Basisschoolleraren verlaten de vier grote steden en Almere

Onderwijzers vertrekken per saldo uit de grote steden, terwijl juist daar de tekorten het grootste zijn.
Een klaslokaal op een basisschool.
Een klaslokaal op een basisschool. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Leraren in het basisonderwijs laten de vier grote steden en Almere achter zich. Het aantal onderwijzers in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht nam in 2018 af ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt vrijdag uit onderzoek naar de arbeidsmobiliteit van leerkrachten door CentERdata, in opdracht van Arbeidsmarktplatform PO.

In 2018 verlieten 818 leerkrachten de vier grote steden, terwijl slechts 448 zich er vestigden. Utrecht komt er wat de grote steden betreft relatief gunstig vanaf en zag in 2018 1 procent van de leraren ten opzichte van een jaar eerder de stad verlaten. Basisscholen in Almere staan er het slechtst voor. 4,2 procent van de leerkrachten in 2017 was een jaar later vertrokken.

Juist in de grote steden is het tekort aan docenten het grootst, stelt Ton Groot Zwaaftink, voorzitter van het arbeidsmarktplatform, in het AD. Hij vindt het jammer dat de leerkrachten daar wegtrekken, maar hij begrijpt het wel. „Door het tekort dat er al is, groeit de druk op de leraren die wél op die scholen werken. Als zij de kans krijgen over te stappen, doen ze dat.”

Regionale verschillen

Regionale verschillen nemen door de verhuizende leerkrachten toe: in sommige arbeidsmarktregio’s - zoals Midden-Gelderland en rond Den Haag - vestigden zich per saldo meer docenten. Ook in de Achterhoek vertrokken vorig jaar net als in Almere veel onderwijzers (2,8 procent), maar dat ligt mogelijk ook aan de daling van het aantal basisschoolleerlingen.

Lees ook: Grote tekorten, hoge werkdruk: hele onderwijssector protesteert

Het tekort aan leerkrachten in het primair onderwijs is groot. Uit een peiling onder 6.200 leden van de Algemene Onderwijsbond (AOb) blijkt vrijdag dat een op de vijf vacatures in het basisonderwijs niet vervuld wordt. Voor bijna 40 procent van de leerkrachten is geen vervanging beschikbaar. 17 procent van de geënquêteerden heeft sinds de start van dit schooljaar al leerlingen naar huis moeten sturen.

Tekorten worden opgevangen door stagiairs of assistenten voor de klas te zetten of door pensioenen uit te stellen. De sector wil zo’n 1 miljard euro extra van het kabinet om de problemen op te lossen. Volgens Arbeidsmarktplatform PO is het tekort alleen op te lossen door meer studenten naar de lerarenopleiding pabo te trekken.