Opinie

Supermarktvader

Marcel van Roosmalen

Ik was zo’n vader die zijn kinderen in de supermarkt vrijlaat. Ze gingen dan ook graag met mij naar de Vomar, waar ze zich tot voor kort dan vooral rond het sinaasappelpersapparaat en bij de broodafdeling ophielden. Gisteren was de laatste keer.

Niet alleen hadden ze beiden een mandje met producten naar keus gevuld, die ik later dan weer op gevoel op de juiste plaats moest terugzetten, maar er was vooral een heel circus rondom de oudste dochter (4). Ze had zichzelf uitgekleed en stond bij de diepvriesproducten in haar blootje een balletuitvoering te houden.

Het zoeken van haar kleding, alles lag bij de groenten, en het daarna weer aankleden kostte twintig minuten. Niets vernederender dan in een gangpad liggen vechten met je onwillige kind.

Ik deed alles om die kleren maar om dat lijfje te krijgen.

Terwijl ik bezig was begroette ik dorpsgenoten die opeens wel tijd hadden voor een praatje.

„Ze begint al op je te lijken”, zei een overbuurman.

Een andere man, in wie ik een gemeenteraadslid herkende, begon over een nieuwe rotonde. Moest ik beslist eens heen, in het midden stonden wel zestig verschillende soorten gras. En dat was geen toeval! Leuke reportage.

Tegen mijn dochter zei hij: „Hallo.”

De jongste (2) was er opeens ook weer.

Huilend, knuffel kwijt.

WhatsApp van thuis: Of ik het naar mijn zin had in het winkelhartje, want ze wachtte al een half uur.

Een medewerker van de Vomar bracht een aangevreten broodje dat hij in het gangpad had gevonden. Hadden wij dit gedaan?

Ik, tegen mijn dochters: „Hebben jullie dit gedaan?”

Antwoord: „Nee, wij willen snoep!”

De jongen, net iets te nadrukkelijk: „Ik heb dit voor één keer niet gezien.”

Later fantaseerde ik wat er een volgende keer eventueel zou kunnen gebeuren. De politie bellen?

Weer een half uur later hadden we alle overbodige boodschappen teruggezet en de knuffel gezocht en gevonden.

Ze hadden een leuke middag gehad, zeiden ze tegen hun moeder, toen we door de achterdeur ons huis binnenvielen.

„Verder nog bijzonderheden?”, vroeg ze.

Zo moeizaam als ze in dit dorp communiceren over belangrijkere dingen, zo snel gaat het bij particuliere trivialiteiten. Ze wist het al van haar moeder, die bij de bakker had gehoord dat haar kleindochter naakt door het gangpad van de Vomar stiefelde.

Een van de andere klanten had gezegd: „En die lambal erachteraan, zeker?”

Er waren er, hoorde ik later, die met moeite de neiging hadden kunnen onderdrukken om even bij de Vomar te gaan kijken.

Want zo veel gebeurt hier verder niet.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.