Het lichaam inspireert schrijvers en muzikanten op Crossing Border

Festival Tijdens de 27ste editie van het jaarlijkse literatuur- en muziekfestival Crossing Border werd vrijdag het lichaam gevierd en tot ongemak verklaard.

De auteur Kate Tempest is zaterdagavond te zien bij Crossing Border
De auteur Kate Tempest is zaterdagavond te zien bij Crossing Border Foto Roger Cremers

Hoe kan het dat je zo goed bent in het schrijven van seksscènes, was de vraag die de Amerikaanse auteur Carmen Maria Machado kreeg voorgelegd tijdens de 27ste editie van het festival Crossing Border in het Spui Theater in Den Haag. „De meeste seksscènes worden geschreven door witte mannen”, antwoordde ze. „Saaaai!”

Het lichaam was de rode draad die vrijdag door het festival liep. Elk jaar treden er zo’n honderd auteurs en muzikanten op, zo ook dit jaar. Er werd voorgelezen, geïnterviewd en opgetreden. Terwijl Machado aftrapte door opgewekt het lichaam te vieren en te vertellen over haar verhalenbundel Het lichaam en andere feesten, ging het bij de andere gasten doorgaans over aftakeling. Of zoals bij Hanna Bervoets juist over het ongemak van het lichaam. Haar zevende roman Welkom in het rijk der zieken gaat over chronische ziekte. „In sicklit zijn de patiënten vaak halve engelen, dat wilde ik juist niet”, legde ze uit.

Thurston Moore (Sonic Youth) gaf een indrukwekkende, snoeiharde performance op Crossing Border.

Foto Vera Marmelo/ Crossing Border

Psychedelisch

Van de muziek vrijdagavond was de Thurston Moore Group nog het lichamelijkst. Ze speelden één liedje – een eerbetoon aan Alice Coltrane van ruim een uur, waarbij de gitaren uiteindelijk los werden gelaten om autonoom feedbackend naar het slotakkoord te dreunen. Eerder die avond had Moore nog blijmoedig zitten vertellen dat in de beginjaren van zijn band Sonic Youth technische vaardigheid bepaald geen aanbeveling was. Maar de tijden zijn veranderd: een indrukwekkende, snoeiharde performance waarbij een deel van het publiek voortijdig afdroop.

De Amerikaan Thurston Moore was met zijn 61 jaar zowel de oudste als de avontuurlijkste van de muziekacts. De bij vlagen bijna psychedelische en fraaie gitaarsoul van Cautious Clay – zaterdagavond in Bitterzoet, Amsterdam – riep associaties op met soundtracks van ‘Blaxploitation’-films uit de jaren zeventig. Willy Vlautin is een Crossing Border-veteraan; zowel met zijn romans als met zijn vorige band Richmond Fountaine was hij al enkele keren te gast, en zijn reputatie was hem vooruitgesneld: de zaal was vol en genoot steeds meer van de statisch gebrachte maar gloedvol gespeelde ‘country noir’ van zijn band The Delines. Veel traditioneler was de country van Tyler Ramsey, met steelgitaar en houthakkershemd.

Ze hadden nooit gedacht: mijn moeder heeft er niet om gevraagd om zo neergezet te worden

Moeder

Terug naar de literatuur: zowel Rob van Essen als Ivo Victoria schreven een roman waarin de dementie van hun moeder een rol speelt. Hoe ver kan je daarin gaan, wilde interviewer Wilma de Rek weten. Was er nu geen moment geweest dat ze hadden gedacht: mijn moeder heeft er niet om gevraagd om zo neergezet te worden. Licht ongemakkelijk schoven de heren op hun stoel. Of hun moeders er nu wel of niet om hadden gevraagd, dat was eigenlijk helemaal niet zo relevant. Niemand vroeg erom om in een boek getypeerd te worden. „Het is een beetje cru om te zeggen, maar de dood van mijn moeder heeft mijn roman eigenlijk gered”, biechtte Van Essen op.

Tijdens het schrijven van Een goede zoon waarin het personage zijn moeder wast en aflegt – gebaseerd op hoe het ook daadwerkelijk ging – had Van Essen zich geen moment afgevraagd of hij die passage moest gebruiken. Achteraf wel, maar die scène was er toch wel heel veel beter van geworden, en daar ging het uiteindelijk toch om.

Dat beaamde Ivo Victoria, die Alles is oké schreef. Het deel waarin zijn moeder de wc niet haalt wanneer ze diarree heeft, schreef hij op zonder erover na te denken. „Ik vind het zelf de mooiste scène in het boek. Dit kan je niet zo verzinnen.”

Outsiders

Het boeiendst werd de uitwisseling tussen Jaap Robben en de Taiwanese auteur Tash Aw. Terwijl Robben over zijn roman Zomervacht vertelde en over de positie die geestelijk en gehandicapte mensen innemen in zijn roman, haakte Aw erop in door te vertellen over het wegkijken van mensen die gehandicapt, arm of anderszins een outsider zijn, terwijl hij dat koppelde aan zijn roman Wij, de overlevenden. Hier werd niet alleen boeiend getheoretiseerd over de rol van het lichaam, en de schaamte en schuld die daarmee gepaard gingen, maar bogen de twee ook naar elkaar toe: ze hingen aan elkaars lippen.