Opinie

Je kan niet tegen ‘groene maandag’ zijn. Toch?

Klimaat Hoe overtuig je klimaatzondaars van de noodzaak voor een duurzame wereld, vraagt zich af. Door hen te raken met een persoonlijk verhaal.
Illustratie
Illustratie Illustratie XF&M

‘Op maandagen eet ik geen vlees of vis meer.” Met die leus ging begin dit jaar de campagne Lundi Vert, ‘groene maandag’, in Frankrijk van start. Vijfhonderd wetenschappers en influencers proberen zo het eetpatroon van de Fransen te veranderen door hen aan te moedigen op maandag alleen plantaardige alternatieven op tafel te zetten. Beter voor de planeet, het dierenwelzijn en hun gezondheid.

Immers, het grootste deel van de ontbossing in de wereld komt voor rekening van de vleesindustrie. De vele bosbranden in het Amazonegebied en elders staan er symbool voor. Daar werden en worden bossen platgebrand om plaats te maken voor vee. De vleesindustrie is ook verantwoordelijk voor 14 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen.

Wie deze feiten onder ogen ziet, kan onmogelijk tegen ‘groene maandag’ zijn, zou je denken. Toch was er meteen forse kritiek, natuurlijk van boerenorganisaties en slagers. En van een groep die ik ‘klimaatzondaars’ noem. Dat zijn mensen van vlees en bloed, die dondersgoed weten dat hun gedrag – vliegen, kleren kopen, autorijden, vlees eten – bijdraagt aan de vernietiging van de natuur en het toch blijven doen. Voorvechters van duurzame transitie lopen tegen een muur als een deel van de samenleving willens en wetens klimaatzonden begaat. Daarom rijst de vraag hoe om te gaan met mensen die te lui of te onverschillig zijn om hun vervuilende leefstijl aan te passen, zonder dat het uit de hand loopt. Is een redelijk gesprek mogelijk?

Lundi Vert

In het Franse debatprogramma Ne touche pas à mon poste! stonden aanjagers van ‘groene maandag’ oog in oog met klimaatzondaars. De laatsten ridiculiseerden de campagne door Lundi Vert in verband te brengen met ‘veganistisch geweld’. Een van hen had zelfs Samedi Rouge, ‘rode zaterdag’, bedacht om zo de consumptie van een heerlijke Franse biefstuk te promoten. Volgens de klimaatzondaars behoren de ondertekenaars van het Lundi Vert-manifest tot de privéjet-vliegende-elite die geen recht heeft het gewone volk voor te schrijven hoe te leven.

Pleitbezorgers voor een duurzame transitie zoals de jonge Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg hebben de wetenschap aan hun zijde. Maar klimaatzondaars willen de feiten en inzichten niet horen. Dat is cognitieve dissonantie: wegwuiven wat niet met je overtuiging strookt en datgene omarmen wat je wereldbeeld bevestigt en je comfortabele status quo lijkt te bevestigen.

Dit ontkennen van onwelkome informatie is hufterig, omdat het collectieve belang en de waarheid ondergeschikt worden gemaakt aan persoonlijke – en korte-termijn – belangen. Je zag het bij de boeren die de stikstofberekeningen van het RIVM in twijfel trekken.

Lees ook: Werken aan de ‘groene worst’

Een tweede verklaring voor het verzet tegen redelijke, duurzame alternatieven is de overvloed aan schijnvrijheid. De klimaatzondaar die stelt dat hij zelf wel bepaalt of hij wel of niet vlees eet, veronderstelt dat die keuze vrij is. In werkelijkheid is dit echter schijnvrijheid. Wij vliegen, consumeren vlees, kopen nieuwe auto’s en ondernemen allerlei vervuilende activiteiten niet omdat wij dat willen, maar omdat wij in samenlevingen worden geboren waar die opties beschikbaar zijn. Ze zijn het product van maatschappelijke structuren.

Klimaatzondaars bedrijven ook een schijnvrijheid omdat hun vervuilende handelingen ten koste gaan van de vrijheid van alle anderen. Mijn vrijheid houdt op waar ik die van de ander aantast, aldus het liberale adagium. Klimaatzondaars plaatsen hun individuele schijnvrijheid boven de collectieve noodzaak voor duurzame transitie en adaptatie. Dit leidt tot een impasse; klimaatzondaars en -verbeteraars staan lijnrecht tegenover elkaar.

Uitzonderingen daargelaten, worden mensen zich niet bewust van klimaatverandering door IPCC-rapporten

Bij een deel van die laatste groep leidt dat tot stress. Doorslaan in een duurzame leefstijl leidt tot ecorexia. „Zodra het ‘goed zijn voor deze wereld’ je ervan weerhoudt te leven, werkt het juist averechts”, schrijft duurzaamheidswebsite Growthinkers. Wie paniek en machteloosheid ervaart over het dreigend einde aan ons voortbestaan als gevolg van klimaatverandering, heeft een klimaatdepressie.

Klimaatverbeteraars die eisen dat de politiek nu eindelijk eens maatregelen neemt, stuiten vaak op onbegrip. Niet zelden worden ze weggezet als hypocriet en naïef. Als klimaatgekkies. De contraproductieve en soms vijandelijke reacties die klimaatverbeteraars oproepen, laten zien dat stijl net zo belangrijk is als inhoud. Mensen overtuigen om naar een duurzame leefstijl over te stappen (zoals plantaardig eten en niet vliegen) doe je niet alleen door middel van feiten en technische antwoorden, maar ook door middel van empathie en persoonlijke verhalen.

Uitzonderingen daargelaten, worden mensen zich niet voor het eerst bewust van de klimaatverandering en de daaraan verbonden noodzakelijke maatregelen door IPCC-rapporten en wetenschappelijke papers te lezen. Eerder worden ze door een dramatische foto, documentaire of persoonlijk verhaal geraakt of worden ze zich bewust van de noodzaak iets te doen nadat ze hun eerste kind hebben gekregen. Kijk naar Al Gore met zijn documentaire The inconvenient truth, naar Sir David Attenborough met zijn programmareeks Our Planet, naar Greta Thunberg met haar besluit om elke vrijdag voor het klimaat te spijbelen. Al deze voorbeelden brengen een grote massa in beweging, omdat ze een duidelijk verhaal vertellen en mensen op een persoonlijk niveau weten te raken.

Luister

Wie een duurzame wereld wil realiseren, moet mensen dus een moment van getuigenis en openbaring gunnen, een verhaal, dat ene moment dat ze geconfronteerd worden met het feit dat het roer 180 graden om moet. Dat gebeurde bij mij toen ik recent verhalen over mijn geboortedorp in Oost-Congo hoorde, en ontdekte dat kleine boeren aldaar moeilijk hun gewassen kunnen laten groeien. De rivier is aan het opdrogen. Sindsdien maak ik mij zorgen dat de kleinkinderen van mijn dorpsgenoten straks hun eigen gewassen niet meer kunnen verbouwen.

Je kunt dus gelijk hebben over de noodzaak voor een duurzame wereld, maar kun je je tegenstander ook overtuigen, kun je hem ook ‘raken’? Bij de koffieautomaat, in de wandelgangen, in de schoolkantine, bij het familiediner: gun jezelf de kans om het gesprek aan te gaan met mensen die nog onvoldoende overtuigd zijn van klimaatverandering en de noodzaak om daar iets aan te doen. Luister naar hun verhalen. Durf ook kwetsbaar te zijn en praat over jouw klimaatdepressie in een vertrouwde omgeving.

Het is niet voldoende om gelijk te hebben – je moet ook aardig zijn. Dat stelde Ryan Holiday eerder dit jaar op website Medium. Volgens de Amerikaanse auteur hangt polarisatie samen met de moeite die wij in andersdenkenden stoppen. Door de algoritmische (online bubbels) en polariserende sfeer hechten klimaatverbeteraars minder waarde aan het overtuigen van mensen die anders denken dan zij. „Dat komt omdat overtuiging niet langer het doel is, maar een signaal. En bij signalering is heftigheid belangrijk, niet kwaliteit”, schrijft Holiday. Met andere woorden, klimaatverbeteraars spreken zich uit om er voor te zorgen dat mensen die hetzelfde denken als zij in hun geloof worden versterkt. De grootste schreeuwers krijgen het podium.

Lees ook: Het klimaat is het Tsjernobyl voor de jeugd

De beroemde toespraak van Greta Thunberg, eerder dit jaar bij de VN, is een illustratie van deze polarisatie. In haar toespraak waarschuwde Thunberg wereldleiders dat „de ogen van de toekomstige generatie” op hen zijn gericht. „En als jullie ervoor kiezen om ons in de steek te laten, zeg ik: We zullen jullie nooit vergeven. We laten jullie hier niet mee wegkomen.” Met die toespraak, en vooral haar toon, inspireerde de jonge Thunberg mensen die zich al wilden inzetten voor een duurzame wereld. Tegelijkertijd zagen klimaatsceptici en klimaatzondaars in Thunberg juist een autist en een snotneus die eerst haar school moet afmaken. Door hun pijlen op de boodschapper te richten, kunnen klimaatzondaars en sceptici de inhoud wegwuiven.

Toch is aardig zijn geen geschikte strategie op collectief niveau. De recente stikstofcrisis in Nederland illustreert dit. Na een tractorintimidatie vorige maand hebben maar liefst vier provincies (Overijssel, Friesland, Drenthe en Gelderland) hun stikstofmaatregelen ingetrokken. Het eerdere besluit van de provincies om de extra stikstofruimte flink te beperken, was gebaseerd op gezond verstand, gesteund door de uitspraak van de Raad van State en de RIVM-stikstofberekeningen. Precies wat een overheid moet doen: langetermijnmaatregelen nemen en collectieve problemen oplossen. Maar het besluit van provinciale – en rijksbestuurders om te zwichten voor de tractorintimidatie is een perfecte illustratie van hoe politieke leiders de samenleving in de steek laten op het klimaatdossier.

Radicale oplossingen

Klimaatverandering is niet alleen een persoonlijk of technisch vraagstuk, het is ook een politiek vraagstuk. Burgers en wetenschappers proberen dag in dag uit klimaatverandering tegen te gaan. Maar ze lopen tegen een muur door gebrek aan politieke daadkracht. De grote vervuilers (zoals boeren- en oliebedrijven) zitten aan tafel als het gaat om de ontwikkeling van duurzame maatregelen. De klimaatheld moet dus radicaal zijn en de overheid onder druk zetten om haar paternalistische rol op te nemen. Denk aan de gordel in de auto of stoplichten: de overheid schrijft voor dat wij ons aan verkeersregels moeten houden. Niet omdat het leuk is, maar omdat het noodzakelijk is.

Dezelfde overheid moet dus radicale oplossingen durven af te dwingen als het gaat om het klimaatvraagstuk, voor de bestwil van de hele samenleving, inclusief dat van klimaatzondaars.

Volgens analisten zijn politici bang om moeilijke maatregelen te nemen omdat ze de volgende verkiezingen niet willen verliezen. Onzinnig! In plaats van te luisteren naar miljoenen mensen, veelal jongeren, die de straat op gaan, kiezen politieke leiders ervoor om het belang van de vervuilers (de vlees- en olie-industrie) te behartigen. Ze stellen onterecht dat een duurzame transitie ingewikkeld is. Wij zijn in een klimaatimpasse beland niet omdat er te veel democratie is, maar te weinig. Daarom kunnen advocaten van een duurzame transitie zich niet permitteren aardig te zijn.

Wij hebben een nieuwe ‘politics of belonging’ nodig, zoals George Monbiot betoogt in Out of the Wreckage, A new Politics for an Age of Crisis. Gesteund met inzichten uit de gedragswetenschap laat de Britse journalist zien dat mensen niet alleen vanuit hun eigen belang en competitie denken, zoals het neoliberale gedachtegoed voorschrijft. Monbiot gelooft, net als historicus Rutger Bregman in zijn boek De meeste mensen deugen, dat mensen altruïstisch en empathisch zijn, dat ze collectieve handeling boven persoonlijk belang plaatsen.

Daarom is een politiek van onderop nodig die feiten en reële zorgen over klimaatverandering vertaalt in beleid. Om dat te realiseren kunnen klimaatverbeteraars niet achterover leunen, maar moeten zij de barricaden op en moeten zij de overheid onder druk zetten om initiatieven van onderop te steunen. Zodat niet alleen de maandag, maar de hele week groen wordt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.