Het Italiaanse voetbal moet nu echt eens wakker worden

Racisme De Serie A kent meer racistische incidenten dan andere Europese voetbalcompetities. Volgens spelers, trainers en bestuursleden verslechtert de situatie in Italië zelfs. Fanatieke supporters zien het probleem niet.

Atalanta-fans schreeuwen richting Napoli-speler Kalidou Koulibaly.
Atalanta-fans schreeuwen richting Napoli-speler Kalidou Koulibaly. Foto Matteo Ciambelli

Een paar weken geleden wilden fans van Internazionale via hun Facebookpagina spits Romelu Lukaku, moed inspreken. Dat begon zo, in kapitalen: „Open brief aan Romelu Lukaku. De Italianen zijn geen racisten.”

Lukaku is dit seizoen van Manchester United naar Milaan gekomen. Met zeven goals in tien wedstrijden heeft de Belgisch-Congolese voetballer in de Italiaanse sportpers al de bijnaam ‘Lukiller’ gekregen. Maar hij valt ook op een andere manier op. Nadat hij begin september door supporters van Cagliari was uitgejouwd met oerwoudgeluiden en racistische opmerkingen, reageerde hij boos op Facebook: „Dames en heren. We zijn in 2019”, schreef Lukaku. „In plaats van dat we vooruit gaan, gaan we achteruit.”

En toen was het seizoen nog maar net begonnen. De afgelopen weken is er in Italië een hele reeks racistische incidenten geweest.

Spelers, trainers en bestuursleden waarschuwen dat het alleen maar erger wordt. Ivan Gazidis, de directeur van AC Milan: „Het Italiaanse voetbal moet wakker worden en een hard standpunt innemen tegen racistisch gedrag.” Edin Dzeko, de Bosnische spits die van Manchester City naar AS Roma is gekomen: „Ik denk dat [racisme] in Italië misschien een groter probleem is dan in andere landen, vooral Engeland. Het is in Italië veel groter dan verwacht.” Gianni Infantino, president van de FIFA: „In het voetbal en in de samenleving mag geen racisme zijn. In Italië is de situatie niet verbeterd. Dit is ernstig.”

Lees ook: Racisme in het voetbal is geen plaag uit het verleden

Antonio Conte, na drie jaar bij Chelsea terug in Italië als coach van Inter, zei eerder dit seizoen op een persconferentie: „Racisme is een probleem in Italië [...] en na drie jaar elders vind ik dat Italië achteruit is gegaan. Mensen schrijven iets [op sociale media] alleen maar om de haat aan te wakkeren. Italië is de laatste tijd een stuk slechter geworden en daar hebben we allemaal schuld aan. We hebben het hier over iets waardoor de komende generatie leert te haten en geweld te gebruiken.” Carlo Ancelotti, nu weer terug bij Napoli, heeft zich in vergelijkbare zin uitgelaten.

Maar Lukaku en Dzeko, Conte en Infantino, en al die anderen die zeggen dat het de spuigaten uit loopt in Italië, hebben het volgens de supporters van Inter verkeerd begrepen. Na de hoofdletters in de open brief aan Lukaku, volgde de uitleg in gewone typografie. Ze verdedigden de supporters van Cagliari. „In Italië hebben we bepaalde ‘manieren van doen’ alleen maar om het team te helpen en te proberen de tegenstanders nerveus te maken niet uit racisme maar om hen fouten te laten maken. We zijn geen racisten.” Oerwoedgeluiden? Zie het als een vorm van respect omdat ze bang zijn voor wat je kan, schreven de Inter-supporters. Zeggen dat racisme een probleem is, leidt alleen maar tot „repressie van alle supporters, waaronder die van jou.”

Dit seizoen is de wedstrijd Atalanta-Fiorentina even stilgelegd wegens racistische koren vanaf de tribunes tegen de Braziliaan Dalbert, van Fiorentina. Is de Bosniër Miralem Pjanic van Juventus in Brescia uitgescholden voor zigeuner. Is de Ivoriaan Franck Kessié van Milan bij Hellas Verona onthaald op oerwoudgeluiden.

Het zijn alleen nog maar de belangrijkste incidenten in de Serie A, de hoogste divisie. De socioloog Mauro Valeri houdt ook bij wat er in de lagere regionen van het Italiaanse voetbal gebeurt, incidenten die vaak de landelijke pers niet halen. Hij telde de afgelopen twee seizoenen zeker tachtig racistische incidenten.

Politieke klimaat

In Rome, waar AS Roma afgelopen zondag won van Milan (2-1, met een goal van Dzeko) erkennen supporters dat racisme een probleem is. Maar kok Cristiano Gianetti, die met zijn twee vrienden moeiteloos opgaat in de groep ultra’s, zegt dat ‘zijn’ supporters zich daar niet schuldig aan maken. De Nederlandse aanvaller Justin Kluivert was die wedstrijd geschorst. Maar, zegt Gianetti: „Als we al ‘boe’ zouden roepen tegen Kluivert is dat omdat hij iets fout doet, bijvoorbeeld de bal weer eens niet afgeeft. We kijken alleen hoe iemand speelt. Je moet nooit mensen beoordelen op hun huidskleur.”

Marco Miconi, die voor het eerst zijn zoontjes van vier en zes bij zich heeft naar het stadion („Ik hoop dat ze genieten van al het zingen”) concludeert dat door het politieke klimaat in Italië racisme in het stadion is aangewakkerd. Hij noemt niet Matteo Salvini, de populaire leider van de anti-migratiepartij Lega, maar constateert dat extreem-rechts sterker en zichtbaarder is geworden en daarbij erg tamboereert op buitenlanderhaat.

Tijdens de wedstrijd blijven de spreekkoren beperkt tot een welgemeend „Milan, Milan, vaffanculo” , vanaf de Curva Sud (de tribunes aan de zuidkant van het stadion), dat vanaf de andere kant door de ‘klootzakken’ uit Milaan op gelijke wijze wordt beantwoord. Maar ook Roma, dat met clubs als Juventus, Milan en Pescara voorop loopt in het aan de kaak stellen van racisme, kent zijn problemen. De Braziliaanse verdediger Juan Jesus besloot vorige maand op Instagram te laten zien wat hij na de 2-0 nederlaag tegen Atalanta naar zijn hoofd had gekregen van een ‘fan’ van Roma. „Vervloekte aap” en „Je hoort eerder in een dierentuin”.

Jesus schreef erbij: „Ik ben trots op wat ik ben.” En ook: „Roma, jullie weten wat te doen met zo’n fan.” De club kwam inderdaad meteen in actie en legde de supporter een stadionverbod voor het leven op – een primeur. De dader, die eerder racistische reacties had gestuurd naar onder andere Kessié, klaagde in de pers dat hij als zondebok is aangewezen en dat zijn ‘privé-bericht’ aan Jesus met naam en toenaam in de publiciteit is gebracht. Ik ben echt geen racist, was zijn verweer.

Datzelfde zei de 80-jarige Luciano Passirani. Hij werkte 27 jaar in diverse functies bij Atalanta, en ook bij andere clubs. De laatste jaren was hij voetbalanalist bij Telelombardia en hij had dit seizoen een heel eigen manier om Lukaku te prijzen. Er zijn weinig spelers zoals hij, zei Passirani. Hij kan zijn ploeg op sleeptouw nemen en het is bijna onmogelijk om hem af te stoppen. „Of je hebt tien bananen bij je en die geef je hem te eten.” Na deze opmerking werd Passirani op non-actief gesteld.

Alertere scheidsrechters

Damiano Tommasi, de voorzitter van de Italiaanse spelersbond, zegt dat „gelukkig” het bewustzijn groeit dat er iets moet gebeuren aan het racisme. „Ook in het buitenland is racisme, maar de reactie is daar harder en sneller”, zegt hij in een telefoongesprek. „We moeten ons beter realiseren dat het niet normaal is.”

Tommasi vindt dat scheidsrechters wel wat alerter kunnen reageren op bepaalde situaties. „Bijvoorbeeld door met elkaar in een hoek van het veld te gaan staan.” Volgens de huidige regels kan een wedstrijd worden stilgelegd als racistische koren na twee waarschuwingen via de omroeper van het stadion niet ophouden. Maar heel vaak gebeurt zoiets niet.

Leg het probleem niet bij de scheidsrechters neer, reageert Marcello Nicchi, president van de scheidsrechtersassociatie. Die hebben al genoeg om op het veld in de gaten te houden. Tegen Corriere dello Sport zei hij: „Het belangrijkste is het probleem niet te onderschatten. Racisten zouden meteen moeten worden geïdentificeerd, aangehouden en in de gevangenis gezet.” Camera’s genoeg. Er zijn andere mensen die beter kunnen letten op wat er op de tribunes gebeurt: waarnemers van de Serie A, politieagenten. Schorsing van een wedstrijd betekent een probleem van openbare orde, want dan moet het stadion op een ordelijke manier leeg, zegt Nicchi. Hij vindt dat het niet aan een scheidsrechter is om zo’n ingrijpend besluit te nemen.

In Italië weet iedereen welke supporters de meeste problemen geven, maar vooral die van Lazio zijn berucht. Topspeler Paolo Di Canio haalde in 2005 de wereldpers toen hij na een prachtig doelpunt tegen stadgenoot Roma met gestrekte rechterarm de fascistische groet bracht aan de tifosi van Lazio. Later werd hij tv-commentator, maar Sky Italia verbrak het contract met hem toen hij liet zien dat hij op zijn rechterarm ‘DUX’ had laten tatoeëren, de verwijzing naar de fascistische leider Benito Mussolini.

De harde kern van Lazio noemt zich ‘Irriducibili’, letterlijk: de fanaten. Di Canio is er ook lid van geweest. Die groep heeft een lange geschiedenis van racistische, anti-semitische en homofobe incidenten. Zij presteerden het op 24 april, de dag voor Bevrijdingsdag in Italië, ter gelegenheid van de bekerwedstrijd Milan-Lazio een spandoek te tonen waarop stond ‘Eer aan Benito Mussolini’. Zij zaten in 2017 ook achter de bewerkte foto’s van Anne Frank in het shirt van aartsrivaal Roma.

Hun hoofdkwartier is vlak bij de langgerekte via Tuscolana, in een van de slechtere wijken van Rome. Blokken van hoge flats die hun beste tijd hebben gehad. Meer rommel op straat dan elders in de stad. Een automatiek waar je in plaats van kroketten verschillende soorten cannabis („grown Amsterdam”) uit kan halen – nadat je je persoonsgegevens hebt ingetoetst. Een elektriciteitshuisje op het pleintje is volgeplakt met martiale posters van de extreem-rechtse splintergroep Acca Larenzia. Op de muur naast de deur van het hoofdkwartier van de Irriducibili staat een doodshoofd geschilderd. De deuren staan open, maar de begroeting is niet erg hartelijk.

„Wat komt u doen?”

„Ik ben een Nederlandse journalist en ...”

„U mag hier niet naar binnen. We zijn een culturele vereniging. Alleen voor leden.”

„Maar de deuren stonden open.”

„Niet voor u. U moet gaan.”

De lichaamstaal van het groepje van vier grimmige mannen onderstreept het gesprekje. Dan maar proberen bij de winkel ernaast, waar de lichtblauwe shirts en andere memorabilia van Lazio te koop zijn. Je moet aanbellen. De man achter de kassa laat niemand binnen, maar komt zelf naar buiten. Misschien lukt het op een andere manier om mensen iets te laten zeggen. De voormalige Nederlandse international Aron Winter speelde van 1992 tot 1996 voor Lazio. Als begroeting hadden ‘fans’ spandoeken opgehangen met teksten als „Winter raus”, maar met zijn goede spel op het middenveld wist Winter de harten van de meeste Lazio-supporters te winnen.

Buongiorno, ik kom uit Nederland en ik ben benieuwd naar jullie herinneringen aan Aron Winter.”

De shirtjesverkoper zegt niets en loopt voor overleg naar de buren. Na een paar tellen is hij terug.

„U moet hier niet zijn.”

„Het was een simpele vraag.”

„Daar zeggen we niets over.”

„Dan ga ik wel naar het stadion om het daar aan tifosi van Lazio te vragen.’’

„Dat kunt u beter niet doen, in het stadion over zulke dingen praten. Arrivederci.’