Opinie

Angst en onzekerheid bij het gezag? Ga toch weg

De Rechtsstaat

Soms struikel ik in een interview over een citaat waarvan je proeft dat daar een jurist, of erger nog, een public relationspersoon aan heeft gezeten. De politiechef van Den Haag en omgeving zei in NRC over een arbeidsconflict dit: „ … door haar opstelling is ze uit de verbinding geraakt met haar directe collega’s en was er geen vertrouwen meer.” Wat is dat voor welzijnsjargon, denk je dan, als doorsnee lezer. Als ‘de klik’ er niet meer is ben je kennelijk ‘uit de verbinding’. Annemarie en Jan Kees zijn even uit de verbinding, jongens, dus laten we ze even wat ruimte bieden? Brrr.

Verbinding is natuurlijk codetaal. Degene over wie het hier gaat schond een interne norm die voor die ‘verbinding’ zorgde. Dit gaat over loyaliteit, over solidariteit, over elkaar dekken. Ook als het mis is. Nee, juist als het mis is. Het is de achilleshiel van de politie. Nergens wordt het woord ‘collega’ zo vaak en met zoveel genegenheid uitgesproken als binnen de politie. Is er een politieman aan het woord op tv, dan hoor je ‘collega’ of ‘de collega’s’ al in de tweede zin. Daarachter zit een wereld van gedeelde, vaak heftige ervaringen, die politiemensen samen doormaken en verwerken. Dat leidt tot groepssolidariteit en een gezamenlijk denk- en gedragskader. Opgebouwd in talloze confrontaties waarin het altijd ‘wij’ tegen ‘zij’ is en men elkaar door dik en dun steunt.

Maar degene over wie dit gaat, politievrouw Fatima Aboulouafa, had daar geen zin meer in. Ze zette haar ongenoegen over discriminatie, geweld en een bedorven bedrijfscultuur, waarin agenten zich ‘Marokkanenverdelgers’ konden noemen, op Instagram. En daarna herhaalde ze haar klacht op tv en in de krant. Toen was het dus mis. Haar collega’s vonden dit ‘te confronterend’ en zij mocht van de leiding naar huis, in afwachting van overplaatsing.

Te confronterend – wat een watjes. Uitgerekend de politie, opgeleid om op te treden tegen wie of wat dan ook, kan dit zogenaamd niet hebben. Althans, men besluit dat onderling. Zo’n laf zinnetje betekent dat men het niet wil horen, niet nu, niet van haar, niet op deze manier. „Dit doe je niet”, luidt dan het zelfbeklag. Agent is niet boos, agent is gekwetst! En dus sloten de gelederen zich, met Aboulouafa erbuiten. De burger verliest hier, de politie mist een kans om in de spiegel te kijken, schoon schip te maken. En de norm staat nog overeind.

Elders bestaan dit soort fenomenen ook. Vorige week bracht het magazine Mr. een stuk over de rechtbank Noord-Nederland waarin een aantal anonieme rechters klaagden over een ‘angstcultuur’. Intimidatie, onveiligheid, autoritair gedrag, geen tegenspraak meer mogelijk. Dat is, zacht gezegd, vrij opmerkelijk. Rechters zijn immers zelf autoriteiten, voorzien van de veiligst denkbare rechtspositie, opgeleid om de burger recht in z’n gezicht mede te delen dat hij 25 jaar de cel in moet. Of dat uw kinderen uit huis worden geplaatst. Waar zijn die bang van? Van hun eigen bestuur? Wie dat beweert kan beter even thuis gaan liggen, met een aspirientje, of zo.

Ook hier: angstcultuur is codetaal, voor wat anders. Waarschijnlijk gaat het over onmin en argwaan, jegens de ongewenste fusie tussen de rechtbanken Leeuwarden, Assen en Groningen uit 2013. Jegens de Raad voor de Rechtspraak, de zogenaamde boeman annex stropop van het ministerie, over de werkdruk – kortom over alles wat na het Leeuwarder Manifest landelijk de agenda ging bepalen.

Nu kan angst iedereen overkomen, maar een ‘angstcultuur’ is een gemeenschappelijke constructie, een echoput waarin men collectief slachtofferschap omarmt. Dat geeft alvast solidariteit. De vijand heet bestuur, of president, of dissidente collega-chef. Als angst de dominante beleving of beeldvorming is, dan is dat snel een feit op zich. De betreffende rechtbankpresident, koud in 2017 benoemd, leverde maandag haar functie weer in, in het ‘belang van de rechtbank’.

Ik voorspel een langdurig en niet zo goedkoop organisatie-onderzoek en een (volgende) interim-president. Tegelijk hoop ik op een verplichte ‘intervisie’ voor al die rechterlijke en politieambtenaren die beweren angstig te zijn of kritiek ‘te confronterend’ vinden. (Boe!)

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.