Admiraal b.d. Michael Mullen in zijn kantoor in Annapolis: „We zijn onze militaire macht een beetje te veel gaan gebruiken; laten we ook de rest van de overheid weer eens inzetten.”

Gabriella Demczuk

‘Trump borduurt voort op beleid van Obama’

Michael Mullen | admiraal b.d. VS Mike Mullen was de hoogste militair onder Obama. Die president begon met wat Trump nu versterkt voortzet: het terugtrekken van Amerikaanse militairen. „Het resultaat is niet al te best.”

Admiraal b.d. Michael Mullen in zijn kantoor in Annapolis: „We zijn onze militaire macht een beetje te veel gaan gebruiken; laten we ook de rest van de overheid weer eens inzetten.” Gabriella Demczuk

Ja, hij staat op de foto – dé foto uit de Situation Room in het Witte Huis. Hij draagt er een eenvoudig legerbruin overhemd, op beide kragen de vier sterren die bij zijn rang horen: admiraal. Rechts voor hem zit president Obama, beetje ineengedoken, met een blauw jack aan. Links zit generaal Webb te kijken op zijn laptop, de vingers op het toetsenbord. Alle andere aanwezigen kijken naar een tv-scherm buiten beeld, waarop ze zien hoe Amerikaanse commando’s zich in Abbottabad, Pakistan, een weg banen naar Al-Qaida-leider Osama bin Laden. Minister Hillary Clinton slaat op de foto een hand voor haar mond. Admiraal Mike Mullen, in mei 2011 als voorzitter van de defensiestaf de hoogste militair van de Verenigde Staten, lijkt onbewogen.

Foto Pete Souza

„Hoe groter de spanning, hoe rustiger ik word”, zegt Mullen. „Ik denk dat ik dat op zee heb geleerd.” Op deze herfstige woensdag komt hij een onaanzienlijk kantoorgebouw binnengewandeld in Annapolis, Maryland. Hij is 73 inmiddels en al acht jaar buiten dienst, maar het gezicht staat nog in dezelfde plooi als op de foto. Zijn schoudertas legt hij op de stoel in het kantoortje van waaruit hij zijn adviespraktijk voert. Hij heeft net college gegeven op de Naval Academy een paar kilometer verderop, waar hij in 1968 afstudeerde. Volgende week zondag zal Mullen op de Nexus-conferentie in Amsterdam spreken over leiderschap.

De afspraak voor dit interview was gemaakt voordat Amerikaanse commando’s vorig weekend IS-leider Al-Baghdadi doodden. Natuurlijk schoten de beelden van toen Mullen te binnen toen hij het nieuws hoorde. „Het was een intense avond”, zegt hij met gevoel voor understatement. De dood van Al-Baghdadi vindt hij „goed nieuws. Een rotzak die veel doden op zijn geweten heeft.”

Deze actie, net als de aanval op Bin Laden, is beslist meer dan symboliek of vergelding voor de slachtoffers, zegt Mullen. „Dit waren twee inspirerende leiders, die met hun charisma rekruten voor hun terreurorganisaties aantrokken.” Maar laat niemand denken dat Islamitische Staat nu verslagen is. „Ze krijgen een nieuwe leider en staan weer op. Je zult je er nooit helemaal doorheen kunnen schieten. Je kunt ze gewoon niet allemaal doden.”

Wat hij hoorde over de operatie, vervult hem opnieuw met ontzag voor de special forces. „Vlekkeloos uitgevoerd. Ze hebben met acht helikopters meer dan een uur over de woestijn gevlogen.” Hij piekert even. „Soms denk ik: doen we het niet té perfect? Het ziet er achteraf moeiteloos uit, maar dat is het niet, het is uiterst riskant.”

Later in het gesprek zal hij een variant op deze gedachte formuleren. „Het is te gemakkelijk om een oorlog in te gaan, en het is bijna onmogelijk om er weer uit te komen.” Wat is de overeenkomst tussen die gedachten? Dat Amerikaanse politici licht, te licht denken over het vermogen van hun superieure militaire macht om complexe problemen op te lossen. Mullen heeft hierover op de universiteit van Princeton gedoceerd, een leergang ‘Zoek de balans tussen de kracht van diplomatie en militaire macht’. „De rode draad: we zijn onze militaire macht een beetje te veel gaan gebruiken; laten we ook de rest van de overheid weer eens inzetten.”

Uit het lood geslagen

Met een militaire loopbaan die vijf decennia omspant, heeft Mullen een scherpe kijk op de wonderlijke omkering van de rollen tussen militair en civiel in de Amerikaanse politiek. In de Vietnamoorlog patrouilleerde hij met een torpedojager op de Grote Oceaan en zag hij de krijgsmacht in duigen vallen na de smadelijke aftocht in 1975. In de jaren erna was hij hoofdingenieur op een groot marinevaartuig. „Ik kon geen enkel reserveonderdeel krijgen, zo hard bezuinigde de politiek op het defensiebudget.”

Twintig, dertig jaar lang werd gewerkt aan de wederopbouw van de Amerikaanse krijgsmacht. De herovering van Koeweit op Irak in 1991 was een eerste teken van herwonnen zelfvertrouwen. „Je kunt het moment waarop de rollen werden omgekeerd haast aanwijzen”, zegt Mullen. In 1992, tijdens de Balkancrisis, riep minister Madeleine Albright van Buitenlandse Zaken tegen chef-staf Colin Powell: „Wat hebben we nou aan dat superieure leger van je als we het nooit inzetten?”

Vanaf dat moment zie je dat de hoogste militairen van het land vaker politici wapengeweld uit het hoofd moeten proberen te praten dan omgekeerd. Dat politici militair geweld inzetten om politieke problemen op te lossen. „Ja. Ja. Tsja”, mijmert Mullen.

Het is een van de belangrijkste lessen uit zijn carrière. „Bij vergaderingen in de Nationale Veiligheidsraad merkte ik hoe moeilijk het was om de discussie over de situatie in Afghanistan weg te sturen van: ‘Hoeveel manschappen hebben we daar? Hoeveel zijn er gesneuveld? Hoeveel Afghaanse militairen hebben we getraind?’ En hoe moeilijk het was om te beginnen over: ‘Hoe staat het met corruptie? Hoe staat het bestuur ervoor? Hoe de rechtsstaat? De economie?’ Je zou denken: dát is het grote plaatje, dát is de sleutel om dat verwoeste land weer op te bouwen. Je zou verwachten dat mensen in de raad wel begrepen dat het militaire element van de operatie een deel was van het werk, niet het énige deel.”

Dat de balans tussen militaire en civiele macht in Washington uit het lood is geslagen, wijt Mullen aan de uitholling van de instituties. „De FBI, Justitie, Buitenlandse Zaken, maar ook de NAVO, hebben ons decennia goede diensten bewezen – en nu staan ze te wankelen.” Dat wordt president Donald Trump altijd verweten. Mullen schudt het hoofd. „Het is al ver voor hem begonnen. Maar het helpt niet dat hij de FBI en Justitie verdacht maakt als een ‘deep state’, als een samenzwering tegen hem. En hij niet alleen hè. Er zijn nu ook senatoren die zeggen: ik denk niet dat ik bij de FBI zou willen werken. Stel je eens voor wat dat betekent voor jongeren die voor de keuze staan welke baan te zoeken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is een behoorlijk deprimerende plek. Het moreel is op een dieptepunt beland, en politici blijven er maar op inbeuken.”

Er is geen handleiding voor de wederopbouw van die instituties, zegt Mullen, maar hij weet wel dat de volgende president er op de eerste dag mee moet beginnen. „Daar hebben we geen dertig jaar de tijd voor.” Waar zou Mullen mee beginnen? „Met de mensen. Nu lopen de mensen in de top en het middenkader weg. Je moet eerst zien dat zij bij die instituties willen blijven.”

Bij de Naval Academy waar hij net college gaf, staan de jongeren in de rij om zich aan te melden, net als voor de andere opleidingen van de krijgsmacht. „Ziedaar de disbalans.”

Witte Huis: ‘giftige’ omgeving

De verhouding is complex, en Mullen heeft aan beide kanten gestaan. Als voorzitter van de defensiestaf kwam hij vaak in het Witte Huis, wat hij in een interview in 2017 een „giftige, lastige, politieke omgeving” noemde. Hij zei het als commentaar op de aanstelling van een handvol oud-militairen in de regering-Trump. Minister van Defensie Mattis, minister van Binnenlandse Veiligheid Kelly (later Trumps stafchef), Nationaal Veiligheidsadviseur McMaster – allemaal generaals. Mullen had er geen goed woord voor over, het kon in zijn ogen alleen maar leiden tot een politisering van de krijgsmacht. „Het ís ook niet goed afgelopen”, zegt hij nu. Alle generaals zijn door president Trump ontslagen of hebben ontslag genomen.

Minister van Defensie Jim Mattis schreef zijn ontslagbrief vorig jaar december, nadat Trump onverwachts had aangekondigd dat hij alle Amerikaanse troepen zou terugtrekken uit Syrië en Afghanistan.

Ook dat was voor Mullen een echo uit het verleden. In 2009 besloot president Barack Obama het aantal Amerikaanse militairen versneld uit te breiden, om een harde slag toe te brengen aan Al-Qaida en de Taliban, en dan na anderhalf jaar de troepen naar huis te halen. De algemene weerzin tegen de oorlog in Irak speelde een grote rol in de verkiezingsoverwinning van Obama in 2008. Hij had beloofd een „ordentelijk einde” te maken aan die oorlog en ook de manschappen uit Afghanistan thuis te brengen.

Dezelfde Jim Mattis, toen nog commandant in Afghanistan, zat zich te verbijten, schrijft hij in zijn autobiografie Call Sign Chaos. „Ik kreeg twee onverenigbare opdrachten. We moesten de Taliban verzwakken […] en ons houden aan een strak schema voor de terugtrekking van onze troepen. We konden het een of het ander doen, maar niet allebei.”

Mullen „zat er middenin”, als voorzitter van de defensiestaf. „Ik weet dat Obama’s besluit de taak van Mattis lastiger maakte. Maar een van de redenen dat ik het accepteerde”, zegt hij, „is dat we al acht jaar met tien-, misschien wel twintigduizend mariniers aan het vechten waren tegen terroristen in de provincie Helmand. Als we nog eens twee jaar verder nog altijd geen duidelijk perspectief zouden zien, dan hadden we echt een ander plan nodig.”

Obama was de president die de koers wijzigde na decennia van interventionistisch buitenlands beleid. Geen isolationist, wel behoedzaam. Hij schroefde op tal van plekken in de wereld de Amerikaanse aanwezigheid terug. „Mijn vrienden in Europa en het Midden-Oosten belden me ongerust op. ‘Laten jullie ons in de steek?’ Natuurlijk zou Obama nooit uit de NAVO stappen, maar hij wilde zich meer op Azië dan op Europa concentreren.”

Mullen grinnikt: „Ik denk niet dat Trump dit graag zou beamen, maar hij heeft op het beleid van Obama voortgeborduurd – en het in sterkere mate voorgezet.” Obama hield zich aan zijn belofte, en trok de Amerikanen terug uit Irak. „Hij deed het schielijk”, zegt Mullen, „en het resultaat was niet al te best. IS kon zich ontplooien op de Syrische puinhopen. Ik ben bang dat Trump hetzelfde zal doen met Afghanistan, met een vergelijkbare uitkomst.”

Trump zei eerder dit jaar dat hij het aantal militairen in Afghanistan wil terugbrengen van 14.000 naar 8.600, voorlopig. Mullen wijst erop dat in het verkiezingsjaar 2020 van alles kan gebeuren. „Mijn vrees is dat Trump in campagnetijd zomaar alle troepen terugtrekt. En er zijn nog heel wat terroristische groeperingen in Afghanistan. Als je het gras niet maait, zoals mijn Israëlische vrienden het uitdrukken, dan komt het weer opzetten.”

Israël kwetsbaarder

Is de plotse terugtrekking van Amerikaanse troepen in Noord-Syrië, op bevel van Trump vorige maand, net zo’n onverantwoord besluit? „Zonder twijfel. Iedereen van wie je zou hopen dat die verliest, heeft hiermee gewonnen. Poetin, Erdogan, Hezbollah-leider Nasrallah in Libanon, president Rohani van Iran. Teherans vurigste wens is nu vervuld: ze hebben vrij baan van Iran tot aan Libanon en staan zo aan de grens met Israël. Het valt mij op dat de Israëliërs zich gedeisd houden, maar ze zijn beslist kwetsbaarder dan een maand geleden.”

President Trump wijst altijd op de kosten van de militaire operaties. Maar, zegt Mullen, de Amerikaanse aanwezigheid in Noord-Syrië was juist een wonder van zuinige doelmatigheid. „Het waren alles bij elkaar misschien tweeduizend Amerikanen die de afgelopen vier jaar – in een coalitie met het Vrije Syrische Leger en de Koerden – ongeveer een derde van het Syrisch grondgebied in handen hadden. Met die coalitie hebben ze IS verslagen – en dan trek je er de stekker uit voor een of andere politieke belofte.”

Het is alsof Mullen zich ineens bedenkt. „Aan de andere kant: hij is onze president. Hij is gekozen, hij moet dat besluit nemen. En zelfs als ik het er niet mee eens ben, je ziet toch vooral hoe ongelooflijk moeilijk het is om militairen terug te trekken uit oorlogsgebied.

„De volgende keer dat we oorlog voeren – ik wil dat natuurlijk niet, maar de geschiedenis leert dat het zal gebeuren – hoop ik dat we een vurig debat hebben in dit land, aan elke keukentafel van elk gezin met kinderen van achttien. Dat het Congres wakker wordt en zijn grondwettelijke plicht vervult en het besluit niet geheel aan de president overlaat. Dan ben ik benieuwd wat we doen.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Oud-legerbaas VS: ‘Trump borduurt voort op beleid van Obama’

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.