Recensie

Recensie Muziek

Toegan Sochiëv heeft een fijne Sjostakovitsj-antenne

Opvolger? Rond het Concertgebouworkest gonst de vraag: wie wordt wanneer de nieuwe chef-dirigent van het gezelschap? Opvallend: de Toegan Sochiëv stond dit seizoen al diverse keren op de bok.

Toegan Sochiëv onderstreepte met slingerhandjes snaakse voorslagen in de violen.
Toegan Sochiëv onderstreepte met slingerhandjes snaakse voorslagen in de violen. Foto Patrice Nin

Sinds het turbulente #MeToo-vertrek van Daniele Gatti hangt er een prangende vraag boven het Concertgebouworkest (RCO): wie wordt wanneer de nieuwe chef-dirigent? Begin dit jaar liet scheidend algemeen directeur Jan Raes in deze krant weten dat het orkest eerst nader kennis wil maken met diverse dirigenten en niets gaat overhaasten.

Zoals daar is Toegan Sochiëv (42), momenteel chef van het Moskouse Bolsjoj-orkest en het Orchestre National du Capitole de Toulouse. Opvallend is dat de Rus het RCO al diverse keren dirigeerde in het huidige, nog jonge concertseizoen. In september volgden na een concert in Amsterdam reizen naar Duitsland en Boekarest. Donderdagavond stond Sochiëv alweer op de bok.

Lees ook een interview met Jan Raes over het ontslag van Gatti

Bekend is dat Toegan Sochiëv over een fijne antenne beschikt voor het werk van Sjostakovitsj. Donderdag liet hij dat horen in diens Tiende symfonie (1953). In een koortsachtig Allegro schetst de componist naar verluidt een muzikaal portret van zijn kwelgeest Stalin, die datzelfde jaar overleed. Geraffineerd was Sochiëv tempokeuze (tikje aan de trage kant, log pompende puls) waardoor het deel nog dreigender klonk.

Rijk palet

Hoe je een rijk palet aan strijkerskleuren uit een orkest puurt, demonstreerde Sochiëv in het eerste deel: korzelige klank in de treurende openingsmaten, striemende bibberstrijkers in een climax, doorschijnende violen in de slotmaten. Ook imposant: zijn ferme greep op de grillige vorm van de finale, waarin de houtsectie van het RCO grandioos haar solistische kwaliteiten tentoonstelde.

Voor de pauze tekende Sochiëv voor een Vierde symfonie van Beethoven met choreografische trekjes. Slingerhandjes onderstreepten snaakse voorslagen in de violen. Een zwierig armgebaar stuurde een melodische estafette door de orkestgelederen. Ritmische een-tweetjes tussen violen en bassen werden tot een fitness-oefening.

Wat klonk was een energieke, contrastrijke uitvoering. Met een jubelende coda in het openingsdeel, een finale onder hoogspanning en magisch verstilde klarinetsolo’s in het Adagio.