Opinie

Digitale pijn

Bas Heijne

Bas Heijne

Jezelf mooier maken dan je bent – dat was altijd de standaardkritiek op het gebruik van sociale media, de manier waarop we onszelf digitaal aan de wereld presenteren. Je plaatst jezelf zo goed mogelijk in de etalage. Je regisseert de buitenkant van je eigen leven, post spannende, blije, geile dingen over jezelf, een aaneenschakeling van geluksmomenten, af en toe opgeleukt met wat droge zelfspot – want iemand die zo’n leuk leven heeft, kan best om zichzelf lachen.

Af en toe verscheen er een opiniestuk: wat doet die eindeloze zelfenscenering met ons, met onze samenleving? Het leven is meer dan alleen een glanzend oppervlak. Straks durven we niet meer voor ons ongeluk uit te komen, onze mindere dagen, onze depressies. Onvolkomenheid is dan een schande.

Al die zorgelijkheid om niks? Mij valt op hoe het menselijk tekort tegenwoordig door de tijdlijn giert. Op Facebook wordt verslag gedaan van zware depressies, moeilijke momenten worden dapper rondgetweet, de nare bijwerkingen van medicatie uit de doeken gedaan. Stervende mensen delen hun wanhoop en berusting in posts en tweets. De donkerste uren worden gedeeld en geliket. Soms wordt het account voortgezet door de verslagen achterblijver.

Dit is een column, het is de bedoeling dat ik hier iets van vind – maar eigenlijk weet ik het gewoon niet.

Zeker, ik krijg een ongemakkelijk gevoel wanneer ineens een kreet van verlatenheid opklinkt tussen de geinige dierenclips en meningen over politiek en over de meningen van andere mensen. Is het niet gewoon emo-porno, een ultieme roep om aandacht in een wereld waarin iedereen gezien wil worden, het geeft niet hoe?

Het probleem is misschien dat het om authentieke emoties gaat, echte pijn, echt verdriet, echte wanhoop, die tot je komen in een context die meestal aan elkaar hangt van onechtheid, gespeelde verontwaardiging of zelfromantiek.

Dan kan het twee kanten opgaan.

Het kan het begin zijn van een meer oprechte, volwassen omgang met ons digitale zelf. Als we zo graag gezien willen worden, dan moeten we ook naakt durven zijn, in onze twijfel, onze angst. Laten zien hoe kwetsbaar we zijn. We zoeken openlijk het luisterende oor, de blik van de ander, de troost van de gehoorde bekentenis, we willen dat onze pijn gezien is, niet onopgemerkt is gebleven.

Maar, maar. Het kan ook zijn dat al die oprechte uitingen uiteindelijk nauwelijks opgemerkt worden, gemakkelijk meegesleurd worden in de stroom van informatie die dag na dag, uur na uur, minuut na minuut langs ons heen trekt – zodat uiteindelijk niets meer echt veel indruk maakt, dat alles zo’n beetje gelijk wordt, poezen, kanker, verdriet, intensive care, strand, scheiding, selfie. Digitale ruis.

Zodat intimiteit straks alleen nog een woord is.

Zoals gezegd, ik weet het niet. Wat denk jij?