‘Parijs’ hapert, met of zonder VS

Klimaatbeleid Vanaf vandaag kunnen de VS beginnen met terugtrekking uit het klimaatpact van Parijs. Op allerlei fronten loopt uitvoering vast.

Brandweermannen bij de natuurbrand in Ventura, ten noordwesten van Los Angeles.
Brandweermannen bij de natuurbrand in Ventura, ten noordwesten van Los Angeles. Foto Etienne LaurentETIENNE LAURENT

Deze maandag, 4 november 2019, is de eerste dag dat de Amerikaanse president Donald Trump officieel uit het klimaatakkoord van Parijs kan stappen. Dit was een van Trumps verkiezingsbeloftes, en in juni 2017 kondigde hij aan dat de VS dit zouden doen. Maar deze maandag, precies drie jaar nadat het akkoord in werking trad, is de eerste dag dat het ook echt kán.

Lees ook: 'Diepgaande veranderingen' als de wereld werk gaat maken van het klimaatakkoord van Parijs

Het akkoord, dat in 2015 door wereldleiders nog werd omschreven als de redding van de planeet, loopt daarmee een stevige deuk op. Weer één, want het leek toch al momentum te verliezen. Hoewel geen enkel land tot nu toe Trump is gevolgd, flirt president Bolsonaro van Brazilië met de mogelijkheid en heeft Turkije het akkoord nog steeds niet geratificeerd. Bovendien ontdekken veel landen hoe lastig het is om de beloftes te houden die ze in hun enthousiasme in Parijs hebben gedaan.

Australië is bijvoorbeeld niet van plan om zijn op steenkolen gebaseerde energievoorziening snel te moderniseren. Mexico investeert toch weer meer in fossiele brandstoffen dan een paar jaar geleden. En ook in Japan en Rusland bestaat weinig animo voor serieus klimaatbeleid. China kampt met haperende economische groei, waardoor de economie voorlopig een hogere prioriteit heeft dan het klimaat.

Details blijken weerbarstig

„Parijs was een uniek moment”, zegt Bas Eickhout, Europarlementariër van GroenLinks die de onderhandelingen al jaren van zeer nabij volgt, in een telefoongesprek. „Landen zijn destijds veel verder gegaan dan werd verwacht. En ook veel verder dan wereldleiders op dat moment doorhadden. Ze hebben tijd nodig om te verwerken wat ze hebben afgesproken.”

Lees ook deze analyse over het akkoord van Parijs

Intussen verlopen de verdere onderhandelingen moeizaam. Het gaat nu vooral om de invulling van details uit het akkoord, zoals de boekhouding van CO2-emissies, over een goed werkend systeem van handel in emissierechten. Juist die details blijken weerbarstig. Veel landen stellen hun economische belangen voorop.

Daarin lijken ze allemaal een beetje op Trump. Hij ziet het klimaatakkoord als een slechte deal voor Amerika. Op een campagnebijeenkomst in Pittsburgh zei Trump twee weken geleden nog dat uitvoering van het akkoord zou betekenen dat Amerikaanse energiemaatschappijen hun deuren moeten sluiten, terwijl buitenlandse bedrijven, met name in China en India, „ongestraft kunnen blijven vervuilen”.

Trump wil best overwegen om in het klimaatakkoord te blijven, heeft hij herhaaldelijk gezegd, maar dan wel onder zijn voorwaarden. De 187 landen die het klimaatakkoord inmiddels hebben geratificeerd zien evenwel geen aanleiding om het open te breken – ze vrezen dat dan ook andere landen nieuwe eisen gaan stellen. Trump wekt bovendien niet de indruk dat hij serieus over nieuwe afspraken wil praten. Democratische Congresleden, die de regering eind september in een brief vroegen hoe het staat met de onderhandelingen voor zo’n ‘eerlijke deal’, hebben nog geen antwoord gekregen.

Zonder mandaat

Meteen na zijn aantreden heeft de president drastisch gesnoeid in zijn team van klimaatonderhandelaars. „Ze komen nog steeds naar de jaarlijkse klimaattop, maar vaak weten ze nauwelijks wat ze moeten zeggen”, vertelt Eickhout. „Soms hebben ze niet eens een mandaat.” Sommige doorgewinterde Amerikaanse onderhandelaars proberen volgens Eickhout vooral te voorkomen dat nieuwe afspraken een volgende president in de problemen brengen als hij naar de onderhandelingstafel zou willen terugkeren.

Loss and damage – de (financiële) verantwoordelijkheid voor de schade door klimaatverandering – is zo’n onderwerp. Ontwikkelingslanden lijden de meeste schade door klimaatverandering, maar zij hebben het minste bijgedragen aan het ontstaan van het probleem. Amerikaanse onderhandelaars zijn als de dood dat daarover juridisch bindende afspraken worden gemaakt, zoals veel arme landen eisen. Die zou een nieuwe president dan moeten voorleggen aan het Congres; in de Senaat zou hij een tweederde meerderheid nodig hebben. De kans daarop is vrijwel nihil.

Andrew Light, klimaatonderhandelaar onder Trumps voorganger Obama en nu werkzaam bij het World Resources Institute, wijst erop dat sommige Amerikaanse staten, onder aanvoering van Californië, een groot aantal steden (waaronder New York) en honderden grote Amerikaanse bedrijven hebben beloofd zich aan het akkoord van Parijs te houden. Daardoor worden de klimaatdoelstellingen van president Obama (een reductie van broeikasgassen in 2025 met 28 procent ten opzichte van 2005) waarschijnlijk wel gehaald. Maar voor nieuwe doelen in de jaren daarna is de federale regering nodig, benadrukt Light.

Lees ook: Welke opties heeft Trump met het klimaatakkoord van Parijs?

„Het is uitgesloten dat deelstaten of steden aanschuiven bij de klimaatonderhandelingen”, zegt ook Bas Eickhout. „Als je met Californië aan tafel gaat, staan Catalonië en Schotland ook meteen klaar. Informeel overleg is natuurlijk altijd mogelijk. Maar de Verenigde Naties blijven een organisatie van staten.”

Uittreding kan van korte duur zijn

Voor de klimaatonderhandelingen verandert er voorlopig weinig als de VS deze maandag hun vertrek aankondigen. Na Trumps aankondiging duurt het onder het akkoord nog een jaar voordat het vertrek een feit is. Dat zou dan zijn op 4 november 2020. En – toeval of niet – dat is één dag na de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Veel hangt dus af van de vraag of Trump wordt herkozen. Want een nieuwe Democratische president zou waarschijnlijk snel weer toetreden.