Recensie

Recensie Muziek

De succesformule van Duncan Laurence: veel meezingbare ‘ah’tjes en ‘oh’tjes

Pop Het nieuwe, nog onuitgebrachte werk van Songfestivalwinnaar Duncan Laurence valt in de smaak bij het publiek in poppodium 013 in Tilburg.

Duncan Laurence in 013
Duncan Laurence in 013 Foto Jostijn Ligtvoet

„Hij doet het weer”, zegt Duncan Laurence, wijzend naar zijn strot. Vorige week stelde hij drie optredens uit vanwege stemproblemen. Vanavond staat hij voor het eerst weer op het podium, in een uitverkochte zaal in Tilburg. Toepasselijk, vindt hij ook zelf, want in deze stad, achter een piano in een lokaal van de Rockacademie, schreef hij zijn Songfestivalhit Arcade.

Het winnen van het Songfestival zette de beginnende artiest Duncan Laurence (25) op de kaart in Europa en daarbuiten. Nu, vijf maanden na Tel Aviv, moet hij bewijzen dat hij meer te bieden heeft dan dat ene nummer. In zijn show van ruim een uur presenteert hij een tiental nog onuitgebrachte liedjes. Sommige daarvan schreef hij in Amerika onder toeziend oog van platenlabel Capitol Records, dat hem na Tel Aviv een platencontract aanbood.

Laurence boort aan breed scala aan genres aan in zijn zoektocht naar een opvolger voor Arcade. Hij wisselt elektronische dreampop af met akoestische singer-songwriter liedjes in de stijl van tieneridool Shawn Mendes. De meeste liedjes borduren voort op de succesformule van zijn Songfestivalhit: ze bestaan voor een aanzienlijk deel uit meeschreeuwbare ‘aaah’tjes en ‘oooh’tjes en de zangpartijen schommelen continu tussen laag en hoog.

Nummers als Together We Run en Lighthouse zijn potentiële hits. Het publiek zingt ze meteen mee, maar ze klinken door bovengenoemde kenmerken ook wat voorspelbaar. De single Love Don’t Hate Itspringt er het meeste uit door het hardere rockgeluid. Laurence is goed bij stem voor het merendeel van de set en zijn kopstem wordt niet overstemd door de harde drums en gitaar.

Hij is duidelijk blij om weer op te kunnen treden. Tijdens het zingen is hij serieus en gefocust, maar tussen de liedjes door spreekt hij ontspannen en een beetje melig zijn publiek toe. Hij maakt grapjes met gitariste en voormalig studiegenoot Carlota López van de Logt en doet een imitatie van het Twentse accent van zijn mentor Ilse DeLange: „keileuk”.

Tegen het einde aan begint zijn stem toch uitgeput te raken. Uitgerekend tijdens de rustige bridge van Arcade, het een na laatste nummer van de set, slaat zijn stem over. Het publiek neemt het moeiteloos van hem over: „Get me off this rollercoaster”, klinkt het eensgezind vanuit de zaal. De zanger krijgt er tranen van in zijn ogen.

Het nieuwe werk van Duncan Laurence is niet revolutionair, maar overtuigend genoeg om de achtbaan waar zijn muzikale carrière na het Songfestival in terecht is gekomen, nog even voort laten denderen.