Mooi startpunt voor nieuw tijdperk in de Formule 1, maar kritiek is er ook

Formule 1 Een nieuwe blauwdruk voor auto’s, een budgetplafond. De grootste regelwijziging in jaren moet de Formule 1 per 2021 nieuw elan geven.

Een kwalificatie zoals zaterdag in Austin, die kwam rechtstreeks van het verlanglijstje. Een gevecht tussen drie, zelfs even vier teams met tot de laatste seconde spanning. Een topdrie op enkele honderdsten van seconden van elkaar, in plaats van meerdere tienden. Puntje-van-je-stoel-werk. Daardoor ook de voorbode van een Grand Prix van de Verenigde Staten die alle kanten op zou kunnen. Was het maar altijd zo.

De hoop is dat het met de nieuwe regels die vanaf 2021 in werking treden, elk raceweekend zo kan zijn. Donderdag, de dag van de deadline, werden ze unaniem goedgekeurd door het World Sports Council van autosportfederatie FIA en in Austin gepresenteerd aan de wereld. Ingrijpende veranderingen op technisch, sportief en financieel gebied moeten races weer spannend maken en de teams dichter bij elkaar brengen. De coureurs moeten het verschil maken, zoals ze zelf graag willen.

Lees ook: Glamourboy Lewis Hamilton is nu ook activist met online megafoon

De belangrijkste veranderingen op een rij. Ten eerste komt er een nieuwe blauwdruk voor de auto, die het mogelijk maakt dat coureurs elkaar beter kunnen volgen, aanvallen en uiteindelijk inhalen. De huidige auto’s verliezen tot wel 40 procent neerwaartse druk als ze achter elkaar rijden, wat aanvallen en inhalen moeilijker maakt. Bij de nieuwe auto’s moet het verlies volgens simulaties 5 tot 10 procent zijn. Daarnaast komen er meer standaardonderdelen en is er minder ruimte voor upgrades gedurende het jaar, om te voorkomen dat teams elkaar verslaan door maar te blijven doorontwikkelen.

Er komt een budgetplafond. 175 miljoen dollar (157 miljoen euro) per jaar mag een team in 2021 uitgeven aan kosten die betrekking hebben op wat er op de baan gebeurt. Het gat tussen de teams moet zo kleiner worden. Maar er is een lange lijst uitzonderingen, waaronder salarissen van de coureurs en de PR- en marketingkosten.

Voorzichtig enthousiasme

De coureurs en teams werden in Austin meteen gevraagd naar hun mening over de nieuwe regels. De consensus: een mooi startpunt, maar eerst maar eens zien. Voorzichtig enthousiasme was er wel: Lewis Hamilton (Mercedes), zesvoudig wereldkampioen sinds zondag, zei dat hij ook in het nieuwe tijdperk wil pionieren. Max Verstappen (Red Bull) vond alles in principe best, „als het ons maar beter racen geeft”. Ook bij de teambazen was er enig optimisme.

Kritiek was er ook. Enkele coureurs zijn al langer bezorgd dat de nieuwe auto’s te zwaar worden. Per 2021 gaat het minimumgewicht van 743 naar 768 kilogram. Dit, en de veranderingen in de aerodynamica die de races spannender moeten maken, zullen ervoor zorgen dat de auto’s twee of drie seconden per ronde langzamer worden. „ Wordt het meer dan vier of vijf, dan is dat niet wat we willen. Dat is te langzaam”, volgens Verstappen.

Daarnaast bestaat de angst dat de nieuwe regels het uiterlijk van de auto’s te veel vastleggen. In een sport die voor de helft draait om wie de beste auto bouwt, ligt dit gevoelig.

Het budgetplafond is ook een discussiepunt. Teambazen als Zak Brown van McLaren hadden graag een striktere limiet gezien. 175 miljoen dollar per jaar is nog steeds veel, zeker als je bedenkt hoeveel kostenposten níét zijn inbegrepen, rekende zakenblad Forbes voor. Gemiddeld geven teams nu 310 miljoen dollar per jaar uit, maar bijna 60 procent daarvan betreft kostenposten die niet vallen onder het budgetplafond van 2021.

Brown en Red Bull-teamadviseur Helmut Marko opperden dat salarissen enorm zullen stijgen als de coureur meer het verschil maakt. En dan wint alsnog het rijkste team. Brown zei volgens het Duitse Auto, Motor und Sport dat een keuze tussen óf de auto óf de coureur juist de bedoeling moet zijn van een plafond.

De nieuwe regels moeten gezien worden als een startpunt, een nieuwe opzet, zo verzekerde het Formule 1-management. Zo lijken de teams en de coureurs het ook te zien. Ze kunnen ermee verder, maar het laatste woord is er nog niet over gezegd.