Opinie

Beledigen

Marcel van Roosmalen

Het was alweer vijftien jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord door de terrorist Mohammed Bouyeri. Het Parool organiseerde „een avond waarop werd gesproken over de kracht van zijn films, zijn vileine, erop in rammende manier van columns schrijven, en natuurlijk de vrijheid van meningsuiting”.

In een verslag van deze avond – ook in het Parool – bleek dat burgemeester Femke Halsema, de vrijheid van meningsuiting niet wilde beklemmen. „En ook zij roemde de ironie van Van Gogh, met wie ze aanvaringen had gehad, die haar toch dierbaar waren, juist door die ironie.”

Nog meer onbedoelde ironie van Afshin Ellian in zijn column in Elsevier: „Maar het pijnlijkste is nog steeds de lafheid van postmoderne figuren die het in de steden voor het zeggen hebben. Nog steeds durft niemand een school, een filmstudio, een straat, een steegje of instituut naar Theo van Gogh te vernoemen.”

Ik kan me 2 november 2004 nog goed herinneren. Ik stond die avond met mijn ouders, die toevallig op bezoek waren, op de Dam. Ze hadden nog nooit in de publieke ruimte geschreeuwd, maar toen maakten we lawaai. Voor de vrijheid van meningsuiting, uit afschuw van zo’n laffe daad. We schreeuwden niet uit bewondering voor het werk van Theo van Gogh.

Ik vond Theo van Gogh een goed interviewer, een matig regisseur en een belabberd columnist, die onder het mom van vrijheid van meningsuiting mensen onderkotste met beledigingen. Een querulant die doorging waar anderen stopten. De vriend van vandaag kon de vijand van morgen zijn. Theo van Gogh had maar één methode: vind een slachtoffer, zoek daar zoveel mogelijk beledigingen bij en klaar was Theo. Ik heb een aantal van die columns teruggelezen: Jezus, wat een gehark.

De vrijheid van meningsuiting was voor Theo van Gogh vooral de vrijheid om te mogen beledigen.

Ik vind ook dat alles gezegd en geschreven moet kunnen worden, maar ik val tegelijkertijd niet achterover van bewondering als iemand moslims consequent ‘geitenneukers’ noemt en bijna iedere Jood met de Holocaust om de oren slaat.

Zijn loopbaan als columnist was vooral: aftasten tot hoever je kunt gaan, die grens bewust overschrijden en gillen over vrijheid van meningsuiting als je uiteindelijk wordt weggestuurd. Iets wat je je ook alleen maar kunt permitteren als je het niet voor het geld hoeft te doen.

De moord op Theo van Gogh moet blijvend worden herdacht, de radicale islam kan niet hard genoeg worden aangepakt, maar kunnen we stoppen met de overwaardering van deze kunstenaar?

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.