De Van Rossems over de tijd dat iedereen opeens communist werd

Zap Sis van Rossem is ziek en dus moeten haar broers Vincent en Maarten zonder haar op reis. Tussen de geintjes en soms suffe uitlegpassages, komen zij tot leerzame gesprekken.

Maarten van Rossem legt zijn broer Vincent iets uit in Broeders in Berlijn.
Maarten van Rossem legt zijn broer Vincent iets uit in Broeders in Berlijn. Beeld NTR

Het is een beetje wennen om het meest curieuze televisietrio van de laatste jaren tot duo ingekrompen te zien. Maar er is niets aan te doen: kunsthistorica Sis van Rossem is ziek en dus moeten haar broers Vincent en Maarten zonder haar op reis. Hun NTR-programma heet niet meer Hier komen de Van Rossems, maar Broeders in Berlijn.

Dat allitereert lekker weg, maar op die nieuwe naam valt wel wat Rossemiaans te mopperen. Want wat blijkt: de heren waren weliswaar in de eerste aflevering in übersexy Berlijn, maar donderdag slenterden ze, de vale hemden over de parmantige buiken geplooid, doodleuk door Leipzig. Volgende week gaan ze naar Dresden. Het eigenlijke onderwerp van de reeks is niet zozeer de hoofdstad, maar de val van de Muur en het „gruwelijke, kleine, achterbakse, klotelandje”, ook bekend als Duitse Democratische Republiek, dat zich achter die Muur bevond.

Het bij vlagen hilarische antitoerisme van de Van Rossems is gebleven, ook zonder Sis. Als historicus Maarten in een Berlijns museum zijn favoriete schilderij (een interieurtje met een raam en een wit gordijn) laat zien, werpt hij de vraag op wat dit doek met de grote bewegingen van de Duitse geschiedenis van doen heeft. Voor de zekerheid kopt hij de voorzet zelf in: „Geen reet!” In een loods die gevuld is met stellages waarin ruïneresten liggen opgeslagen, mompelt hij: „Ze hebben heel Europa naar de kloten geholpen, maar ze hebben de restanten wel ordelijk opgeborgen.”

Broeders in Berlijn - Historische beelden Leipzig, 9 oktober 1989

'Als ze me hadden betrapt voor spionage had ik 12 jaar moeten zitten.' De oproer die leidde tot de val van de Muur begon niet in Berlijn, maar in Leipzig. Maarten en Vincent van Rossem spreken een cameraman die in 1989 stiekem opnamen maakte van de stille protesten daar en die naar West-Duitsland smokkelde. #BroedersInBerlijn

Geplaatst door NTR op Donderdag 31 oktober 2019

.

Broer Vincent (architectuurhistoricus) kijkt zijn ogen uit. Hij is niet alleen vol lof voor de communistische Plattenbau, hij doet ook een bekentenis als hij bij een kolos uit de nazitijd op de stoep staat: „Dit is het steengeworden fascisme. Het erge is dat ik het niet lelijk vind.”

De ironie van de Van Rossems wordt naar de achtergrond gedrongen in goed gekozen gesprekken, zoals dat met een Oost-Berlijner die werd gearresteerd toen hij tegen de communistische partij demonstreerde op het Alexanderplatz. Dat was precies zijn bedoeling, want in de loop der jaren zijn 34.000 politieke gevangenen door de Bondsrepubliek vrijgekocht; de gevangenis kon indirect een route naar het Westen blijken.

Opmerkelijk was het Leipziger gesprekje met de man die met een Marxbaard staand voor een Marxportret in zijn kantoor vertelde dat hij in zijn studietijd Mitarbeiter van de Stasi was geweest en „het een en ander over studenten had doorgegeven.” Dat vond hij „met de kennis van nu” toch wel verkeerd, maar je kreeg het idee dat zijn naïviteit goed was geconserveerd. In de taxi terug haalde Vincent herinneringen op aan de sociale academie in de jaren zestig, toen iedereen ineens communist werd.

In Leipzig ging het over de vernietiging van de dertiende-eeuwse Pauliner Kirche, die op 30 mei 1968 op last van de autoriteiten werd opgeblazen, een zelfs voor de aanhangers van de socialistische heilstaat verbijsterende vorm van cultureel barbarisme. De Van Rossems spreken een oude man die vertelt hoe hij met een honderdtal anderen zwijgend maar machteloos protesteerde tegen de vernietiging – dan zijn de Van Rossems de grapjes ook wel voorbij.

Dat is de kracht van Broeders in Berlijn: tussen de geintjes en de soms suffe uitlegpassages („Dus de Stasi was iets anders dan de politie”) zitten interessante en leerzame gesprekken. De broers zaten in Leipzig, bakermat van de Wende, zelfs ineens tegenover de DDR-leider die de Muur liet vallen: Egon Krenz. Die vatte de geschiedenis van de DDR in één zin samen: „Eigenlijk is het een wonder dat we het veertig jaar hebben volgehouden.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.