Recensie

Recensie Muziek

De wereld wordt bij nieuwemuziekfestival ‘November Music’ op pauze gezet

In Den Bosch ging het nieuwemuziekfestival November Music van start. Het hoogtepunt was een werk in het donker van componist Georg Friedrich Haas.

November Music
November Music Foto Angeline Swinkels

De tijd werd meermaals stilgezet, tijdens het sterke openingsweekend van November Music, het Bossche festival voor muziek van nu. Op heel verschillende manieren wisten componisten Calliope Tsoupaki en Georg Friedrich Haas – absolute tegenpolen – de wereld op pauze te zetten. Van beiden klinkt komende week nog meer werk in November Music.

In het openingsconcert, met twee premières, ging het er wat wereldser en voorspelbaarder aan toe. De Noorse gitarist, zanger en componist Stian Westerhus trad op in zijn eigen Twin Twinkler, bijgestaan door de blazers van philharmonie zuidnederland. Het was een stuk vol vondsten, elektrisch-gitaaracrobatiek en opvallende zang – van grommend laag tot een krijsende falset. Maar als geheel viel Twin Twinkler tegen, door de naïef-epische strijd-tegen-de-machine-thematiek, en door de gebrekkige greep op bezetting en vorm.

Dat instrumenteren een kunst én een vak is, bewees Jesse Passenier daarna met Division, een wereldpremière waarmee de bevrijding van Den Bosch herdacht werd. Passenier, jong maar gelouterd arrangeur, liet de blazers schitteren in een staalkaart aan stijlen. Minder overtuigend was aanvankelijk zijn vocale schrijfwijze voor jazzzanger Ruben Hein, die nauwelijks gelegenheid kreeg om de gedichten van Welsche bevrijders te laten zingen. Maar in enkele langzamere delen, onder meer op een eigen tekst van Hein, en vooral in de meeslepende tussenspelen, overtuigde Division ten volle.

Uitgevoerd in het donker

Componist en beeldend kunstenaar Claudia Molitor koppelde in Decay video aan vrije improvisatie voor piano (zijzelf), trombone (Tullis Rennie) en zang (de Nederlandse gastmusicus Sanne Rambags). Aanvankelijk bewoog Decay zich in een vertrouwd ritsel- en pruttelidioom, met kraakjes op lp en klankonderzoek in het binnenwerk van de piano. Maar het werk ontwikkelde zich in verrassende richtingen, met een hoofdrol voor de fenomenale stemkunst van Rambags. Molitor verzette zich in een nagesprek tegen het vooruitgangsdenken en de idée-fixe van oneindige groei, maar gelukkig werd Decay nergens een pamflet.

Het Riot Ensemble bracht de Nederlandse première van Solstices van Georg-Friedrich Haas, die vorig jaar nog een opzienbarende spilrol in het Holland Festival had. Bijzonder (maar niet uitzonderlijk in Haas’ oeuvre) was dat Solstices geheel in het donker werd uitgevoerd. Haas’ idee is dat de luisterervaring gestuurd wordt door visuele prikkels; neem die weg en je luistert intenser.

Solstices, mede in opdracht van November Music geschreven, begon met collectieve wervelingen – een oorwassing, letterlijk – om daarna tot rust te komen in een fascinerende microtonale dronemuziek. Alle tijdsbesef raakte je kwijt.

Maar juist toen je meende Haas’ truc te hebben doorgrond, betoonde hij zich een meester van de muzikale dramaturgie, door verrassing op verrassing te stapelen: fonkelende crescendo’s, oorverdovende climaxen, geritsel en gefluister, een infernale doedelzak – in krap anderhalf uur creëerde Haas een spectaculair en vervoerend klankuniversum.

Calliope Tsoupaki

Het zwaartepunt van het openingsweekend lag bij het traditionele Bosch Requiem. Componist des Vaderlands Calliope Tsoupaki schreef Liknon voor het barokensemble PRJCT Amsterdam, geleid door Manoj Kamps, en twee topzangers, countertenor Maarten Engeltjes en tenor Marcel Beekman. Liknon was een waagstuk: vijf kwartier trage muziek in een plechtig-liturgische sfeer, nagenoeg zonder ontwikkeling. Zoals vaker liet Tsoupaki zich inspireren door een oosters-orthodox icoon, in dit geval het Maria-icoon Panagia Myrtidiotissa, dat schrijfster Lot Vekemans in haar mooie toespraak vooraf duidde als „een zwart sleutelgat”.

Lees ook: ‘Kunst geeft ons onze menselijkheid terug’

Met bitterzoete glijers en byzantijnse klankkleuren schilderde Tsoupaki een klinkend pendant van het icoon, vol symmetrieën, symboliek, stralende oppervlakte. Liknon, waarmee ze haar vader gedacht, voltrok zich grotendeels eenstemmig en in lange lijnen, een onverstoorbaar gesponnen weefsel met gestileerde solo’s van barokhobo, zink (een ventielloze proto-trompet), orgel en harp.

De heldere stemmen van Engeltjes en Beekman vlochten zich ineen, de strijkers lamenteerden, terwijl op gezette tijden de bodem verschoof met huiveringwekkende chromatiek in de bas. Het had iets magisch, zoals Liknon trage schreden in het niets zette, en toch telkens vaste grond vond.