Schrijver Geraldine Schwarz in haar apartment.

Foto Maurice Weiss/OSTKREUZ

‘Streven naar consensus kan een excuus voor lafheid zijn’

Géraldine Schwarz Een land dat in het reine is met zijn verleden, is volgens journalist Géraldine Schwarz minder vatbaar voor populisme. Nederland, dat nog altijd geen excuses heeft aangeboden voor het lot van de Joden, heeft nog wel wat werk te verzetten.

Wil je leren van de geschiedenis, dan moet je haar recht in de ogen durven kijken – voor Géraldine Schwarz, documentairemaker en schrijver van de bestseller Les Amnésiques (De geheugenlozen), is dat geen lege aansporing. Haar Duitse grootouders behoorden in de nazitijd tot de zogenaamde Mitläufer: geen oorlogsmisdadigers of fervente nationaal-socialisten, wel mensen die het allemaal lieten gebeuren. Ook profiteerden ze van de onteigening van een Joodse zakenpartner.

Schwarz: „Juist het feit dat mijn grootouders enkel Mitläufer waren, maakte hen voor mij interessanter dan wanneer zij monsters waren geweest. Veel films en romans gaan over de monsters. Fascinerend, zeker, maar wie identificeert zich met Hitler of Mengele? Mijn grootouders zijn herkenbaar, je kunt hun gedrag begrijpen. Als documentairemaker heb ik geleerd dat getuigen van historische gebeurtenissen zich vaak totaal niet herkennen in de officiële lezing. En ook dat historici in het algemeen weinig aandacht hebben voor de psychologische gesteldheid van mensen, hoe ze de dingen ervaren. Daarom heb ik die persoonlijke geschiedenis door mijn verhaal gevlochten.”

Tijdens ons gesprek op het dakterras van een studio in Parijs, waar ze de laatste hand legt aan een documentaire over de Duitse hereniging in 1990, spreekt Schwarz steeds opnieuw over de noodzaak van een travail de mémoire – of, in het Duits, Vergangenheitsbewältigung. „Met de opkomst van het populisme in Europa zie je ook het revisionisme terugkeren, de manipulatie van geschiedenis voor ideologisch gebruik. Daarom heet mijn boek De geheugenlozen. Zijn we gedoemd na drie generaties dezelfde fouten te maken? Ik heb me geconcentreerd op de periode na de oorlog, ik wilde laten zien hoe Duitsland in het reine is gekomen met het verleden. De eerste twintig jaar na de oorlog gebeurde er niks, men leed aan collectief geheugenverlies. Of erger, men beschouwde zichzelf, zoals mijn grootvader, als slachtoffer. Pas in de jaren zestig kwam het los. Mijn vader keek kritisch naar het gedrag van zijn ouders, terwijl zijn zus het uit liefde en respect juist probeerde te vergoelijken. Omdat ik half-Frans ben, kan ik misschien beter zien wat voor mirakel zich in Duitsland heeft voltrokken. Er is het inktzwarte verhaal van de nazitijd, maar ook de erfenis van het verwerken van deze geschiedenis. Ik wil dat verwerkingsproces onder de aandacht van mensen brengen, vooral van jongeren, omdat juist bij hen de desinteresse voor geschiedenis toeneemt.”

U ziet Mitläufer als uw grootouders niet als slachtoffers van omstandigheden. Juist zij hadden nee kunnen zeggen.

„Onverschilligheid stelt een regime in staat zich te consolideren. Ik wilde niet zeventig jaar later nog eens mijn grootouders veroordelen, maar laten zien hoe je langzaam medeplichtig kunt worden aan een moorddadig regime. Het Derde Rijk was er niet van de ene dag op de andere, Hitler keek voortdurend hoe ver hij kon gaan. De eerste deportatie in Mannheim, de stad van mijn grootouders, was een test. Sommigen juichten die toe, maar de meeste mensen haalden hun schouders op.

„Ik wil mijn grootouders fair behandelen, maar ik heb geen loyaliteitsconflict, zoals mijn tante. Mijn grootvader stierf vóór ik geboren werd, mijn grootmoeder toen ik zes was. Als het overgrote deel van de bevolking niet uit beulen maar uit meelopers bestaat, wat kunnen wij dan achteraf over hen leren? Dat er altijd manieren zijn om een tegengeluid te laten horen, ook zonder dat je leven meteen gevaar loopt. En dat je bepaalde ontwikkelingen ook kunt voorkomen, zodat je uiteindelijk niet hoeft te kiezen. Ik denk dat we ons in Europa op dit moment in zo’n situatie bevinden. Besef dat je geen willoze omstander bent, dat je als individu een rol in de geschiedenis kunt spelen. Vaak genoeg heb je wel degelijk een keus. Je moet alleen wel op tijd kiezen.”

U trekt de lessen van de geschiedenis zonder pardon door naar het heden. Vergelijkingen van het hedendaags nationaal-populisme met de nazitijd worden vaak kwalijk of weinig productief gevonden.

„Door de holocaust en het fascisme raakten de Duitsers uiteindelijk doordrongen van het belang van hun verantwoordelijkheid, individueel en collectief, voor een democratie. Bewustzijn van het verleden zie ik niet zozeer als een morele plicht maar als instrument om wat we hebben, te beschermen. De basis van een democratie is pluralisme. Onder hedendaagse populistische partijen heb je gematigde en meer extreme partijen, maar wat ze gemeen hebben, is dat ze vanuit een idee van ‘het volk’ spreken. Wie daarbuiten valt, wordt niet als burger in een democratie beschouwd, maar als iemand die er niet bijhoort. Men ontkent het beginsel van pluralisme. Ik beschouw dat idee van ‘het volk’ als beledigend, omdat het meestal gaat over mensen onderaan in de samenleving. Men praat over hen alsof ze maar één stem hebben – die van de haat.”

De meeste populistische politici zeggen dat ze juist heel democratisch zijn.

„Ze bedienen zich van strategieën die in 1885 al beschreven zijn door de Franse socioloog Gustave Le Bon in De psychologie der massa’s, een boek dat gretig gelezen is door Mussolini en Goebbels, en wellicht door Hitler. Als je de massa wilt bespelen, schreef hij, moet je gebruik maken van het feit dat de manier waarop mensen dingen ervaren, meestal niet strookt met de realiteit. Dus: roepen dat ons mooie landje kapot gaat, onze schitterende beschaving in puin ligt. De indruk wekken dat Europa hopeloos zwak en decadent is. Dat ons de catastrofe van de ‘omvolking’ te wachten staat. Het gaat niet om een reëel gezichtspunt, de cijfers bevestigen dat beeld niet.

„Ten tweede moet je volgens Le Bon de angsten van mensen exploiteren. Op dit moment zitten we in een identiteitscrisis. Dat is niet vreemd, gezien de globalisering. Waar kom ik vandaan, wie ben ik, welke rol speelt mijn taal, mijn cultuur, mijn ras, mijn ideeën? Dan is het simpele antwoord: nationale identiteit. Dan hoef je jezelf verder geen vragen te stellen. De andere vorm van identiteit, de meer Europese versie, is dat je zelf mag bepalen wie en wat je bent. Als tegenkracht is dat lastig, want je zegt: ik geef jou geen identiteit, ik geef je de vrijheid er zelf een te kiezen.”

„Het fascisme en het communisme probeerden honderd jaar geleden iedereen een enkele identiteit op te leggen. Nu zie je eenzelfde poging tot manipulatie, de vrijheid van mensen moet worden beperkt tot één identiteit. We moeten alert zijn op partijen in Europa die ons gaan vertellen wie wij zijn. Wat Le Bon ook al schrijft, is dat je om de massa te bespelen mensen het gevoel moet bieden dat ze tot een uitverkoren groep behoren. Honderd jaar geleden was het de Volksgemeinschaft. Dat zie je nu bij de alt-right-beweging, dan ben je heel speciaal als je wit, heteroseksueel en christelijk bent. En als laatste moet je de grens tussen leugen en waarheid laten vervagen. Wanneer mensen nergens meer in geloven, alles wantrouwen, zijn ze gemakkelijk te manipuleren. Dat klinkt allemaal behoorlijk actueel, toch?”

Bij de partijen waarover u spreekt, heerst een afkeer van nadruk op de ‘zwarte bladzijden’ van onze geschiedenis. Het zou nodeloze zelfkwelling zijn, gebrek aan zelfvertrouwen.

„Hun pogingen om dergelijk onderzoek te dwarsbomen, vormen voor mij het beste bewijs van het nut ervan. Leren van het verleden betekent dat ik de ervaringen van mijn grootouders gebruik om er wijzer van te worden. In landen waar dat historische zelfonderzoek heeft plaatsgevonden, zoals West-Duitsland, is men tot dusver minder gevoelig voor manipulatie. Zeker, de AfD [Duitse rechts-populistische partij, red.] is ook daar doorgebroken, maar krijgt zelden meer dan 10 procent van de stemmen, terwijl het in het voormalige Oost-Duitsland, waar tijdens het communisme geen enkel zelfonderzoek plaatsvond, bijna drie keer zoveel is. Juist in de landen die fascistisch zijn geweest, zoals Duitsland en Italië, wordt nu fel tegen historisch zelfonderzoek geageerd door populistische partijen. Eerst laten ze het onderscheid tussen goed en kwaad vervagen. Vervolgens geven ze mensen een goed gevoel over zichzelf, mooie herinneringen aan vroeger.”

Begrijpt u dat verlangen naar een goed gevoel? Naar een verleden waarmee men zich positief kan vereenzelvigen, een gevoel van thuis-zijn?

„Jawel, mensen hebben die emotie nodig. Op een Europees niveau is die binding moeilijk op te roepen, omdat de volkeren zo verschillend zijn. Laatst kreeg ik een prijs in Italië en tijdens de ceremonie stond iedereen op om uit volle borst het volkslied te zingen, het Italiaanse. Ik was verbaasd door zoveel emotie en pathos, het ging gewoon om een literaire prijs. Duitsland moet de neiging weerstaan zijn Heimat-trauma te exporteren. Mensen koesteren veelal een speciale band met hun naaste omgeving, die heel concreet kan zijn, hun geboorteplaats, hun taal, hun eten. Daar moeten we niet zo krampachtig over doen. Maar dat kan heel goed samengaan met een idealistisch project als een verenigd Europa, de behoefte om over de grenzen van onze kleine wereld heen te stappen. We hebben beide emoties nodig.”

Een sterke gedachte in uw boek is dat u de verwerking van de oorlog, het historische zelfonderzoek, niet als een gebrek aan zelfovertuiging neerzet, maar als een triomf. De overwinning op het nationalisme is, zegt u, deel van onze gezamenlijke naoorlogse identiteit.

„De totalitaire regimes in de twintigste eeuw zagen onze identiteit slechts als middel om een ideologie te dienen. Nadat die regimes overwonnen waren, kregen we de vrijheid om zelf onze keuzes te maken. Dat is een gemeenschappelijke ervaring in Oost- en West Europa. Ik heb de indruk dat het populisme nu minder sterk is dan een tijdje geleden, dus nu is het moment om de lessen van het verleden tot ons door te laten dringen. Om een volgende golf te kunnen weerstaan. Kennis van het verleden zadelt ons niet op met schuldgevoel en zelfkwelling. Het maakt ons verantwoordelijk voor het heden, dat is iets anders. De geschiedenis herhaalt zich niet, maar we zijn ook niet ineens betere mensen geworden. Wel hebben we nu instrumenten om ons gedrag beter te begrijpen. Het idee dat je lessen kunt trekken uit de geschiedenis is nog niet zo oud, het is echt recent.”

Voor de Nederlandse editie van uw boek schreef u een hoofdstuk over de verwerking van de oorlog in ons land. U bent kritisch.

„Mijn zus woont in Amsterdam. Via haar raakte ik bekend met de Nederlandse neiging om altijd en overal naar consensus te streven. Dat heeft Nederland ontegenzeggelijk veel gebracht, en dwingt in het buitenland bewondering af. In Frankrijk staat men traditioneel vaak onverzoenlijk tegenover elkaar. Het resultaat is stilstand. Maar tijdens de bezetting liet die hang naar polderen zich van zijn tragische kant zien, want de Joodse gemeenschap werd eraan opgeofferd. Het streven naar consensus kan soms een excuus voor lafheid zijn. Natuurlijk werd de overheid gedwongen te werken voor de Duitse bezetter, maar hoeveel ambtenaren gebruikten hun positie om orders te dwarsbomen en vervolgden te helpen? Niet veel. De regering in ballingschap en de koningin gebruikten hun invloed niet om, bijvoorbeeld door radiotoespraken, tot verzet op te roepen. In Nederland werd al in 1937 een richtlijn uitgevaardigd waarin gesteld werd dat in het geval van een invasie de administratie moest worden overgedragen aan de bezetter, opdat het leven van de burger niet te veel zou worden ontregeld. Dan begin je al met een capitulatie, toch, met het opgeven van iedere vorm van verzet?

„Toen ik in Nederland enkele musea bezocht, trof het me dat nauwelijks wordt gerept over de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid. Maar het ging wel vaak over de rol die de bevolking heeft gespeeld. Dat is moedig, dat zie je heel weinig in de rest van Europa. In Frankrijk is het juist omgekeerd. Daar had je eerst de mythe dat zo ongeveer iedereen in het verzet had gezeten. Toen die werd ontmaskerd, wees men vooral beschuldigend naar de machthebbers en ambtenaren van het collaborerende regime in Vichy, terwijl de rol van de burgers die dat regime steunden, zwaar onderbelicht bleef.”

In Nederland leeft de overtuiging dat accommoderen beter is dan confronteren. Om erger te voorkomen, is het argument.

„Dat begrijp ik, maar het is riskant. Denk aan de appeasement van Chamberlain! Ik heb het gevoel dat er nog altijd groot ongemak over die periode bestaat, die een echte verwerking moeilijk maakt. Dat er dertien jaar juridisch gesteggeld is over een nieuw Auschwitz-monument in Amsterdam, vind ik beschamend. Een bevolkingsgroep die een groot stempel op de geschiedenis van de stad heeft gedrukt, is compleet vernietigd en dan is daar in 2019 nog geen opvallend monument aan gewijd? Het huidige monument is heel mooi, maar niemand die het ziet. Er is in Nederland ook geen Holocaustmuseum, terwijl er wel een in Boedapest staat. Nederland weigert nog altijd excuses aan te bieden voor het lot van de Joden, terwijl vrijwel alle Europese landen, Andorra en Luxemburg inbegrepen, dat wel hebben gedaan. Het wijst erop dat men in Nederland nog altijd moeite heeft om met zichzelf in het reine te komen.

Lees ook: Op pallets liggen de stenen voor het Holocaustmonument al klaar

„Dat lijkt me een slechte zaak, want zonder excuses, zonder erkenning van fouten, kun je geen vrede met het verleden hebben, met de slachtoffers, en ook niet met de vijanden van weleer. Dat is een basaal psychologisch feit. Een volwassen democratie moet het verleden onder ogen kunnen zien. Het is zo’n achterhaald idee dat wanneer je demonen uit het verleden oproept, je daar alleen maar minder van kunt worden. Het verleden alleen gebruiken om jezelf een goed gevoel te geven, om te kunnen gloriëren, echt, dat is iets uit de negentiende eeuw.”