Als het kaartenhuis van de 80-plusser thuis instort

Ouderenzorg Wie zorgt er voor de groeiende groep 80-plussers? De kinderen wonen ver weg, er zijn te weinig verpleegkundigen en verzorgenden. ‘Er staan ook bedden leeg. Niet omdat er geen wachtlijst is, maar omdat we het niet meer georganiseerd krijgen.’

Dhr. Hamminga in verzorgingshuis de Wenning in Drenthe.
Dhr. Hamminga in

verzorgingshuis de Wenning in Drenthe.

Foto uit de expositie Kracht van Binnenuit van Sake Elzinga

Het hart van ouderenarts Marieke Meinardi brak toen een echtpaar van in de tachtig werd binnengebracht op de spoedeisende hulp. „Ze waren samen van de trap gevallen. Zij probeerde hem naar bed te brengen en het bed stond boven. Er was niemand om voor ze te zorgen dus moesten ze tijdelijk ergens gaan revalideren. Het liefst in de regio. Maar we konden nergens een plek vinden in een verpleeghuis. Toen dacht ik: hier móeten we iets op bedenken.”

Wat is er aan de hand, wanneer twee hoog-bejaarden die thuis van de trap vallen, en dus niet voor elkaar kunnen zorgen, op niemand kunnen terugvallen? Dat de familie ver weg woont, de verpleeghuizen vol zitten, de wijkverpleging in de buurt overbelast is en het ziekenhuis zegt: voor ons bent u eigenlijk niet ziek genoeg. Dat hun kaartenhuis instort, zoals Meinardi het redderen thuis noemt.

Die vraag komt steeds vaker op. Haar afdeling heeft dit jaar – een record – voor één patiënt 36 verpleeghuizen moeten bellen om een plek te vinden. Vorig jaar belandden in het hele land 108.000 65-plussers op de spoedeisende hulp nadat ze thuis waren gevallen, meldde kenniscentrum VeiligheidNL in september. Zes procent meer dan in 2009. Van hen moesten 11.000 worden opgenomen in een verpleeghuis. In september bleek ook dat 14.000 kwetsbare ouderen op een wachtlijst staan voor een plek in een verpleeghuis in hun regio. Ze krijgen wel 24-uurszorg, maar níet op een plek waar ze zouden wíllen zijn.

Er is veel aan de hand. En dat zal voorlopig niet veranderen. Van de babyboomers (geboren tussen 1946 en 1955) wordt de eerste lichting over een jaar 75. Tegelijk leeft iedereen steeds langer – vrouwen worden gemiddeld 83 jaar, mannen 80. Vanaf hun vijftigste hebben ze meestal gebreken. In de ongezondste regio, Zuid-Limburg, houdt de ‘ervaren goede gezondheid’ op bij 43 jaar. In de gezondste regio, de Gooi en Vechtstreek, houdt die op rond 50 jaar.

Soms heeft iemand maar twee weken zorg nodig, thuis of in een hospice. Maar de meeste mensen slijten langzaam. Gewrichten gaan pijn doen, heupen en knieën worden vervangen, de ogen worden slechter, ze krijgen een hersenbloeding, hartproblemen, suikerziekte of kanker die wordt genezen en soms terugkeert. En de hersens gaan haperen: in 2015 waren 134.000 ouderen dement, in 2040 zijn dat er naar schatting 330.000.

Eenmaal krakkemikkig

Lange tijd zorgde het rijk voor ouderen. Van 1965 tot 2015 werden ze, eenmaal krakkemikkig, opgevangen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Iedereen betaalde AWBZ-premie en als je eenmaal oud was, kreeg je dezelfde opvang – rijk of arm.

Door de vergrijzing zou dit de komende decennia te duur worden. En dus schafte het kabinet-Rutte II de AWBZ af. Vanaf 2015 mochten alleen heel zwakke of demente ouderen (en zwaar gehandicapte en psychiatrische patiënten) nog aanspraak doen op 24-uurszorg in een instelling die door het rijk werd betaald. Zij vielen voortaan onder de Wet Langdurige Zorg. Er maken nu ongeveer 312.000 mensen gebruik van.

Honderden verzorgingshuizen werden de afgelopen jaren gesloopt of omgevormd tot goedkope huurflats, voor jongeren en migranten. De oudere die een beetje zorg nodig had, zou die voortaan thuis krijgen van familie en buren, thuiszorg of, zo nodig, de wijkverpleging.

Maar de kinderen zijn massaal naar de steden getrokken voor opleiding en werk. Ze wonen vaak ver van hun ouders. De afstand is te groot om dagelijks voor hen te zorgen. Ook buren zijn vaak te druk.

Dus krijgen ouderen die hulp nodig hebben met instanties te maken. Een gemeenteambtenaar bepaalt of ze recht hebben op gesubsidieerde schoonmaak of begeleiding; de wijkverpleging brengt in kaart hoeveel zorg ze nodig hebben; het Centrum Indicatiestelling Zorg bepaalt uiteindelijk of ze recht hebben op een 24-uurs-verpleeghuisplek. Verpleeghuizen op hun beurt moeten elke bestede cent verantwoorden.

De heer Versnel en mevrouw Kuhr.
Foto uit de expositie Kracht van Binnenuit van Sake Elzinga
Dhr. Hamminga in verzorgingshuis de Wenning.
Foto uit de expositie Kracht van Binnenuit van Sake Elzinga
Dhr. Hamminga in verzorgingshuis de Wenning.
Foto uit de expositie Kracht van Binnenuit van Sake Elzinga
De heer Versnel en mevrouw Kuhr.
Foto uit de expositie Kracht van Binnenuit van Sake Elzinga

Net als Albert Heijn en Jumbo

Sinds een paar jaar zijn er te weinig verpleegkundigen en verzorgenden. Het personeel vergrijst zelf; bijna 30 procent is over tien jaar met pensioen (115.000 55-plussers nu). En de werkdruk is hoog, met avond- en nachtdiensten. Verpleegkundigen moeten steeds meer administratie doen. Dat kost tijd en gaat ten koste van contact met de patiënt. 69 procent van ruim 16.000 verzorgenden en verpleegkundigen die meededen aan een enquête van de beroepsvereniging V&VN zegt dat in 2018 de werkdruk hoger was dan in 2017. Doordat er vacatures openstaan, moet de rest harder werken. Het verloop van zorgpersoneel bedraagt 15,7 tot 18 procent.

Bestuursvoorzitter Marc van Ooijen van De Zorggroep in Limburg, zei onlangs in vakblad Skipr: „We hebben te weinig verpleegkundigen, te weinig verzorgenden, te weinig mantelzorgers. Er staan ook bedden leeg. Niet omdat er geen wachtlijst is, maar omdat we het niet meer georganiseerd krijgen.”

Andere bestuurders in de zorg zeggen dat er nooit heel veel personeel meer bij zal komen. Zij verwachten meer van apps en het digitaal stellen van vragen, of medische gegevens doorsturen aan een dokter.

En er was al ‘marktwerking’ ingevoerd. Concurrentie tussen zorgorganisaties kwam niet echt van de grond, maar ze vallen wél onder de Autoriteit Consument & Markt. Ze mogen geen afspraken met elkaar maken en dus ook niet samenwerken, net als de Albert Heijn en Jumbo. Komt een oudere uit het ziekenhuis die moet revalideren in een verpleeghuis of er moet gaan wonen, dan mogen de verpleeghuizen niet met elkaar overleggen waar nog plek is. Dat zouden marktafspraken zijn. Ouderenarts Meinardi: „Het is idioot. Elke organisatie heeft zijn eigen belang en ze mogen niet samenwerken. De oudere patiënt is er de dupe van dat niemand de zorg regionaal regisseert.”