw op gewelddadige wijze om het leven is gekomen. Thijs H. wordt ervan verdacht dat hij de vrouw heeft gedood. Foto Lex van Lieshout /ANP

De ouders van Thijs H. waren bezorgd over het welzijn van hun zoon. Ze hadden aanvankelijk geen vermoeden van zijn betrokkenheid bij drie moorden in mei dit jaar. Dat zegt Serge Weening, de advocaat van H., in reactie op suggesties van het Openbaar Ministerie over het „niet echt meewerken” van H.’s ouders aan het onderzoek. onder meer door het wassen van kleding en een rugzak.

Weening: „Het ging niet goed met Thijs. Hij viel soms, had eerder al een suïcidepoging gedaan. Maar tot moorden achtten ze hem niet in staat. Toen alles duidelijk werd, hebben ze wel meegewerkt.” Zijn moeder – ze is advocaat – stond bij haar tweede verhoor een door haar zoon gebruikt mes uit het messenblok van de familie af aan justitie.

De advocaat vertelde dit maandag na afloop van een korte pro-formazitting over de zaak-Thijs H. van de rechtbank in Maastricht. De inhoudelijke behandeling staat gepland voor 17 december.

Vraagtekens

De 27-jarige H. wordt ervan verdacht op zaterdag 4 mei een 56-jarige vrouw te hebben vermoord, door haar neer te steken toen ze haar hond uitliet in de Scheveningse Bosjes. Hij wordt ook verdacht van de moorden op een 63-jarige vrouw en een 68-jarige man op dinsdag 7 mei op de Brunssummerheide in Heerlen. Ook zij waren hun hond aan het uitlaten. H., die in Den Haag studeerde en op kamers woonde, verbleef daarna eerst bij zijn ouders in Brunssum en daarna in een GGZ-instelling in Maastricht. Die sloeg pas alarm bij de politie nadat H. op 8 mei voor de tweede keer in korte tijd uit de inrichting was ontsnapt. Die avond werd hij aangehouden in Margraten.

H. heeft tot 11 oktober voor onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC) gezeten. Het wachten is op het rapport over zijn geestesgesteldheid ten tijde van de moorden. Tijdens een pro-formazitting in augustus zette het Openbaar Ministerie vraagtekens bij de suggestie dat H. aan een psychose leed, omdat op de computer van de verdachte zoekvragen over „hoe je te gedragen als psychopaat” zijn aangetroffen. Weening zegt wel kennis te hebben van bevindingen van het PBC, maar wil daarover niets zeggen.

Forensisch onderzoek van een haar van H. heeft uitgewezen dat hij van maart tot en met mei dexamfetamine (een adhd-medicijn) gebruikte. Van het gebruik van verdovende middelen is niets gebleken.

Lees ook over de druk op de geestelijke gezondheidzorg

Procedure over medisch geheim

Het Openbaar Ministerie probeert via een juridische procedure meer medische informatie over H. los te krijgen. Een aantal artsen weigert gegevens af te staan en wijst daarbij op het beroepsgeheim. De rechtbank geeft naar verwachting deze week een oordeel over deze zaak.

H. schreef onlangs een brief aan de nabestaanden van de door hem gedode personen. De familie van de slachtoffers die in Limburg vielen zijn nog niet toe aan het lezen ervan. Zij hebben het moeilijk met alles wat er is gebeurd. Mogelijk zullen zij de brief later nog wel lezen, zei hun advocaat Phil Boonen.

De nabestaanden van het Haagse slachtoffer zien in H.’s boodschap een charmeoffensief. Zijn raadsman Weening ontkent dit: ,,De brief was puur bedoeld voor de nabestaanden. Dat deze is geschreven is niet door ons naar buiten gekomen.”