Ontuchtzaak oud-hoofdofficier van justitie ten einde door fouten OM

Door een fout van het OM is er „schijn van bevoordeling of benadeling” in de strafzaak. Oud-hoofdofficier Vincent L. wordt daarom ontslagen van rechtsvervolging. Het OM gaat in beroep.
Een rechter met wetboek in de rechtzaal.
Een rechter met wetboek in de rechtzaal. Foto Roos Koole/ANP

Door een fout van het Openbaar Ministerie is een voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie ontslagen van strafrechtelijke vervolging. De 46-jarige Vincent L. werd verdacht van ontucht met een minderjarige. Het OM gaat in beroep tegen de uitspraak.

De rechtbank in Den Haag heeft vrijdag geoordeeld dat de behandeling van de strafzaak door het Openbaar Ministerie „in strijd is met het wettelijke systeem en met de beslissing van de Hoge Raad”.

Vincent L. was plaatsvervangend hoofdofficier bij het functioneel parket in Amsterdam. Hij zou hebben betaald voor seks met een 16-jarige jongen. L. werd in 2017 geschorst toen de ouders van de jongen naar de politie stapten. In 2018 werd hij ontslagen.

Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, bepaalde de Hoge Raad eerder dat vervolging door het OM in Den Haag moest gebeuren en niet door de officieren van het OM in Amsterdam, L.’s voormalige collega’s. „Dit om te zorgen voor een onpartijdige vervolging en berechting van de verdachte.”

‘Schijn van bevooroordeling’

Het OM zette echter geen andere officieren van justitie op de zaak, schrijft de rechtbank in Den Haag. „Het Openbaar Ministerie heeft er voor gekozen de officieren uit Amsterdam de zaak in Den Haag te laten behandelen, als plaatsvervangend officieren in Den Haag.” Door deze manier van handelen kan volgens de rechtbank „de schijn van bevoordeling of benadeling” niet vermeden worden.

Als gevolg van de beslissing kan Vincent L., die nu juridisch adviseur is bij een Amsterdams advocatenkantoor, niet meer vervolgd worden. Volgens de rechtbank is de fout van het OM onherstelbaar. „Daarom komt de strafzaak tegen de verdachte met deze beslissing van de rechtbank tot een einde. Het openbaar ministerie kan tegen die beslissing in hoger beroep gaan.”

Het OM in Den Haag maakte vrijdagmiddag bekend in beroep te gaan tegen de uitspraak. Justitie is van mening dat de beslissing om naar een andere rechtbank uit te wijken niet betekende dat ook de officieren moesten worden vervangen. De officieren die op de zaak werden gezet, waren volgens het OM bovendien al werkzaam bij een ander parket dan L.