Foto Artur Widak/NurPhoto

Marcel Kittel: ‘Als je eerlijk zegt dat je twijfelt, ben je zwak’

Interview | Marcel Kittel De beste sprinter van Duitsland besloot in augustus te stoppen met fietsen. Marcel Kittel (31) kon de pijn niet meer verdragen. „Ik beleef alles wat ik doe voor 110 procent. Daarom heb ik het leuk gehad, maar ook moeilijk.”

De mooiboy van de mondiale wielersport ziet er een maand na het beëindigen van zijn carrière moe uit, zijn gezicht is pips, de kringen onder zijn blauwe ogen verraden een korte nacht, en als hij zich aan een tafeltje in een beschutte hoek van een koffiebar in het Zwitserse grensstadje Kreuzlingen heeft gezet, legt hij uit waarom.

Hij bereidde zich tot diep in de nacht voor op de WK wielrennen in Yorkshire, waar hij als commentator zal werken voor de Duitse tv-zender ZDF, toen hij bleef hangen bij een documentaire over Bruce Springsteen. Hij werd bij zijn strot gegrepen op het moment dat het ging over de stilte die de zanger ervaart als hij op tournee is geweest, thuis, op de bank, plotsklaps ver weg van een stadion vol aanbidders. Zoiets gebeurt ook topsporters, weet hij.

Het is half april van dit jaar als Marcel Kittel (31), Duitslands succesvolste wielersprinter, de volgende passage in een notitieboekje schrijft, nadat hij als 99ste is geëindigd in de Scheldeprijs, een koers in België die hij vijf keer won. ‘[…] Je hangt als een halfdode met brandende benen en een nare hoge pols op je fiets en je kijkt naar je voorband’. In de wedstrijd die zijn laatste stuiptrekking wordt, lijdt hij als nooit tevoren. Hij kan het tempo van het peloton niet bijhouden, als een junior die net komt kijken.

Kittel schrikt van zichzelf, omdat hij fysiek best in orde is, maar mentaal verre van. „Ik voelde alleen maar pijn, stond in brand. Ik had het gevoel dat ik niet in mijn eigen lichaam zat, zo ver was ik uit balans geraakt.” Al sinds de Tour van 2018 loopt hij op zijn tandvlees, nadat hij van zijn ploegbaas Dmitry Konysjev een oorvijg heeft gekregen. Die noemt hem in sportkrant L’Équipe een egoïst – „hij krijgt goed betaald, maar denkt alleen maar aan zichzelf”. Makkelijk, reageert Kittel op sociale media, om iemand te slaan die al op de grond ligt.

Op 9 mei dit jaar, een maand na de afgang in België, beëindigt zijn ploeg Katusha op Kittels verzoek de verbintenis. Hij moet afstand nemen van een extreme duursport die hem door de jaren heen de adem heeft ontnomen.

Zonder vertrouwenspersoon bij een ploeg en zonder de vrijheid te doen wat hem goeddunkt, kan hij niet functioneren, vertelt Kittel – zwart T-shirt, jeans, een bodywarmer en sneakers – in Caffe Bar Sorriso, op loopafstand van zijn woning bij de Bodensee. „De grootste vraag die ik had was: wat maakt mij gelukkig?”

Een lijst met 22 dingen

Na zijn ontslag gaat hij eerst een week naar Ibiza, met zijn vriendin Tess von Piekartz, de oud-volleybalster die in verwachting is van hun eerste kind, een zoon. Zijn fiets laat hij thuis. Als zij hem ziet dagdromen, weet ze dat hij nadenkt over zijn toekomst, hún toekomst, want ook zij heeft de topsport vaarwel gezegd en is gaan studeren – holistische voeding.

Kittel komt tot een lijst van 22 dingen die bijdragen aan zijn levensgeluk. ‘Zon’ en ‘zee’ staan erop, maar ook ‘authentieke mensen’, en ‘vrijheid’. Hij ontdekt dat het meeste niets met wielrennen te maken heeft. „Toen wist ik: oké, als dat klopt, dan zijn er dus ook andere dingen waaruit ik geluk kan halen.”

De lijst alleen is niet voldoende. Na zijn vakantie reist Kittel door Europa naar mensen van wie hij weet dat ze in hun leven het roer succesvol hebben omgegooid. Met hen praat hij over zijn twijfels, zijn emoties. Een van die mensen is Werner Küchler, een Duitse wielerfan die hij in de Tour heeft leren kennen. „Hij liep op zijn achttiende van huis weg en kwam met zijn hele leven in één tasje met de trein aan in Parijs”, vertelt Kittel trots. „Toen werd dat tasje ook nog gestolen en had hij niks meer. Hij heeft een jaar op straat geleefd. Veertig jaar later is hij manager van restaurant Le Relais Plaza in een van de grootste hotels in Parijs.” Kittel houdt ervan, mensen met inspirerende levensverhalen. Dat van hemzelf zou je als gewoon kunnen bestempelen. Hij groeide op in het Oost-Duitse dorpje Ichtershausen, heeft een broertje, ouders die altijd bij elkaar zijn gebleven, en grootouders die naast hen woonden – van oma draagt hij een gouden scarabee om zijn nek. Pa Kittel won ooit de puntentrui in de Ronde van Polen en gold als een verdienstelijk amateur.

In juli begeeft Kittel zich in het hol van de leeuw als hij voor de Duitse zender ARD verslag doet van de Tour de France. Drie dagen lang moet hij in Frankrijk vragen beantwoorden over zijn toekomst, en drie dagen lang zegt hij dat hij daarover nog geen knoop heeft doorgehakt. Hij geniet wel weer van het werken in een team, en is blij dat hij binding kan houden met de sport die hem zo lang gedefinieerd heeft.

Kittel heeft dan al uitgebreid over een nieuw contract gesproken met Merijn Zeeman, sportief directeur bij de Nederlandse ploeg Jumbo-Visma, tijdens een lunch in Amsterdam. De twee werkten van 2011 tot 2012 nauw samen, en aan de telefoon klinkt Zeeman vaderlijk als hij het over Kittel heeft. „Marcel heeft een heel sterke persoonlijkheid, hij is iemand die de realiteit, ondanks de roem, nooit uit het oog verloor.” Maar in die beginjaren wilde geen ploeg de introverte, kaalgeschoren twintiger uit de voormalige DDR inlijven, student computer science op dat moment, woonachtig in een woongemeenschap met jongens in Erfurt. Alleen Zeeman, toen ploegleider bij Skil-Shimano (nu Team Sunweb), zag potentie.

Wat gaf Zeeman jou dat zo goed werkte?

„Zelfvertrouwen. Toen ik prof bij hem werd had ik geen idee welk soort renner ik was. Tijdrijder, sprinter? Merijn gaf me de persoonlijke coaching die ik nodig had.”

Waarover was je onzeker?

„Ik ben niet zo opgevoed dat ik makkelijk kan laten zien wie de sterkste kerel is, ben geen macho. Dat is niet zo handig als je de beste sprinter ter wereld wil worden. Er zijn bepaalde momenten in een carrière dat je hard moet zijn, beslissingen moet nemen. Ik heb een kern van mensen om me heen nodig die mij steunen, die ik kan vertrouwen. Betekent niet dat ze mijn hand hoeven vasthouden, want ik ben open en nieuwsgierig naar de wereld.”

Kittel geeft zichzelf twee jaar de tijd om te zien of het profbestaan iets voor hem is. In zijn eerste wielerkoers op het hoogste niveau, de Ronde van Maleisië, wint hij de tweede etappe. Het is de opmaat voor een ongezien debuutseizoen waarin hij achttien keer de beste is, met een rit in de Ronde van Spanje als hoogtepunt.

Zeeman zei: met die overwinning heeft Marcel het moeilijk gehad. Waarom?

„We gingen naar de Vuelta met als doel een etappe te winnen, de achtste, daar moest het gebeuren. Toen dat gelukt was viel er zoveel druk van me af dat ik de volgende dag niets meer kon. Ik heb huilend op de fiets gezeten.”

Waarom blokkeerde je?

„Ik was nergens op voorbereid, en dan komen al die overwinningen, de aandacht, de verwachtingen. Ik kwam in een emotionele rollercoaster terecht. Ik beleef alles voor 110 procent, ben gevoelig. Daarom heb ik het vaak leuk gehad, maar soms ook moeilijk. Ik kan niet goed afstand nemen van dingen.”

Terug in Erfurt komt Kittel na gesprekken met zijn ouders en vrienden weer tot rust. Een psycholoog is dan nog niet nodig.

Na een goed uur praten in Kreuzlingen heeft Kittel honger gekregen. Hij bestelt twee keer de goulashsoep, die komt met een mandje brood om te delen, vijf sneetjes voor twee man. Kittel is de snellere eter, en als er nog één stuk over is, scheurt hij dat heel precies doormidden en legt hij de helft terug. Het tafereel blijft onbenoemd, maar zegt iets over zijn persoonlijkheid, die haaks staat op die van een prototype sprinter, een haantje, een afmaker. Zijn kernwaarden: „Deemoed, nederigheid, gelijkheid”. Hij geniet van teamprestaties, met „zijn jongens” op pad zijn, waakt voor een „vlakke hiërarchie”.

Marcel Kittel tijdend de Tour 2018.

Sebastien Nogier/EPA

Foto

Tussen 2011 en 2014 groeit Marcel Kittel uit van bleue student tot ’s werelds beste sprinter, met zijn kuif als handelsmerk. Tegen wil en dank wordt hij de „Hoffnungsträger” van het Duitse wielrennen. De blonde renner wordt geacht het imago van de sport na dopingschandalen op te poetsen, ook nadat hijzelf in opspraak raakt door een behandeling van zijn bloed met uv-licht in het Olympiastützpunkt van Erfurt, die hij onderging op zijn achttiende. De methode, toegepast bij infecties, is pas in 2011 als verboden aangemerkt en wordt niet met terugwerkende kracht strafbaar gesteld omdat prestatiebevordering niet zeker is. Volgens Zeeman heeft Kittel het met die negatieve publiciteit lang moeilijk gehad. „Het was ineens heel veel”, zegt Kittel. „Want wielrennen is al zo vermoeiend, niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal.”

Kun je dat uitleggen?

„Je traint vier tot zeven uur per dag, bent voortdurend onderweg, je rijdt wedstrijden. Het is moeilijk om tijd te maken voor afleiding. Je hebt geen energie om dingetjes te doen die zorgen dat je herstelt in je hoofd. In de winter van 2014-2015 was ik zó uit balans dat mijn lichaam ‘boem’ zei [hij maakt een vingerknip].”

Kittel vliegt in een paar weken tijd van Japan naar Thailand, is net op tijd in Spanje terug voor een trainingsstage, moet daarna via Berlijn door naar Australië voor een koers, en dan naar Qatar. Hij wordt ziek, er worden sporen van de ziekte van Pfeiffer gevonden. Kittel vraagt om rust bij de ploeg die Giant-Alpecin is gaan heten, en krijgt die. „Toen ben ik pas echt in een gat gezakt”, zegt hij. „Ik weet niet hoe depressieve mensen zich voelen, maar ik denk dat ik die richting op ging.”

Kittel wordt drie jaar geleefd, zonder grip op zijn eigen bestaan. Hij reist zonder te beseffen waar hij is, ruimt geen tijd in voor adempauze, om te reflecteren op de dingen die hij meemaakt op de momenten dat hij door wielerfans op handen wordt gedragen – juist hij heeft dat wél nodig. Hij zoekt contact met een psycholoog in Erfurt omdat hij zich van binnen „leeg” voelt. Hij maakt dankbaar gebruik van haar „service” en praat veel met zijn naasten, maar is in 2015 niet op tijd fit voor de Tour, de wedstrijd die van hem een beroemdheid maakte.

Kittel gooit zijn leven om. Hij verhuist naar Zwitserland, vindt in Quickstep een nieuwe ploeg en huurt een woning in het Spaanse Girona, in de buurt van ‘zon’ en ‘zee’. In Belgische dienst wordt hij de sprintkoning van weleer, met vijf etappezeges in de Tour van 2017. Het vertrouwen dat mensen in hem uitspreken, de waardering ook, geven hem vleugels, als altijd. „Die laatste push die je nodig hebt om iets te bereiken, te winnen of een klim over te komen, is alleen maar mentaal”, zegt hij.

Na twee buitengewoon succesvolle seizoenen in België kiest hij voor een transfer naar Katusha omdat hij „gelooft in een Duits project”. Hij probeert Merijn Zeeman mee te krijgen, maar dat mislukt. Van de verwachtingen die hij had, komt niets terecht, „het tegenoverstelde zelfs”, zegt hij.

In augustus zit Kittel in een gehuurde camper, die op het erf van het ouderlijk huis in Ichterhausen staat geparkeerd, klaar voor een vakantie naar het Comomeer met Tess, zijn broertje Martin en diens vriendin. Als hij zijn vader ziet lopen, voelt hij het. Kittel stapt uit de camper en omhelst zijn grootste fan. Pa weet hoe laat het is, heeft het er moeilijk mee want ziet nog potentie. Maar zijn oudste zoon is klaar met pijn lijden, hij kan en wil het niet meer. „Het moment is perfect. Ik heb geen ploeg, er zit een universiteit om de hoek, er komt een kleine aan. Ik heb twintig jaar op een zadel gezeten, het is tijd voor andere dingen.”

Wat ga je doen, na zo’n intens wielerleven?

„Ik moet er op letten dat ik rustig de tijd neem om af te koelen. Van topsporter naar het gewone leven. Dat is moeilijk, en daarom probeer ik dingen te zoeken waar ik mijn energie in kwijt kan. Na tweehonderd dagen reizen per jaar kan ik niet ineens thuiszitten. Ik doe twee keer in de week crossfit, in een groep, heel sociaal. Ik werk voor de Duitse televisie, en ik wil mijn ervaringen delen met jonge renners.”

Wat wil je ze leren?

„Dat ze goed voor zichzelf moeten zorgen door uit te vinden wat belangrijk is, wie ze zijn.”

Is het in de wielerwereld moeilijk om jezelf te zijn?

„Ja, ik denk in de hele topsportwereld. Als je eerlijk zegt dat je twijfels hebt, dan ben je zwak, en zwakte mag je niet laten zien. Ook als je naar een psycholoog gaat, wordt dat vaak als zwakte gezien. Dat is niet zo. Volgens mij moet je wel onderscheid maken tussen mensen die echt een probleem hebben en mensen die een moeilijke tijd doormaken. Dat laatste is mij twee keer gebeurd. Je hebt dan iemand nodig die je anders laat denken, je een schouderklopje geeft. Het mooiste aan mijn carrière is dat ik steeds weer dóór die moeilijke momenten heen ben gekomen. Daardoor ben ik nu een stuk zelfverzekerder.”

Hij begint binnenkort met een studie economie, aan de universiteit van Konstanz, op loopafstand van zijn huis. Hij wil onderzoeken „waarom mensen bepaalde dingen beslissen als ze iets gaan kopen.” Misschien begint hij ooit zijn eigen zaak. Of hij wordt een jaartje taxichauffeur. Daar wil hij maar mee zeggen: „We oordelen soms zo snel over mensen, zonder dat we ze kennen. Misschien heeft zo’n chauffeur net de lotto gewonnen, maar blijft hij liever rijden dan dat hij in een villa gaat zitten. Dat is toch de ultieme jackpot, als je zo zelfbewust kunt leven?”