Hoe het witteboordenactivisme Den Haag op nieuwe wijze onder druk zet

Deze week: witteboordenactivisme en ander geprofessionaliseerd protest vanaf het Malieveld.

Ofwel: hoe Maxime Verhagen de stikstofcrisis óók aanwendt om zijn oude makker Rutte onderuit te halen.

Het is een Haags ritueel. Als de oplossing van een vraagstuk tegenzit, zodat regerende politici even geen kant op kunnen, weet je dat de oppositie op een dag zegt: ‘En hoe zit het met de regie?’

Klagen over de regie – werkt altijd.

De kranten beginnen erover, de radio doet mee. De televisie haakt aan, sociale media staan er vol mee, en korte tijd later spreekt heel Den Haag over ‘regie’, dat wil zeggen: de gebrekkige regie van Rutte.

Dit is helemaal Nederland. Het land kent collegiaal bestuur, de premier is ‘de eerste onder zijns gelijken’, dus als hij voortdurend de baas over vakministers speelt, staat hij binnen de kortste keren op straat.

Een premier ontwikkelt hier pas bestuurlijke kracht wanneer hij vaardig bemiddelt en zo min mogelijk regie voert: zo paradoxaal is het.

Daarom is het regieverwijt politiek ook zo slim. Als de premier het serieus neemt verzwakt hij zichzelf. Maar als hij het negeert zegt de oppositie: ‘Zie je wel?’

En het was de afgelopen maanden Ruttes eerste vicepremier (2010-2012), Maxime Verhagen (CDA), baas van Bouwend Nederland, die het regieverwijt op uitgenaste wijze agendeerde.

Politiek is liefde, we weten het, maar deze opvoering van geprofessionaliseerde verontwaardiging over een oud-collega was van een schitterende slechtheid.

Met als slotsom dat Verhagen met zijn witteboordenprotest het CDA een leuke dienst bewees (kritiek op Rutte, altijd welkom) maar voorlopig overigens níéts bereikte voor de branche die zijn salaris betaalt: bouwend Nederland.

De eerste tekenen van het witteboordenprotest werden in september zichtbaar. De Raad van State verbood in mei de bestaande stikstofregels, waardoor gemeenten en provincies amper nog vergunningen voor extra veehouderij en nieuwbouwprojecten afgeven.

Vervelend voor boeren, dramatisch voor bouwers: bouwbedrijven kunnen, anders dan veehouders, niet zonder nieuwe projecten, en dus zijn de bouwers verreweg het grootste slachtoffer van de hele stikstofimpasse.

De logische reactie van bouwlobbyist Verhagen zou dus geweest zijn als hij had gezegd: ‘Ik hoop dat veehouders (als voornaamste stikstofproducenten) snel willen inschikken, zodat de bouw niet hoeft te lijden.’

Maar dat deed hij niet. In plaats daarvan begon hij al in de nazomer over ‘regie’. 13 september, Het Financieele Dagblad: ‘Bouwend Nederland eist meer regie van kabinet’. 19 september, Verhagen op BNR Nieuwsradio: ‘Gebrek aan regie vanuit overheid.’ Etc.

Toch was toen al duidelijk dat doorbreking van de stikstofimpasse praktisch en politiek gruwelijk ingewikkeld is. In de coalitie zei iemand deze week: we hebben twee jaar over het klimaatakkoord gedaan, dit moet veel sneller maar is intussen véél moeilijker.

Zo moeten er voor zo’n 160 natuurgebieden aparte maatregelen worden getroffen. Provincies en gemeenten beslissen dit in principe – het Rijk bepaalt alleen de beleidsruimte. Maar elke variant brengt politieke pijn (vaak voor de VVD) en komt neer op beperking van bedrijvigheid of individuele vrijheid: minder vee, minder luchtvaart, langzamer autorijden.

Nu is het interessante dat het kabinet, na eerste aarzelingen, al in oktober bepaalde wat absoluut voorrang moet hebben: de bouw.

De bouw mag niet lijden onder de stikstofimpasse. De bouw moet beschermd worden. Alle andere beleidskeuzes zijn ondergeschikt aan de voortgang van de bouw.

Maxime Verhagen had toen de overwinning van zijn lobby kunnen vieren. Hij had in zijn zondagse pak een wijs gezicht kunnen trekken en zeggen: beste veehouders, beste luchtvaartbedrijven, beste autorijders, het kabinet heeft gesproken, als jullie bereid zijn wat in te schikken kunnen we de bouw overeind houden en ondanks de stikstofimpasse blijven werken aan bestrijding van de woningnood.

Maar dit deed hij opnieuw niet. Op 2 oktober klaagde hij in het NOS Journaal nog steeds niet over boeren die bouwbedrijven in de weg zitten. Hij sprak nu, als volleerd CDA’er, de baas van de VVD aan: ‘Premier Rutte, neem regie, want de bouw ligt stil.’

Onhelder bleef waarom hij die aanpak koos. Feit is wel dat ook de CDA-top zich realiseert dat Rutte bij de volgende verkiezingen weer VVD-lijsttrekker is.

De verwachting dat christen-democraten met een nieuwe voorman weer de grootste kunnen worden – je krijgt de indruk dat de top al heeft gekozen voor Wopke Hoekstra –, wordt erdoor getemperd, en dit motiveert natuurlijk om Rutte de stikstofimpasse te verwijten.

In elk geval bleek deze week definitief dat Verhagens opmerkingen sinds september geen slip of the tongue waren.

In navolging van de boeren met hun trekkers (tweemaal) stond woensdag het Malieveld vol bouwmachines. Ook bij die boeren was het protest geprofessionaliseerd, aangezien de agro-industrie het verzet mede initieerde. Het was ook richtingloos verzet, omdat de boeren, net als deze week de bouwers, zich afzetten tegen de partij die hen inzake stikstof volgens de rechter te lang spaarde: de overheid.

Maar vergeleken met de boeren was het bouwprotest wel veel meer een zaak van witte boorden: blinkende machines en bouwvakkers die uitlegden dat ze hier alleen waren omdat hun baas ze dat opdroeg.

Verhagen voerde het witteboordenprotest aan, en de volgende dag opende De Telegraaf met de oproep die de oud-vicepremier toen al een maand in allerlei media aan de premier deed, nu gesteund door de oppositieleiders Asscher (PvdA), Wilders (PVV) en Marijnissen (SP): ‘RUTTE, grijp in!’

Diezelfde middag riep Wilders in de Kamer: „Hébben we nog wel een premier?” En vrijwel unaniem werd besloten tot een debat over, jawel, de regie van Rutte – en zo kreeg Verhagen precies waar hij al sinds september op zinspeelde.

Zonder ironie was het allemaal niet. Want uitgerekend twee dagen eerder, dinsdagmorgen, bleek op Algemene Zaken dat de premier zijn bemiddelende rol in het stikstofdossier nogal had geactiveerd.

In aanwezigheid van verscheidene bewindslieden, bijeen in de Ministeriële Commissie Stikstof en PFAS (MCSP – onthoud die afkorting), veegde Rutte onder meer partijgenoot Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Milieu) de mantel uit. Zij had nagelaten gedetailleerde data over stikstofwinst door lagere maximumsnelheid te produceren, en Rutte dwong haar dit meteen goed te maken. Hij voerde de druk verder op door vrijdag tussen 10 en 11 uur, voor de reguliere ministerraad, extra MCSP-overleg in te lassen.

Zo zagen we hoe het witteboordenprotest van deze week zijn sporen achterliet: in de beleidsdiscussies, maar zeker ook in de politieke lading daarvan.

De uitkomst deed me denken aan een interessant stuk deze week in Sociale Vraagstukken, waaruit blijkt dat het streven van het Rijk naar meer burgerparticipatie stuit op een elementaire handicap: lageropgeleiden vinden zichzelf vaak „geen legitieme actor” voor inspraak, aldus de Rotterdamse socioloog Vivian Visser, die hiernaar promotieonderzoek doet.

Leg dit even naast het witteboordenactivisme van het bedrijfsleven in het stikstofdossier, en je ziet hoe de democratie zich ontwikkelt: de mensen in de beste posities keren zich – soms in valse gedaante, soms met dubbelzinnige bedoelingen – tegen andere mensen in de beste posities.

Zij verwijten elkaar dat ze geen regie voeren, maar in de praktijk zijn zij de enigen die regie hebben.