‘Trek wet tegen discriminatie sollicitanten in’

Arbeidsdiscriminatie Een adviesorgaan van het kabinet trekt de doelmatigheid van het wetsvoorstel dat arbeidsdiscriminatie moet tegengaan in twijfel.

Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (VVD).
Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (VVD). Foto Bart Maat / ANP

Het wetsvoorstel van het kabinet dat arbeidsdiscriminatie moet voorkomen, dreigt een „papieren tijger” te worden voor werkgevers. Het is zeer de vraag of het doel – discriminatie bij sollicitaties tegengaan – ermee bereikt wordt. Daarvoor waarschuwt het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR), een officieel adviesorgaan van het kabinet en parlement. Het college adviseert om het wetsvoorstel in te trekken.

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) presenteerde vorige maand een concept-wetsvoorstel waarin werkgevers worden verplicht in een schriftelijke ‘werkwijze’ te beschrijven hoe zij discriminatie van sollicitanten voorkomen, bijvoorbeeld op grond van leeftijd of afkomst.

Het kabinet vindt de wet nodig omdat werkgevers zich lang niet altijd realiseren welke onbewuste vooroordelen zij hebben. En hoewel arbeidsdiscriminatie nu al strafbaar is, kan dat zelden aangetoond worden door sollicitanten, waardoor werkgevers die zich daaraan schuldig maken meestal vrijuit gaan.

De Inspectie SZW zou de nieuwe regels steekproefsgewijs moeten controleren. Werkgevers die geen werkwijze hebben of zich daar niet aan houden, kunnen na een waarschuwing een boete krijgen van maximaal 4.500 euro.

Lees ook: De inclusieve werkvloer blijft een verre droom

Een goede onderbouwing van deze plannen ontbreekt, constateert het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in een onlangs gepubliceerd advies. Zo wordt in de wetstoelichting geen wetenschappelijk onderzoek aangehaald waaruit blijkt dat zo’n verplichte werkwijze tot meer kennis en bewustzijn leidt bij werkgevers. Ook is er geen proef uitgevoerd om de regels alvast te testen.

‘Te veel’ voor kleine bedrijven

Wel confronteert de wet ondernemers met extra administratieve lasten. Dat zal het Nederlandse bedrijfsleven als geheel eenmalig 33 miljoen euro kosten, volgens een berekening van het kabinet, en daarna 6,4 miljoen euro per jaar.

Vooral voor kleine werkgevers (met minder dan 50 werknemers) is het maken van een goed onderbouwde werkwijze „te veel gevraagd”, schrijft het ATR. „Zo moet de zelfstandige slager met één zaterdaghulp ook over een werkwijze beschikken.” Die 330.000 kleine organisaties vormen 95 procent van alle Nederlandse werkgevers.

Het kabinet komt kleine bedrijven in de wetstoelichting tegemoet. Hun brancheorganisatie kan een soort ‘standaardwerkwijze’ opstellen die alle ondernemers in de sector mogen volgen. Dat gebeurt nu ook al op het gebied van veiligheidsvoorschriften en arbowetgeving.

Maar als kleine bedrijven geen eigen werkwijze hoeven te maken, doet dat volgens het ATR „afbreuk aan de redenering” van het kabinet: ondernemers worden dan niet gedwongen na te denken over hun vooroordelen.

Daarom schiet het wetsvoorstel volgens het adviescollege „in ernstige mate tekort”. Staatssecretaris Van Ark zou alsnog een proef moeten uitvoeren om te zien of haar voorstel nut heeft, adviseert het ATR. Als de verplichte werkwijze geen effect blijkt te hebben, moet zij daarvan afzien.

Ook de werkgeversverenigingen VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN keren zich tegen het wetsvoorstel, om grotendeels dezelfde redenen als het adviescollege.

Lees ook: Ook een krappe arbeidsmarkt biedt Abdou geen stageplek

Staatssecretaris Van Ark wil nog niet inhoudelijk reageren op het ATR-advies, omdat er via de zogeheten internetconsultatie nog meer reacties op het wetsvoorstel kunnen komen. Wel zegt een woordvoerder van Van Ark dat het de bedoeling is dat ook kleine bedrijven een eigen werkwijze maken. De standaardwerkwijze van de branche „kan een hulpmiddel zijn”. „De staatssecretaris zal daarover nog in gesprek gaan met ondernemers, ook in het midden- en kleinbedrijf.”

Arbeidsdiscriminatie komt nog steeds veel voor in Nederland. In juli bleek uit een groot onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam dat sollicitanten met een niet-westerse migratieachtergrond 40 procent minder positieve reacties krijgen op een identieke sollicitatiebrief dan sollicitanten met een Nederlandse achtergrond.

Eerder bleek uit een soortgelijk onderzoek dat iemand met een „duidelijk Nederlandse naam” en een geweldsdelict op zijn cv, meer kans heeft om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek dan iemand met een „Arabisch klinkende naam” die geen strafblad vermeldt.