Dna-match op het slagveld: snel, sneller, snelst

Forensisch onderzoekCommando’s hebben de identiteit van IS-leider Al-Baghdadi ter plekke in recordtijd vastgesteld. Hoe ver staat de dna-techniek?

Luchtbeeld van de plek waar Abu Bakr al-Baghdadi gedood zou zijn.
Luchtbeeld van de plek waar Abu Bakr al-Baghdadi gedood zou zijn. Foto Omar Haj Kadour/AFP

Een kwartiertje zouden de Amerikaanse special forces nodig hebben gehad om met een dna-test de identiteit van Abu Bakr al-Baghdadi te bevestigen. Dat leek althans de suggestie van de Amerikaanse president Donald Trump tijdens de persconferentie in het Witte Huis over de uitschakeling van de leider van terreurorganisatie IS.

„Identificatie in een kwartier lijkt mij sterk”, zegt Peter de Knijff, hoogleraar populatie- en evolutiegenetica aan het Leids Universitair Medisch Centrum en hoofd van het forensisch laboratorium voor dna-onderzoek. „Dna-identificatie is tegenwoordig met speciale apparatuur haalbaar in een paar uur. Maar vooropgesteld natuurlijk wel dat je materiaal hebt waarmee je het kunt vergelijken. Je hebt minimaal de dna-vingerafdruk van familieleden in de eerste graad nodig, om een betrouwbare identificatie te kunnen doen. Maar het liefst natuurlijk een dna-monster van de terrorist zelf.”

Abu Bakr al-Baghdadi. Foto Reuters

Trump verklaarde in de persconferentie zondag dat zijn mensen inderdaad beschikten over het dna van Al-Baghdadi zelf. „Meer nog dan dat zij zich zouden wensen, voegde hij eraan toe.

De Amerikanen blijken het dna-profiel van Al-Baghdadi al in handen te hebben gekregen toen hij in 2004 in Fallujah gevangen werd genomen. De Amerikaanse krant Roll Call kreeg deze week een Amerikaans militair dossier toegespeeld over gevangene Ibrahim Awad al-Badry (Al-Baghdadi’s oorspronkelijke naam) waaruit blijkt dat zijn dna in 2004 is afgenomen en later naar de FBI is verzonden. In 2014, het jaar waarin Al-Baghdadi het kalifaat uitriep, werd zijn ingevroren dna-monster overgebracht naar het Armed Forces DNA Identification Laboratory op een luchtmachtbasis in de Amerikaanse staat Delaware.

Lange onderbroek

In de aanloop naar de actie om hem te arresteren of te doden, is er opnieuw dna-materiaal van hem en zijn familie verzameld, onder meer om zekerheid te krijgen dat hij zich inderdaad schuilhield in een huis in Barisha in Noordwest-Syrië. Een spion van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) zou daarvoor zelfs een lange onderbroek van Al-Baghdadi naar buiten hebben gesmokkeld, meldde Polat Can, de belangrijkste adviseur van de SDF, begin deze week in een tweet. Ook zou een dochter van Al-Baghdadi in Irak vrijwillig dna hebben afgestaan aan de Amerikanen om de opsporing te helpen, schreef The Washington Post.

Met al die dna-profielen als referentie konden de speciale strijdkrachten ter plekke een betrouwbare dna-test uitvoeren, kort nadat Al-Baghdadi zichzelf in een tunnel met een bomvest had opgeblazen. Zo kreeg Trump al in de Situation Room zekerheid: „Het was een heel snelle actie die plaatsvond een kwartier nadat hij gedood was. En het was positief: dit is een bevestiging, Sir”, citeerde Trump een inlichtingenofficier die voor de president en zijn adviseurs live verslag deed van de actie in Barisha. Trump: „De testresultaten gaven zekere, onmiddellijke en geheel positieve identificatie: it was him.”

De identificatie van Al-Baghdadi verliep heel wat soepeler dan de verificatie van de eveneens in een militaire operatie uitgeschakelde terroristische leider Osama bin Laden in 2011. Dat lag niet alleen aan het feit dat er nu dna van de man zelf beschikbaar was, maar ook aan de sterke verbetering van de analysetechnologie, die niet alleen veel sneller is geworden maar ook veel handzamer, waardoor de apparaten ‘in het veld' kunnen worden ingezet.

Wattenstaafje in, dna-profiel uit

Bij dit soort extreem risicovolle operaties in vijandelijk gebied is het van het grootste belang zo snel mogelijk uitsluitsel te krijgen, gezien de onzekere afloop van de terugtocht waarbij lichaamsmateriaal zeker gesteld kan worden. Dna-bewijs gaat daarbij boven visuele identificatie, zeker met in het achterhoofd dat Al-Baghdadi al diverse keren dood verklaard is maar toch nog bleek te leven.

De ANDE- en RapidHIT- systemen zijn speciaal ontwikkeld om forensische DNA-monsters volautomatisch te kunnen analyseren. Ze zijn eerder al getest door het Amerikaanse leger.

Sinds een paar jaar test het Amerikaanse leger zogeheten rapid dna-technologie. Het zijn volledig geautomatiseerde apparaten die werken volgens het principe ‘wattenstaafje in, dna-profiel uit’. Het RapidHIT-systeem heeft 90 minuten nodig om uit een bloedmonster of een beetje wangslijm een dna-profiel op te maken. Een concurrerend apparaat, de ANDE, doet het ongeveer in dezelfde tijd.

Hoewel deze apparaten nog wel wat log zijn (ze wegen tientallen kilo’s) zijn ze handzaam genoeg om mobiel per helikopter in het veld te worden ingezet. Het dna-monster verzameld met een wattenstaafje gaat in een cartridge die in het apparaat geschoven wordt. Volautomatisch worden chemicaliën toegevoegd en de juiste reactietemperatuur geregeld. Zo wordt het dna geëxtraheerd uit de cellen, vermenigvuldigd en enzymatisch in stukjes geknipt. Die dna-fragmenten variëren bij verschillende personen in lengte dankzij de aanwezigheid van repeterend dna (zogeheten short tandem repeats, str’s). De lengtes van de stukjes dna worden gemeten door ze via elektroforese te scheiden. Het patroon dat daar uitrolt is de dna-vingerafdruk, die zich laat vergelijken met een eerder verzameld patroon voor een match. Dat is de ietwat ingewikkelde binnenkant, maar voor de bediening zijn geen gespecialiseerde laboranten nodig; iedere commando kan ermee overweg.

Of deze apparaten nu daadwerkelijk zijn ingezet, is militair geheim. Maar in een interview in 2015 met het blad Defense One zegt Michael S. Fitz, directeur van het Sensitive Site Exploitation Special Reconnaissance, Surveillance & Exploitation-programma van de Amerikaanse speciale strijdkrachten dat de geminiaturiseerde dna-profilers zo nieuw en kostbaar zijn dat het leger ze voorlopig alleen zal inzetten bij „juicy missions”. De overval op Al-Baghdadi was zeker zo’n sappige missie.

De microPCR-chip, ontwikkeld aan de Universiteit Gent, kan de vermenigvuldiging van dna op de chip zelf uitvoeren, waardoor de analyse van een monster aanmerkelijk sneller gaat.

Toch is het goed mogelijk dat het nóg sneller en handzamer kan dan met de rapid dna-technologie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een recente publicatie van het team van Dieter Deforce van de Universiteit Gent in Scientific Reports. De onderzoekers beschrijven daarin een chip waarmee forensisch dna-onderzoek kan worden gedaan. De vermenigvuldiging van het dna, via de zogeheten polymerasekettingreactie (pcr), kan direct op de chip plaatsvinden. Daarna wordt het profiel met behulp van laserlicht uitgelezen. „De vermenigvuldiging van het dna, tot nu toe de meest tijdrovende stap, kan op de chip in iets minder dan tien minuten”, zegt Deforce. „De detectie van het dna-profiel kost nu op de klassieke manier nog een half uur, maar we zijn op de chip nog een detectie aan het aanbrengen, waardoor die stap straks binnen zeven minuten kan. Maar die zit nog in een ontwikkelingsfase, die is nog niet klaar.”

Onvervuilde referentiestalen, zoals vers bloed of speeksel, kunnen zelfs direct op de chip worden aangebracht, zegt Deforce: „Dan verlies je daar geen tijd mee.” Dat zou dus ook gekund hebben bij de identificatie van Al-Baghdadi. Deforce: „We mikken erop om alles binnen de twintig minuten te doen.”

Eenlettervariaties in het dna

Met een weer andere dna-technologie zou de uitslag zelfs „in enkele minuten” verkregen kunnen worden, bevestigt Deforce. Daarvoor zou dan vooraf een speciale dna-chip gemaakt moeten worden, met daarop kenmerkende stukjes dna van Al-Baghdadi. Dat werkt iets anders dan de gebruikelijke dna-vingerafdruk die in de forensische wetenschap wordt gebruikt. In plaats van naar lengtes van dna-fragmenten, kijkt deze techniek naar eenlettervariaties in het dna (zogeheten snp’s) die ook kenmerkend zijn per individu. „Met deze techniek win je nog meer tijd”, zegt Deforce, „omdat je dan helemaal geen elektroforese meer nodig hebt.”

Op een zogeheten dna-array-chip, zoals deze van Affymetrix, kunnen fragmenten dna van één bepaalde persoon geprint worden, wat heel gerichte identificatie van dat individu mogelijk maakt.

Aangezien de opdracht in dit geval redelijk eenvoudig was (‘bevestig of het dna-profiel van het doelwit exact hetzelfde is als de profielen die we in onze databank hebben’) zou dat een goede optie zijn geweest. „Dit is een technologie die je veel makkelijker op chip kunt toepassen”, zegt Deforce. Het is niet de standaardtest voor forensische dna-analyse, zegt hij, maar dat hoeft ook niet omdat je de uitslag niet hoeft te vergelijken met gegevens in forensische databanken. Deze dna-verificatie zou daarmee de allersnelste zijn.

„Ja het is denkbaar dat de Amerikanen geavanceerder technologie hebben ingezet”, zegt ook Peter de Knijff uit Leiden. „In ieder geval hebben ze daar niet over gepubliceerd. Of er nog meer in pijplijn zit, kan ik op dit moment niet zeggen.”