Opinie

Je waant je veilig, maar het nieuwe gevaar zie je niet

Veiligheid

Geen misverstand, handhaving en normstelling moeten op orde zijn, vindt . Maar handhaving is niet zaligmakend.
De criminaliteit kon stijgen doordat de gelegenheid vanwege de groeiende welvaart toenam, de bevolking jonger en meer divers werd en de moraal losser.
De criminaliteit kon stijgen doordat de gelegenheid vanwege de groeiende welvaart toenam, de bevolking jonger en meer divers werd en de moraal losser. Illustratie: Anne van Wieren

Het is mijn favoriete vraag aan studenten: wat is veiligheid? Dat blijkt niet zo’n gemakkelijke vraag. Wanneer is het nu veilig? Er is altijd wel een mogelijke bedreiging te bedenken. Veiligheid is geen eindtoestand – vaak laten we ons gevoel maar beslissen. Het maakt dat iedereen zijn eigen betekenis aan veiligheid kan geven, vooral als het over criminaliteit gaat. Er staat geen maat op veiligheid, en dat maakt het begrip voor misbruik vatbaar.

Wat is er in de afgelopen veertig jaar gebeurd? De CBS-grafieken lijken duidelijk genoeg. Vanaf de jaren zestig zien we een gestage stijging van de criminaliteit, zowel in de politiecijfers als in de bevolkingsenquêtes. Vanaf het einde van de jaren negentig zien we een daling, voor vrijwel alle delicten (behalve huiselijk geweld). Zelfs voor de zogenoemde high impact crime (zoals inbraak en straatroof) geldt: er vallen minder slachtoffers.

De criminaliteit kon stijgen doordat de gelegenheid vanwege de groeiende welvaart toenam, de bevolking jonger en meer divers werd en de moraal losser. Er werd wel gesproken van een amorele tijd. De criminaliteit kon vervolgens dalen doordat mensen vaker en langer achter een beeldscherm plaatsnamen, het aantal jongeren afnam, maar bovenal doordat het veiligheidsbeleid veranderde.

Vanaf eind jaren tachtig voerden overheid en justitie een onafgebroken reeks van maatregelen door. Er kwamen bijzondere opsporingsambtenaren, simpelweg ‘boa’s’ genoemd, een top-600 aanpak waarin zeshonderd veelplegers van delicten werden aangepakt, hufterproof straatmeubilair, tourniquets op de stations, betere sloten op van alles. Er was sprake van een politiek-moreel offensief; vanaf eind jaren tachtig werd Nederland strak getrokken.

Lees ook: ‘Strijd tegen drugsmaffia holt politie in regio uit’

Toch is dit de helft van het verhaal. Want politie en justitie hebben het drukker dan ooit. Nederland werd dan wel strak getrokken, maar de traditionele criminaliteit loste op in iets groters, veel complexer en minder zichtbaar. Daarbij vallen minder slachtoffers.

Er zijn drie nieuwe ontwikkelingen. Ten eerste is er sprake van polarisatie en radicalisering, soms uitmondend in terreur. Weliswaar vallen er in deze gevallen relatief weinig slachtoffers, maar het ontwrichtend effect is groot. De morele angel van terreur steekt diep. Terreur is een symptoom van grotere, sociale spanningen tussen burgers. Het fenomeen ‘de vijand’ is terug op het politieke toneel.

Internet: slecht gereguleerde werkelijkheid

Ten tweede hebben we tegenwoordig te maken met cybercriminaliteit, Internet heeft weliswaar tot minder traditionele criminaliteit geleid, maar creëerde tegelijk nieuwe mogelijkheden voor crimineel gedrag. Fraude bijvoorbeeld, wordt nauwelijks gerapporteerd bij de politie, want de banken vergoeden over het algemeen de schade wel. Internet is een slecht gereguleerde nieuwe werkelijkheid met weinig zicht op verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Ten derde is er sprake van ondermijnende criminaliteit. Daarbij gaat het vooral om de drugsindustrie en de effecten van drugshandel en -gebruik op de samenleving. Autoriteiten en handhavingsorganisaties ontbreekt het vaak aan zicht en greep op de risico’s: het ronselen van jongeren voor drugsdeals, malafide notarissen, verloederende recreatieparken, witwaspraktijken. De omvang en de frequentie van de vangsten geven voldoende aanleiding tot ongerustheid. Het risico op ontwrichting is reëel.

Lees ook: Bitcointerminal is nog geen wasstraat

In al deze gevallen is niet zozeer sprake van high impact crime, met grote gevolgen voor burgers, maar van hidden impact crime, met grote gevolgen voor het systeem. We zien nieuwe fenomenen, met relatief weinig slachtoffers, nieuwe gelegenheidsstructuren, ingewikkelde netwerken en internationale vertakkingen. Zo is de cocaïnehandel gebaseerd op internationale samenwerking binnen een ideale infrastructuur (open grenzen, havens, wegen, internet).

Politiek-moreel offensief

Het eerdere politiek-morele offensief tegen de traditionele criminaliteit schiet tekort. We zijn in een nieuwe fase van veiligheidsproblematiek beland waarbij de mogelijkheden om de problemen te bestrijden of op te lossen wat provisorisch in elkaar lijken te zijn gezet.

We moeten het systeem robuust maken: het moet een klap kunnen opvangen, daarvan kunnen herstellen en vervolgens verbeteren. We moeten kritisch naar de veerkracht van systemen kijken. Immers, dat banken jarenlang witwaspraktijken faciliteerden, wijst op een corrumperend bancair systeem. Dat de drugsindustrie zo gemakkelijk jongeren weet te rekruteren, verwijst naar wijken zonder kansen. Dat cybercriminelen hun gang kunnen gaan, wijst op de noodzaak om de nieuwe virtuele werkelijkheid verdergaand te reguleren.

In veertig jaar tijd ging een daling van traditionele criminaliteit gepaard aan een groeiend risico op ontwrichting van de samenleving. We staan aan de vooravond van een nieuw politiek-moreel offensief, vergelijkbaar met dat vanaf de jaren tachtig, maar dan binnen een totaal andere politiek-morele context.

Lees ook: Een camera aan je huis, zorgt dat voor minder inbraken?

In de huidige digitale en diverse netwerkmaatschappij lijkt geen enkel moreel uitgangspunt nog vanzelfsprekend. Het gevolg is een permanente buzz van meningen, standpunten, normen en waarden. We nemen elkaar de maat en leven in een toestand van permanente verontwaardiging via talkshows, Twitter, columns en politieke opwinding.

Positief beschouwd is er sprake van nieuwe waardendynamiek. Maar in zo’n hypermorele context kan er rond nieuwe veiligheidsproblemen even goed een vorm van hyperdisciplinering ontstaan.

Ontwrichtende criminaliteit

In Nederland zien we een toename van surveillancestrategieën, big data-analyses, predictive policing, de oprichting van een nieuwe drugseenheid. Geen misverstand: handhaving en normstelling moeten op orde zijn. Maar handhaving is niet zaligmakend. Een nieuwe politiek-morele omslag, zoals die vanaf het einde van de jaren tachtig plaatsvond, zou vooral ook moeten werken aan het systeem dat die ontsporing mogelijk maakt.

Denk aan een sociaal offensief in buurten zonder kansen en aan actief investeringsbeleid in krimpgebieden. De groeiende ongelijkheid is niet langer verdedigbaar en heeft een demoraliserend effect. En het wordt tijd voor een breed maatschappelijke debat over het drugsbeleid, niet alleen in Den Haag, maar met horeca-ondernemers, festivalorganisatoren, gebruikers, medici, politie.

In het algemeen zou moeten gelden dat geen disciplinerende maatregel wordt genomen zonder een sociale maatregel. Er bestaat geen grote oplossing voor de ontwrichtende criminaliteit. Veiligheid is geen eindtoestand. We staan aan het begin van een politiek-morele heroriëntatie als het gaat om de inrichting van onze samenleving. Neemt deze totalitaire trekken aan of kunnen we de kwaliteit van onze samenleving verbeteren?

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.