Opinie

Een Brits geval van sado-populisme

Maarten Schinkel

Een man komt aan de macht met wilde beloften, en voert vervolgens een beleid dat precies die mensen pijn doet die op hem hebben gestemd – met instemming van henzelf. Donald Trump? Het is ook best een aardige typering van de Britse premier Boris Johnson. Zeker nu via de Financial Times een plan van zijn kabinet is uitgelekt waarin ruimte wordt gemaakt voor een verregaand gedereguleerd Verenigd Koninkrijk na de Brexit.

Het document stelt volgens de FT dat er „ruimte is voor interpretatie” van het gelijke speelveld dat het VK en de EU afspreken wanneer de Britten de EU eenmaal hebben verlaten. Het VK kan dan na verloop van tijd allerlei standaards gaan verlagen - van arbeidsvoorwaarden tot milieu en belastingen - om zo te concurreren met het continent.

Er is al langer een naam voor deze strategie: Singapore-on-Thames – hetgeen overigens best een belediging is voor Singapore. Het VK wordt in dit geval een gedereguleerd eiland voor de Europese kust. De Duitse bondskanselier Merkel vreest er voor. Ook de Franse president Macron houdt hier rekening mee.

Voor de Britse Leave-stemmer belooft het allemaal weinig goeds. Er bestond al een vermoeden over wie hij of zij nu eigenlijk is. Begin dit jaar gaf uit een uitgebreid onderzoek in het European Journal of Political Economy uitsluitsel. De typische Brexiteer is over het algemeen wat ouder, ‘wit’ (zoals dat tegenwoordig heet), laag opgeleid, moeilijk bemiddelbaar, niet erg gezond en vaak afhankelijk van sociale voorzieningen. De Leave-stemmer is, kortom, de eerste die lijdt onder de moeilijke tijden die aanbreken na de Brexit. En al helemaal onder de afbraak van de zekerheden die van het VK een gedereguleerd goedkoopte-eiland moet maken.

Waarom voelen zij zich dan aangetrokken tot een politiek leider die hun pijn doet? De Amerikaanse historicus Timothy Snyder (hier vooral bekend van zijn boek Bloedlanden) kwam twee jaar geleden al met de term ‘sado-populisme’. Hij had het toen vooral over de Amerikaanse president Trump, die alle voorzieningen en zekerheden afbreekt waar zijn eigen kiezers het meest aan hebben en die de belasting voor de rijken heeft verlaagd, maar er desondanks bij zijn achterban niet minder populair door wordt.

Waarom sado-populisme volgens Snyder kennelijk werkt, is wellicht het vermoeden van de kiezers dat anderen nóg meer pijn zullen lijden dan zijzelf: nieuwkomers, of het Europese continent. Het verband tussen de Brexit en sado-populisme is niet nieuw. De Ierse schrijver Finlan O’Toole liet het concept er al op los in zijn deze zomer verschenen boek Heroic failure: Brexit and the politics of pain. In een vraaggesprek met een Australische krant daarover zei hij: de Brexiteers „willen de laatste ketenen losmaken van de vrijemarktkrachten die juist de pijn hebben veroorzaakt. Ze bieden achtergebleven gemeenschappen een gekarteld scheermes van Engels nationalisme aan, en zeggen: snij je maar, dat voelt goed.”

Is het concept van sado-populisme overtrokken? Snyder, een expert in autoritaire regimes en hun geschiedenis, wijst erop dat de burgers gewend kunnen raken aan het idee van een overheid die hen alleen maar beschadigt. En die bij iedere pijnscheut meer vertrouwen verliezen in de democratie.

Maarten Schinkel vervangt deze week Marike Stellinga.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.