Planbureau: het kabinet haalt de klimaatdoelstelling niet

Klimaatakkoord Nederland komt in de buurt van de lagere CO2-uitstoot die het kabinet voor 2030 beoogt, maar haalt die niet. Een stevige CO2-heffing voor de industrie kan helpen.

Naar verwachting rijden er in 2030 meer auto’s op de Nederlandse wegen dan nu
Naar verwachting rijden er in 2030 meer auto’s op de Nederlandse wegen dan nu Robin Utrecht / ANP

Nederland haalt de kabinetsdoelstelling om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten niet, ondanks de extra maatregelen die in juni zijn afgesproken in het definitieve klimaatakkoord. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft berekend dat de reductie ten opzichte van 1990 zal uitkomen tussen de 43 en 48 procent.

De tegenvallende reductie komt niet zozeer doordat de maatregelen in het definitieve klimaatakkoord niet ver genoeg gaan. Het Planbureau spreekt zelfs van „een steviger beleidspakket” in vergelijking met het concept-akkoord van vorig jaar. Een van de oorzaken van de tegenvallende prognose is dat de olie- en gasprijzen naar verwachting lager uitvallen, waardoor het gebruik van deze fossiele brandstoffen toeneemt en dus ook de uitstoot.

„De onzekerheid is groot”, zegt sectorhoofd klimaat en energie Pieter Boot van het PBL in een toelichting op de prognoses. Een koude of zachte winter heeft bijvoorbeeld veel effect op de uitstoot. Maar de voorspelling is ook onzeker „omdat alle voorgenomen maatregelen waargemaakt moeten worden.”

Stevige uitwerking

Het PBL wil niet zeggen of het kabinet extra maatregelen moet nemen. Boot: „Dat is aan de politiek.” Maar het kabinet kan wel zorgen binnen de bandbreedte van 43 en 48 procent uitstootreductie zo hoog mogelijk uit te komen. Boot: „Niet de makkelijke uitwerking kiezen, maar de stevige.”

In de nu geldende Klimaatwet is afgesproken niet na elke nieuwe raming het beleid bij te stellen, legt Boot uit. „Als het kabinet zich daaraan houdt, kunnen ze zeggen: laten we nou gewoon aan de uitvoering beginnen en ons niet helemaal gek laten maken door die ene procent die we niet halen. Misschien zijn volgend jaar de brandstofprijzen weer anders, staan de gascentrales uit en halen we in 2030 die ene procent extra net wel.” Wel is duidelijk dat de ambitie van het kabinet om in Europees verband in 2030 zelfs op 55 procent reductie uit te komen, hoog gegrepen is.

Mobiliteit

Het kabinet scherpte in het definitieve klimaatakkoord voor bijna alle sectoren de maatregelen aan, behalve bij de sector ‘mobiliteit’. Daar valt de uitstoot dan ook hoger uit dan in het concept-klimaatakkoord. Dat komt deels doordat het kabinet besloot elektrische auto’s minder lang te subsidiëren. Ook het aantal auto’s dat op de Nederlandse wegen rijdt, blijkt volgens de laatste prognoses in 2030 hoger te liggen.

Lees ook dit interview met Annemieke Nijhof, vooritter van de klimaattafel mobiliteit: ‘We zijn een fossielverslaafd land’

Of de doelstelling van een CO2-reductie van 49 procent wordt gehaald, hangt voor een belangrijk deel af van de CO2-heffing die de industrie over een deel van de uitstoot moet gaan betalen. Het kabinetsplan voor de heffing vermindert de uitstoot fors, maar het definitieve wetsvoorstel komt pas komende zomer. „De aanpak van de industrie maakt of breekt het totaal. Daar moet het kabinet echt stevig in zijn”, aldus Boot. „Pas in de zomervakantie volgend jaar kunnen we de precieze effecten van het wetsvoorstel doorrekenen.”

Urgenda-vonnis

Uit de vrijdag gepubliceerde berekeningen van het PBL blijkt verder dat Nederland normaal gesproken niet aan het Urgenda-vonnis gaat voldoen. De rechter heeft bepaald dat de uitstoot van broeikasgassen volgend jaar een kwart lager moet zijn dan in 1990. Vorig jaar bekrachtigde het gerechtshof in hoger beroep nog deze eis van milieu-organisatie Urgenda. Volgens het PBL komt de afname uit op 23 procent. Omdat ook deze prognose van veel factoren afhankelijk is, werkt het PBL met een grote bandbreedte: minimaal 19 en maximaal 26 procent bedraagt de broeikasgas-reductie in 2020. Theoretisch kan dus nog aan de Urgenda-eis van 25 procent worden voldaan.

De analyses van het PBL verschenen vrijdag als onderdeel van de eerste ‘klimaatdag’ in Den Haag. In de Klimaatwet die dit voorjaar is aangenomen, is afgesproken dat het PBL jaarlijks een zogeheten Klimaat- en Energieverkenning (KEV) zal uitbrengen. Daarin wordt de voortgang van de energietransitie geanalyseerd. Het klimaatbeleid moet er volgens de Klimaatwet voor zorgen dat de emissie in Nederland in 2050 met 95 procent is afgenomen. Vrijdagmiddag zal het kabinet op de verkenning van het PBL reageren.

Wind en zon

Uit de KEV blijkt onder meer dat de Europese eis voor duurzame energie onhaalbaar is. Van alle energie die in Nederland wordt verbruikt, moet volgend jaar 14 procent afkomstig zijn uit duurzame energiebronnen, zoals wind, zon en biomassa. Nederland komt naar verwachting uit op 11,4 procent.

Volgens Boot kan Nederland op het vlak van duurzaamheid „niet meer het vieste jongetje van de Europese klas worden genoemd”. „We doen het echt niet slechter dan bijvoorbeeld onze buurlanden. Met het huidige beleid lopen we in sommige opzichten voor op Duitsland. Hier worden in 2030 alle kolencentrales gesloten en Duitsland draait nog om die beslissing heen.”

Het PBL constateert dat veel landen worstelen met het in de praktijk brengen van duurzaam beleid. Sowieso schiet het beleid nog tekort. Zelfs als wereldwijd alle nationale doelen worden gehaald, leidt dat tot een temperatuursverhoging van 3,2 graden, terwijl het Akkoord van Parijs als doel had de opwarming tot 2 graden – en het liefst 1,5 graden – te beperken.