Zo ziet een prins eruit

Het model voor Man in oosters kostuum is oer-Hollands. We zien een verkleedpartij, met tulband en oorbellen.

Rembrandt, Man in oosters kostuum (De nobele slaaf), 1632
Rembrandt, Man in oosters kostuum (De nobele slaaf), 1632 Collectie Metropolitan Museum, New York

De Leidse schilder Rembrandt Harmensz. van Rijn was 25 jaar toen hij in 1631 zijn geboorteplaats verliet om het te gaan maken in de grote stad Amsterdam. Om indruk te maken op potentiële opdrachtgevers begon hij meteen aan het grootste en meest ambitieuze portretstuk dat hij tot dan toe had gemaakt: Man in oosters kostuum, ook wel bekend als ‘De nobele slaaf’. Rembrandt haalde hiervoor al zijn technisch vernuft uit de kast. Van de ruwe huid van het gezicht, met zijn fijngeschilderde baardharen, tot de gladheid van de tulband – alles is met evenveel bravoure geschilderd.

Man in oosters kostuum is een van de topstukken die te zien is op de tentoonstelling Jonge Rembrandt – Rising Star in De Lakenhal in Leiden, over de eerste tien jaar van zijn carrière.

Schilderijen van ‘oriëntaalse’ figuren waren populair in de vroege 17de eeuw, vanwege nieuwe handelscontacten tussen de Nederlandse Republiek en het Ottomaanse Rijk. Maar deze man – een model dat Rembrandt vaker gebruikte – is duidelijk oer-Hollands. Wat we zien is dus een verkleedpartij, met tulband en oorbellen. Zo dachten de Nederlanders dat een Perzische prins of Turkse sultan eruit zou kunnen zien.

2 nov. t/m 9 febr. Lakenhal, Leiden