Hij voedde de Eerste Kamer met Europa

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Chris Baljé (1939-2019) zorgde ervoor dat senatoren Europese wetten konden beïnvloeden.

Chris Baljé in 2015. Hij was van 1993 tot 2003 griffier van de Eerste Kamer.

Chris Baljé in 2015. Hij was van 1993 tot 2003 griffier van de Eerste Kamer.

Foto Hans Kouwenhoven / Privé-archief

Zeggen dat iemand verantwoordelijk is voor de oprichting van het EBEK, klinkt niet echt opwindend. Typisch zo’n benaming voor een bureaucratisch instrument. En dat was het natuurlijk ook. Maar wel een instrument met grote gevolgen dat alleen kon ontstaan door de gedrevenheid van één persoon.

Chris Baljé, de begin vorige maand vlak voor zijn tachtigste verjaardag overleden ex-griffier van de Eerste Kamer, was rond de eeuwwisseling de inspirator van het Europees Bureau Eerste Kamer (EBEK). Bedoeld om de Eerste Kamer meer grip laten te krijgen op het Europese wetgevingsproces, maar al spoedig zo succesvol dat het in de Tweede Kamer tot jaloerse blikken leidde. Waarom konden die ‘amateur-politici’ van de Eerste Kamer over een professioneel informatiesyteem beschikken waar de Tweede Kamer slechts van kon dromen?

Het antwoord: de doorzettingskracht van griffier Chris Baljé. Hij was ervan overtuigd dat daadwerkelijke invloed op de ingewikkelde en vaak veelomvattende Europese wetgeving alleen mogelijk was in de vroegste fase van de besluitvorming. Dáár moest het Nederlandse parlement dan ook aanwezig zijn. Dat had veel meer zin dan bemoeienissen met uitvoeringsdetails van de wetten als die er eenmaal lagen. En als de Tweede Kamer geen interesse toonde voor de volgens hem cruciale voorbereidingsfase, moest de Eerste Kamer het maar doen, vond Baljé eind jaren negentig, toen de Europese integratie in een stroomversnelling was geraakt.

Binnen het beperkte budget van de Eerste Kamer kwam er speciale ambtelijke ondersteuning en werd in samenwerking met het Parlementair Documentatie Centrum een website ontwikkeld om documenten te ontsluiten. In 2002 meldde de Tweede Kamer zich enigszins beschroomd: of men met de Eerste Kamer mee mocht doen. Nog altijd is Europapoort één van de meest geraadpleegde websites in Nederland door degenen die de weg zoeken in het Europese regelgeving labyrint.

Baljé was er de man niet naar om zijn succes breed uit te venten. Maar stilletjes genoot hij er wel van, weten mensen uit zijn omgeving. „De totstandkoming van dit bureau was echt zijn grote verdienste”, zegt Frits Korthals Altes (VVD), van 1997 tot 2001 voorzitter van de Eerste Kamer. Hij was een uitgesproken Europeaan. Een mentaliteit die, zoals bij zoveel mensen uit die generatie, gevormd was door de Tweede Wereldoorlog.

Eén van de eerste herinneringen van Baljé was die aan een Duitse soldaat op zoek naar zijn vader, die zijn karabijn door de opening van een tuindeur van hun Rotterdamse huis op hem richtte. „Hij noemde zichzelf een oorlogskind”, zegt zijn zoon Christiaan. De ‘nie-wieder-krieg’-gedachte was bepalend voor zijn keuze voor Europa.

Baljés vader was ingenieur bij de Rotterdamse PTT en schreef daarnaast bij voorkeur ’s nachts lesboeken elektrotechniek voor de HTS. Die voorkeur voor actief zijn in de late avond en nacht nam Chris van zijn vader over. Dan werd er geschreven. „Hij had een enorme productie”, zegt zoon Christiaan.

Maar wat schreef hij dan? Van alles. Historische verhandelingen, bijdragen voor het blad Liberaal Reveil van het wetenschappelijk bureau van zijn partij, de VVD, stukken over Europa voor diverse bladen. Weinig dingen waar hij geen verstand van had, zegt zijn zoon. Dat gold ook voor zijn muzieksmaak. Opera, jazz, klassiek, maar hij liep op latere leeftijd ook niet weg voor nummers van de popgroep Guns N’ Roses

„IJveren voor jezelf”, was Baljés motto. Vaak gevolgd door de verzuchting: „Hoe meer ik leer, hoe dommer ik word”. Nadat hij gymnasium A én B had afgerond, studeerde hij in Utrecht cum laude af in geschiedenis. Dit vak bracht de Tolkien-liefhebber in de praktijk als wetenschappelijk hoofdmedewerker Eigentijdse Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Baljé verhuisde met zijn gezin naar Groningen, waar hij bijna twintig jaar voor de VVD lid was van de Provinciale Staten. Begin jaren negentig stond hij op een onverkiesbare plaats voor de Eerste Kamer, maar kwam in een andere functie in diezelfde Kamer terecht door zijn benoeming als griffier. Hij bleef daar tot zijn pensioen in 2002.

Baljé wist alles, kende iedereen op en rond het Binnenhof, maar ging discreet met zijn kennis om. Hoewel? „Hij was aardig van de Haagse dingen op de hoogte”, zegt Korthals Altes met een veelbetekenend lachje.