La-la-la-la-la – zo van: hier wist ik even niks

Hoe luister je naar een popliedje? Deze keer: een he-le-boel la's.

Concert van Michael Kiwanuka op Songbird Festival in de Doelen Rotterdam.
Concert van Michael Kiwanuka op Songbird Festival in de Doelen Rotterdam. Foto Andreas Terlaak

Je zou het luiheid van de maker kunnen noemen, om een deel van de liedtekst op te vullen met ‘lalalalala’. Zo van: hier wist ik even niks. Toch zijn er weinig outro’s zo catchy als dat van ‘A Horse With No Name’ van America. Eerst dat fabeltje over dat paard en de woestijn, en dan in de laatste minuut alleen nog die ene lettergreep, meedeinend op de inmiddels in het hoofd genestelde melodie. Uitermate meezingbaar.

Het werkt, dus waarom niet? Er zijn desalniettemin liedjesschrijvers die zich een beetje proberen in te dekken door het in de vertelling te verwerken. Ze voeren eerst een personage met zorgeloze inborst op, en díe barst uit in lalalala’s. Doet Van Morrison bijvoorbeeld in ‘Brown Eyed Girl’: hij bezingt een jeugdliefde, lang geleden (laughing and a running, hey, hey) en vraagt haar of zij zich nog herinnert wat ze toen zongen: Sha-la-la-la-la-la-la-la-la, la-la-ti-da.

Of Iggy Pop in ‘The Passenger’, ook zo’n klassieker. De lala’s worden voorafgegaan door een snel, bijna geniepig singin’, zodat het de opgevoerde ik-persoon is die begint te zingen, niet de liedjesschrijver die zijn vertelling onderbreekt met kinderlijke wartaal.

Of je zet de lalala’s in als manier om van de stem een muziekinstrument te maken. ‘Intro’, het eerste nummer van Alt-J’s album This Is All Yours, bevat een he-le-boel la’s, en toch zou je het nummer grotendeels instrumentaal kunnen noemen. Op ‘Baby It’s You’ van The Shirelles, uit 1961, komen ze van een achtergrondkoortje. De la’s geven kleur en smaak, als de garnering van het liedje. En eigenlijk doet Michael Kiwanuka op ‘You Ain’t The Problem’, 58 jaar later, niets anders.