De stad is vies, en de bewoners klagen

Afval Naast de helft van alle Rotterdamse afvalcontainers lag vuilnis, tijdens een meting eerder dit jaar. De gemeente wil met gesprekken, vulsensoren en boetes de straten schoner houden.

Duncan Wels en Jeff Gajapersad gaan door zakken heen die naast de container stonden.
Duncan Wels en Jeff Gajapersad gaan door zakken heen die naast de container stonden.

Afvalcontainers. Op de twaalf monitoren van het cameratoezicht in het gebouw van Stadsbeheer aan het Kleinpolderplein, zijn afvalcontainers te zien. De zes schermen links laten de beelden zien van straatcamera’s die gericht zijn op afvalbakken op en rond de Dordtselaan. De schermen rechts tonen containers in Delfshaven. Allemaal ‘hotspots’ waar vuilnismannen en handhavers regelmatig zakken en grofvuil náást de container vinden. Medewerker Erik schakelt met een kleine joystick tussen de verschillende beelden. De camera volgt een vrouw met een zwarte jas die keurig een grijze zak in de container gooit.

Gemiddeld vijf keer per dag is het raak. Dan ziet Erik, of een van zijn collega’s, hoe iemand zijn afval niet in, maar naast de bak dumpt. „Dan waarschuwen we het Flying Squad”, zegt hij. Die zijn meestal in de buurt en kunnen, met behulp van een signalement de dader aanspreken en als dat nodig is, beboeten.

Opengescheurde vuilniszakken waar meeuwen mee aan de haal zijn gegaan of soms zelf een heel huisraad, achtergelaten naast een grijze container. Zogeheten naastplaatsingen zijn een van de grootste ergernissen van Rotterdammers, blijkt uit onderzoek van de gemeente. Sterker nog; viezigheid op de stoep kan zelfs zorgen voor een onveilig gevoel op straat, zegt programmamanager Fatuma Köker: „Vieze straten geven bewoners een vervelend gevoel.”

Dat is ook de reden dat vuilnis rondom containers de afgelopen jaren een speerpunt is geworden van politici. Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam) kwam als wethouder buitenruimte met een nota Schone Stad waarbij de nadruk lag op meer vuilcontainers en extra handhavers. De VVD vond dat die aanpak te weinig zoden aan de dijk zetten. Midden in de verkiezingstijd lanceerden de liberalen daarom de website ikwilgewooneenschonestraat.nl met daarop tientallen foto’s van vuiligheid rondom containers. „Mensen vragen niet om meer afluisterambtenaren in de moskee, maar om schone straten”, zei de huidige fractievoorzitter Vincent Karremans destijds in het AD.

Duncan Wels en Jeff Gajapersad gaan door de zakken heen die naast de container stonden.

Foto Rien Zilvold

Politiek

Nu bijna twee jaar later VVD’er Bert Wijbenga verantwoordelijk is voor de buitenruimte en het plan In de Bak invoerde, wijst Leefbaar op haar beurt regelmatig op het onvermogen van de huidige wethouder om de straten schoon te houden. Op Twitter plaatste de lokale partij vorige maand nog een foto van containers bedolven onder de afval met de tekst: „De bezuiniging van 17 miljoen op de buitenruimte is elke dag weer te zien en helaas ook te ruiken.”

Foto’s van viezigheid op straat zijn blijkbaar een populair middel om kiezers te wijzen op het falen van de politieke tegenstander. Maar hoe vies is Rotterdam nu echt? En is er de afgelopen jaren vooruitgang geboekt om afval naast de containers uit te bannen?

Om antwoord te geven op die eerste vraag schakelde de gemeente onderzoeksbureau CROW in. Die bekeek dit jaar álle openbare afvalcontainers in de stad en telde het aantal vuilniszakken, stukken grofvuil of dozen op en naast de containers. Naast 49,3 procent van de afvalbakken lag geen afval. Bij 28,4 procent lag een stuk vuil en bij 22,2 procent van de containers troffen de onderzoekers twee, drie of nog meer vuilniszakken, dozen of ander vuilnis aan. Bij een op de vijfentwintig containers lagen zelfs meer dan vijf zakken, dozen of stukken andere troep. Vooral rondom bakken in Noord, West en Zuid werd veel viezigheid aangetroffen. In Oost viel het relatief mee.

„We zien dat in wijken waarin veel bewoners een lager inkomen hebben, meer naastplaatsingen zijn”, zegt programmamanager Köker. Dat komt bijvoorbeeld omdat hun huizen kleiner zijn. „Ze hebben minder ruimte in huis en denken eerder; hup ik zet dat afval op straat, dan ben ik er vanaf.” Ook in wijken waar veel Oost-Europeanen wonen, wordt relatief veel vuilnis naast de afvalbakken gezet. Köker: „Ze kennen misschien onze afvalregels niet. Daarnaast hebben mensen die ergens kort wonen vaak weinig binding met de wijk.”

Containers niet vol

De onderzoekers keken ook meteen of de containers vol waren als er afval naast stond. Opvallend genoeg was dat meestal niet het geval. Slechts bij 12 procent van de containers waar vuilnis naast lag, paste er niets meer bij. Köker: „In plaats van het maken van een afspraak voor grofvuil zetten ze het gewoon op straat naast de container en denken ze; het wordt toch wel opgehaald.”

Het is voor het eerst dat de gemeente zo minutieus alle rotzooi rondom containers in kaart brengt. Het is dan ook lastig om antwoord te geven op de vraag of het de afgelopen jaren schoner of juist viezer was. Wel zijn er cijfers over het aantal meldingen van Rotterdammers die de afgelopen jaren aan de bel trokken over vuiligheid rondom afvalbakken. Dat aantal is explosief gestegen; van 454 meldingen over vuilniszakken naast containers in 2014 naar 3.860 in 2016. Dit jaar kwamen er in de eerste negen maanden zelfs al 54.576 meldingen binnen over vuilniszakken en grof vuil. Honderdtwintig keer zoveel als vijf jaar geleden.

Maar dat wil niet persé zeggen dat Rotterdam in vijf jaar tijd ook honderdtwintig keer zo vies is geworden, bezweert wethouder Bert Wijbenga (buitenruimte, VVD). „Nee, zó dramatisch is het niet. Deze cijfers betekenen vooral dat Rotterdammers veel beter melden als er afval rond containers ligt, bijvoorbeeld met de Buitenbeter app.”

Foto Rien Zilvold

Toch is het de afgelopen jaren wel degelijk viezer geworden op straat, denkt Wijbenga. Dat leidt hij af uit het aantal kilo’s afval dat vorig jaar van straat werd gehaald; vorig jaar in totaal 6.613.000 kilo huis- en grofvuil dat niet in, maar naast containers lag. En het blijkt ook uit wat je op straat hoort en op social media leest, zegt de VVD’er. Die kritiek komt van Rotterdammers, maar ook van andere politici. „Tsja, wat is er nu leuker om als partij die niet in het college zit, af te geven op de partij die er wel inzit”, zegt hij daarover. „Dat hoort erbij. Daar ga ik niets van zeggen.” Dat doet hij even later toch. „Het heeft natuurlijk geen zin om foto’s van vieze bakken op social media te zetten. Daar wordt de stad niet beter van.”

Maar het moet beter, erkent ook Wijbenga. Om de straten van Rotterdam schoner te maken, zet de gemeente daarom in op drie fronten. Allereerst steekt de gemeente de hand in eigen boezem. „Wij moeten zorgen dat de basis op orde is”, zegt projectmanager Köker. Zo wordt gekeken naar een aanpassing van de containermond zodat zakken minder snel vast komen te zitten en worden de openingstijden van milieuparken uitgebreid. Alle afvalcontainers zelf zijn inmiddels uitgerust met een vulgraadsensor. Deze sensor geeft een seintje aan Stadsbeheer als de bak voor 70 procent vol zit.

Boetes

Maar zoals uit het onderzoek van CROW blijkt, is de volle container niet het grootste probleem. Daarom kijkt de gemeente ook naar de Rotterdammers. „Er moet een gedragsverandering komen”, zegt Köker. „We willen daar bewoners, ondernemers, de wijkagent en woningcorporaties betrekken bij een schone wijk”, zegt Köker. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de corporatie huurders die vertrekken, informeert waar en hoe zij hun grofvuil kwijt kunnen. Met bewoners worden ‘foot-in-the-door’-gesprekken houden. „We vragen bewoners of zij voor een schone straat zijn”, zegt Köker. „Als zij dat bevestigen, krijgen ze een sticker op het raam en is de verwachting dat ze eerder buren aan gaan spreken bij naastplaatsingen.”

Op stap met vuilnisman Gerard Vietsch

En dan is er nog een meer dwingende manier om Rotterdammers te overtuigen hun afval ín en niet naast de bak te gooien; de boete. Tot oktober dit jaar werden 6170 adressen uit naastgeplaatst vuilnis gevist. De opruimkosten (à 125 euro) werden doorberekend aan de verantwoordelijke. Daarnaast werden tot en met september 296 overtreders op heterdaad betrapt. Zij kregen een boete van 95 euro. Vorig jaar waren dat er 254 en in 2017 nog 179.

Om de afvaldumpers in de kraag te vatten, zette oud-wethouder Joost Eerdmans het Handhavingsteam Schoon op. Vijftien man sterk. Wijbenga deed daar nog een stapje bovenop. Sinds april dit jaar zijn twee flying squads actief. In totaal zijn steeds twee BOA’s op Zuid en twee in Delfshaven aanwezig om naastplaatsers op heterdaad te betrappen. Daarbij worden ze op afstand geholpen door Erik en zijn collega’s van cameratoezicht.

Duncan Wels (47) en Jeff Gajapersad (47) zitten allebei in dit Handhavingsteam Schoon. Af en toe hebben ze dienst in het flying squad. Het opsporen van afvaldumpers is hard werken. Bijna dagelijks rijden de twee oud-militairen stapvoets langs afvalcontainers, speurend naar rommel. Als het raak is, zetten ze de witte gemeente-auto langs de stoep om het afval door te wroeten op zoek naar gegevens die kunnen leiden naar de dumper. Bij het Zuidplein is het raak. Naast een bovengrondse container staat een roze, afgedankte rolkoffer én vijf zakken afval. Wels en Gajapersad tillen de zakken in de witte laadklep achter hun wagen. Wels scheurt de zakken open. Erin zit een mengsel van koffiedrap, druiven, tabak en döner. „Gelukkig heb ik een sterke maag”, zegt hij.

De schuldige is waarschijnlijk een ondernemer verderop aan het plein. Later op de dag gaan de handhavers in gesprek met hem en volgt er mogelijk een stevige boete. Het speuren naar overtreders heeft effect, zeggen zowel Erik als Wels en Gajapersad. „Mensen weten dat we in deze wijken goed opletten. Ze gooien hun afval daardoor eerder ín, in plaats van naast de bak”, zegt Gajapersad. „Het is nu een stuk minder dan eerder dit jaar”, ziet ook meldkamermedewerker Erik. „Wat we toen soms aantroffen…”

De boetes, vulsensoren en gesprekken moeten ervoor zorgen dat het volgend jaar rondom 50 procent van de containers afvalvrij is. Nu is dat 49,3 procent, een nogal karige ambitie. „Als we straks die 50 procent halen, zal ik mezelf geen schouderklopje geven”, erkent ook Wijbenga. „50 procent is het minste dat we willen halen, maar eigenlijk ben ik pas blij als het rond 51 of 52 procent van de containers schoon is.”