Kadé (14): ‘Door mijn knie kon ik een jaar niet spelen’

Jong! In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Kadé Mpia Bosenzo (14). Aanmelden: pubers@nrc.nl.

Ouagadougou

„Mijn eerste herinneringen zijn uit Ouagadougou, Burkina Faso. Mijn moeder en ik woonden in een best wel groot huis met een héle grote tuin. Ik ging naar de internationale school. Na school deed ik veel sport: voetbal, basketbal, tennis, golf. Later woonden we anderhalf jaar in Ivoorkust, een jaar of zes geleden zijn we in Nederland gaan wonen. Ik vond dat niet erg, ik wou ook mijn familie hier zien. En ik wil profvoetballer worden. Dat is lastig in Afrika. Ze hebben niet veel clubs en scouts, het is heel ongeorganiseerd.”

Playstation

„Door een knieblessure kon ik een paar maanden niet voetballen. Omdat het niet beter werd, besloten we dat ik vorig seizoen rust zou nemen. Eerst tenniste en golfde ik nog wel, maar ik bleef last van mijn knie houden. Uiteindelijk deed ik niks meer. Na school ging ik maar op de Playstation. Ik bleef ook vaak thuis met hoofdpijn, miste veel lessen. Ik was ziek en zwak, alles ging slecht. Ik ben blijven zitten. In de zomervakantie besefte ik ineens dat het zo niet ging werken. Ik kocht van mijn zakgeld pionnetjes en ballen en ben elke dag van de vakantie naar een veldje gefietst om te trainen, de hele dag. Dit seizoen ben ik bij een nieuwe club begonnen. Eerst in een laag team, maar na twee trainingen kwam er al een selectietrainer naar me toe. Een week later mocht ik in het eerste. Ik ben echt blij. Het was mijn doel, zo snel mogelijk naar een hoger team.”

Actie vanaf de middellijn

„Het was wel spannend, in één keer weer in het hoogste team. Ik had een jaar niet gespeeld. Uiteindelijk dacht ik: ik ga gewoon lol hebben en mijn best doen. Er kwam een wedstrijd: ik mocht de laatste vijf minuten erin en scoorde. De volgende wedstrijd kwam ik al na zeven minuten erin. We stonden 4-1 achter. Ik maakte een actie vanaf de middellijn en scoorde. Daardoor kwam het hele team weer een beetje op spin. Uiteindelijk werd het 4-4.”

Met z’n achten

„Mijn familie gelooft erin dat ik in voetbal iets kan bereiken. Ze supporten me heel erg. Mijn vader komt naar al mijn wedstrijden. Hij komt uit Congo, ik spreek Frans met hem. Hij verstaat wel Nederlands maar wil het gewoon niet leren. Bij hem thuis zijn we met zijn achten. Eerst vond ik het daar niet leuk. Ik mocht nooit naar vrienden toe, ze moesten altijd bij mij komen en er was niets te doen. We hadden geeneens een goede bal. Maar het is nu echt leuk geworden. Ze snappen dat ik wat verstandiger en ouder ben en laten me gewoon mijn eigen ding doen. Mijn stiefmoeder is voor mij echt een tweede moeder. Pas zei ze nog dat ze zich geen betere stiefzoon kon wensen. Ik ben heel aardig voor mijn zusjes en zie mijn stiefzus echt als zus. We maken altijd veel grappen.”