‘Ondermijning’ in Oost-Nederland is net zo erg als in het zuiden

Criminaliteit In het oosten vinden drugscriminelen wat ze zoeken: B-weggetjes naar Duitsland, lege panden en weinig politie.

Het dorp Beltrum in de Achterhoek. Met preventie en voorlichting wordt geprobeerd ondermijning in Oost-Nederland tegen te gaan.
Het dorp Beltrum in de Achterhoek. Met preventie en voorlichting wordt geprobeerd ondermijning in Oost-Nederland tegen te gaan. Foto Siebe Swart

In het Gelderse rivierenlandschap, ingeklemd tussen de Waal en de Nederrijn ligt de gemeente Overbetuwe. In het hart daarvan, het dorp Zetten, opent de lokale middelbare school Hendrik Pierson College eind oktober zijn deuren voor een ‘Tweedaags totaalconcept over Ondermijning’.

„Ondermijning, ondermijning, wat is dat dan?”, vraagt Anton Jansen, manager bij Platform Veilig Ondernemen (PVO) Oost-Nederland, terwijl hij tussen de ronde tafeltjes het publiek doorloopt. „Ik hoor het u denken.” Preventiedeskundige Paul van der Weiden („u hoort het aan mijn naam, ik kom veel in de buitengebieden”) kijkt indringend de zaal in terwijl hij langzaam, woord voor woord, zijn definitie van dit begrip ten beste geeft: ‘georganiseerde criminaliteit dichtbij’.

PVO is een publiek-private samenwerking, bedoeld om ondernemers en inwoners van het buitengebied voor te lichten en in te schakelen als ‘ogen en oren’. Sinds 2016 organiseert de organisatie ‘Buitengebied Alert-avonden’, onder de noemer #KIEKUUT. In totaal deed het duo al zo’n honderdvijftig zalen aan. „Ik ben veel van huis, ja”, grapt Jansen.

B-weggetjes naar Duitsland

Die avonden zijn belangrijk, vindt Jansen, want Oost-Nederland voldoet verder juist aan alle vestigingsvoorwaarden voor drugscriminelen. Ga maar na: talloze B-weggetjes naar Duitsland [80 procent van de Nederlandse drugsproductie is voor de export, red.], een uitgestrekt buitengebied met nauwelijks politieposten, voldoende noodlijdende industrieterreinen en boerenbedrijven. En de stikstofcrisis maakt het er niet beter op. Criminelen lezen ook de krant en zoeken voortdurend lege stallen.”

Doordat in Oost-Nederland lange tijd werd weggekeken en de opsporingsaandacht op het ‘criminele Zuiden’ en het ‘Wilde Westen’ lag, is het volgens Jansen moeilijk dit vermoeden met harde cijfers te staven. Je weet alleen iets over opgeloste zaken, niet over alles wat zich aan het zicht van de overheid onttrekt. „Maar naar alle waarschijnlijkheid zijn we nummer 1 op dit gebied”, zegt Jansen.

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) kondigde in 2018 aan 100 miljoen euro uit te trekken om de drugsindustrie een halt toe te roepen. Hiervan is slechts 9 miljoen gereserveerd voor de politieregio Oost-Nederland, ofwel de provincies Gelderland en Overijssel.

Samen met andere organisaties (van land- en tuinbouworganisatie LTO tot Meld Misdaad Anoniem) zet het platform nu in op preventie. De voorlichting laat aan duidelijkheid niets te wensen over. „Stel je voor”, steken Jansen en Van der Weiden van wal: „U bent agrariër en ziet door alle regelgeving de kosten jaar na jaar stijgen. U heeft hart voor uw dieren, dus de rekening van de voerleverancier betaalt u natuurlijk als eerste. Maar dan wordt u op de koffie genodigd door uw contact bij de Rabobank om het eens over uw schuld te hebben. Ik kan u vertellen: dan gaat u met een rotgevoel naar huis.”

In de zaal wordt instemmend geknikt, waarna de twee een stilte laten vallen. De eerste van vele. „We zien het vaak genoeg: één, soms twee dagen later staat er ineens iemand bij u op het erf. Geen crimineel type, nee, iemand die er net zo uitziet als wij. En die aardige meneer laat u een tabel zien: u kunt zomaar 1.500 euro per maand opstrijken als u tweehonderd vierkante meter stalruimte ter beschikking stelt. En daarbovenop beloven ze nog eens 35.000 euro per kwartaal. Wat zou u doen?” De twee tonen de tabel op een sheet. „U zegt waarschijnlijk nee, want uw onderbuikgevoel vertrouwt het niet. Maar dan komen ze nog eens langs, met 10.000 euro aan contanten. Zomaar voor u, wanneer u toehapt. Wat zegt u dan?”

Bolletje, Johma Salades en Grolsch

De methode van het tweetal is misschien wel het best te omschrijven als shocktherapie. In een uur tijd wordt een stortvloed aan feiten over de aanwezige buurtbewoners en ondernemers uitgestort. „Een quizvraag. Voor een wasmachine”, zegt Jansen. „Hoeveel geld gaat er denkt u om in de xtc-handel?” De hoogste schattingen in het publiek komen nog niet eens in de buurt. „Het gaat om wel 18,9 miljard euro per jaar. En in de hennepteelt, naar schatting, wel 10 miljard euro. Dat is, dames en heren, méér dan de omzet van Bolletje, Johma Salades en Grolsch bij elkaar.” Het duo pakt door: „Voor de centrifuge dan: hoeveel facilitators zijn er betrokken bij het opzetten van een hennepkwekerij?” Het antwoord volgt kort daarna: „Er zijn wel 56 personen en instanties nodig om zo’n plantage van de grond te krijgen. Loodgieters, electriciens, knippers, plukkers, verkopers.”

Dat zijn lang niet alleen volwassenen. Zelfs kinderen van twaalf kunnen worden verleid om mee te doen. Ze rollen erin in ruil voor een gratis jointje en het gevoel ergens bij te horen.

In de dagen voor de voorlichtingsavond worden daarom ook ruim vierhonderd leerlingen, ouders en docenten voorgelicht. Hier komen de partners against crime Nicole Lieve (van de politie) en Petra van den Berg (namens de betrokken gemeenten) langs. Ze ontwikkelden het lespakket #LeerlingAlert. Van den Berg: „We beginnen met een flap-over, waarop we jongeren een drugszaak laten uittekenen. Begin maar eens een hennepplantage. Wat komt daar allemaal bij kijken? Dat vinden de leerlingen nog wel stoer.”

Wat als je nee zegt?

Maar, zo zegt Van den Berg, „daarna laten we jongeren aan het woord die voor deze verleiding zijn gevallen. Die knipper zijn geworden of tegen betaling mobieltjes voor criminelen aanschaffen. We laten zien wat er gebeurt wanneer je een keer ‘nee’ zegt tegen een crimineel. We kennen voorbeelden van jongeren die worden afgeranseld, waar we messteekverwondingen bij zien”. Het is voor jong en oud de kernboodschap van deze tweedaagse: je kunt maar één keer nee zeggen, dat is de eerste keer.

Werkt dat nu, al die preventie? Anton Jansen is overtuigd van wel: „Mensen praten hier niet zo snel over hun buren. Al helemaal niet met de overheid of met ons van de politie. Maar we leren mensen op hun onderbuikgevoel te vertrouwen en dat tóch te doen, zodra ze menen dat er ergens iets niets in de haak is. En dat werkt.” Telkens als de twee ergens langs zijn geweest, zien ze een piek in het aantal meldingen dat wordt gedaan bij Meld Misdaad Anoniem. Jansen: „Zo konden we onlangs na zo’n tip in Voorthuizen een opslagplaats oprollen waar 45.000 liter xtc-afval lag.’

Preventie is ook efficiënter dan repressie, meent Jansen. „Wat je aan de voorkant kunt voorkomen hoef je aan de achterkant niet te bestrijden. We noemen dit het frustratiemodel. Door hun business in de spotlights te zetten, maken we het voor illegale ondernemers onaantrekkelijker zich hier te vestigen.”

Lees ook: Grapperhaus wil een speciale narcobrigade, helpt dat?

Daar komt nog eens bovenop dat sinds de moord in Amsterdam op advocaat Derk Wiersum zo’n vierhonderd agenten worden ingezet om rechters, advocaten en officieren te beveiligen. De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls trok vorige week dan ook aan de bel: „Amsterdam trekt de nationale politie leeg.”

Toch wil Anton Jansen „niet zielig doen” over de uitdagingen waar hij met zijn korpsgenoten voor staat. „Natuurlijk houd ik als politieman van het vangen van boeven. Maar als we via preventie in plaats van repressie het veiligheidsgevoel van burgers kunnen vergroten, is dat voor mij óók goed. Onze campagne draait om samen de schouders eronder zetten en naar elkaar omzien. We doen het dus gewoon op zijn Oost-Nederlands, als we niet de middelen krijgen die we nodig hebben. Maar we gáán deze strijd winnen.”