Opinie

Mededogen met Dick Advocaat

Wilfried de Jong

Hij had eigenlijk best vlotte schoenen aan voor een zeventiger. Witte zolen. Maar verder zag Dick Advocaat er weer lekker ouderwets uit. De kraag van de winterjas omhoog tegen het kouwe nekkie, de armen kruiselings over de borstkas en de linkerhand warm in de oksel.

Feyenoord-spits Nicolai Jørgensen kon een glimlach niet onderdrukken toen hem gevraagd werd naar zijn nieuwe trainer: „He’s old school.”

Het was niet badinerend bedoeld. Integendeel, de Deen had een paar minuten apart gezeten met Advocaat en gemerkt dat hij als speler maar het beste ‘ja en amen’ kon zeggen tegen de baas. Niet meer zeuren over pijntjes en kunstgrasvelden. Nee, hij moest als buitenlandse spits op het veld in Venlo gewoon maar één ding doen: spelen.

Waar Jørgensen een schop onder zijn kont nodig had, stonden andere spelers onzeker klaar voor een aai over de bol. Advocaat deelde ze op en rond het veld veelvuldig uit, als een goedzak in een asiel voor angstige hondjes.

Tien jaar geleden sprak ik hem in een hotelkamer. Het voetbaldier liet zich gaandeweg steeds meer van zijn zachte kant zien. Hoe hij ontroerd raakte door muziek van The Bee Gees, Kenny Rogers, Golden Earring en natuurlijk Tina Turner, vooral haar nummer ‘You simpel the best’. Ik haalde het niet in mijn hoofd die titel te verbeteren.

Er rolden tranen over zijn wangen toen het over zijn jeugd ging. Als zeventienjarige verloor hij zijn vader, een administrateur die maar 57 jaar oud werd. Dick keek sindsdien vlak voor een wedstrijd omhoog en vroeg zachtjes of zijn vader hem wilde helpen. Zijn moeder moest nóg harder voor de kinderen gaan zorgen dan ze al deed. Missen was het goede woord niet, eerder het besef hoe zwaar het leven van zijn ouders was geweest.

Afgelopen vrijdag nam de NRC-sportredactie afscheid van columnist Hugo Camps, ook zo’n zeventiger. Hij stond op van zijn stoel en hield aan tafel een meesterlijke speech. Wat me vooral bijbleef: ga niet al te driftig op zoek naar de waarheid in de sport, wees al blij als je een vermoeden hebt. En heb mededogen met een sporter.

Goed, mijn vermoeden is dat Dick Advocaat het voetbal niet kan missen omdat hij altijd weer voor zichzelf – en wie weet met het vingertje richting hemel – moet bewijzen dat hij een onmogelijke klus kan klaren. Door hard te blijven werken voorkomt Advocaat dat hij thuis het tikken van zijn vingers op de stoelleuning hoort.

Trainen is zijn bestaansrecht, met de dood op de hielen.

Feyenoord speelde allesbehalve goed voetbal. Het won, zonder tegendoelpunten en daar was alles mee gezegd. Advocaat gaat met dit team geen wonderen verrichten; Europees voetbal halen is al heel wat. Hij weet het.

Advocaat liep met zijn handen in de zakken de lange trap af naar het veld in Venlo. Voor hem uit trippelden zijn middelmatige spelers, een elftal waar niet al te veel rek in zit.

Ik zou zeggen: heb mededogen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.