16 euro per uur – een ‘lachertje’ dat armoede moet voorkomen

Minimumtarief zzp De invoering van een minimumtarief voor zzp’ers moet de armoede onder deze groep zelfstandigen oplossen. Maar het kan ook averechts werken. Maakt de vakman straks plaats voor een amateur? En wordt het nieuwe minimum in tijden van crisis het maximum?

Illustratie Roland Blokhuizen

Aad Schuiling (62), zelfstandig schilder uit Amsterdam, loopt zijn uitgaven na. Al zesentwintig jaar doet hij buiten- en interieurschilderwerk in het luxere segment. Dat betekent dat hij drie schuurmachines heeft moeten kopen, een houtvochtmeter, een kleurenmeter, een spuitinstallatie, werkkleding, kwasten en ander schildergerei, een Renault Trafic, telkens nieuw schuurpapier en, niet te vergeten: „goede” verf. „Die verf kost een hoop”, zegt hij.

Daar komt zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) nog eens bij: 150 euro per maand. Via een zogenoemd broodfonds krijgt Schuiling bij ziekte maximaal twee jaar geld uitgekeerd, want een volledige verzekering vindt hij „te duur”. Die kost een oudere zzp’er met een risicovol beroep al gauw zo’n 450 euro per maand. Dan is er nog het verplichte pensioenfonds: 125 euro per maand. En de bedrijfswagen die hij rijdt: zo’n 7.000 euro per jaar, inclusief diesel.

Ook niet onbelangrijk: de regen. Schuiling doet op dit moment buitenschilderwerk, en dat is „nu al weken drama”. Vochtige dagen zijn dagen waarop hij niet kan werken en hij klanten dus ‘nee’ moet verkopen. Een kwart van de werkdagen denkt Schuiling op die manier kwijt te zijn. Zulke dagen vult hij met zijn boekhouding, acquisitie en klantencontact, maar ook dáár moet hij extra tijd voor inruimen.

Aad Schuiling rekent daarom al met al 48 euro per uur voor zijn diensten. „Dat heb ik nodig om uit de kosten te komen en daarna voldoende over te houden”, zegt hij.

Bijstandsniveau

Het kabinet-Rutte III presenteerde deze week een wetsvoorstel voor een minimumtarief voor zpp’ers van 16 euro per uur. Volgens het kabinet kan een zelfstandige zonder personeel met dat bedrag net op het bijstandsniveau van netto 1.028 euro per maand uitkomen – ook wel het ‘bestaansminimum’ genoemd. Daarmee wil het kabinet armoede onder zzp’ers tegengaan.

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek tonen dat zzp’ers relatief vaak minder verdienen dan wanneer zij een bijstandsuitkering hadden aangevraagd. Van de werknemers in loondienst leeft 1,5 procent onder het bestaansminimum, bij zzp’ers is dat 8,5 procent.

Een vijfde van de zzp’ers ontvangt nu minder dan 16 euro per uur, berekende economisch onderzoeksbureau SEO in opdracht van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66). Dat zijn met name pakket- en postbezorgers, maaltijdbezorgers en kunstenaars.

Lees ook: Minimaal uurtarief voor zzp’ers moet armoede tegengaan

Die ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt is geholpen met een minimumtarief, waarmee deze zelfstandigen in ieder geval op bijstandsniveau kunnen verdienen. Maar het tarief van 16 euro per uur is ook gebaseerd op allerlei gemiddelden, en lang niet alle 1,1 miljoen zzp’ers in Nederland passen in die mal. In sommige sectoren is het daarom de vraag of dat bedrag voldoende is.

Zo hebben zelfstandigen in de bouw veel hogere kosten dan de gemiddelde zzp’er. Hun aov is duur, omdat ze relatief veel risico op een bedrijfsongeval lopen. Het maandelijkse bedrag ligt in de meeste gevallen ver bóven de kosten van vergelijkbare verzekeringen voor werknemers, waarvan het kabinet in zijn berekening is uitgegaan.

Reserveringen voor het pensioen, die bijvoorbeeld Aad Schuiling verplicht betaalt, zijn helemaal niet meegenomen in de rekensom. Bovendien maakt Schuiling, anders dan een zzp’er die vanuit huis werkt, behoorlijk wat kilometers met zijn bedrijfswagen. Dat zijn kosten die volgens de nieuwe wet niet zijn gerelateerd aan een opdracht en die dus niet mogen worden doorberekend aan de opdrachtgever.

Voor Schuiling is 16 euro per uur daarom „een lachertje”, zegt hij. De markt voor vaklui is nu goed, maar als de tarieven in een volgende crisis naar 16 euro per uur zakken, moet hij „gewoon iets anders verzinnen”. „Dan kan ik mezelf geen loon meer uitkeren”, zegt Schuiling.

Geen voorbeeldtarief

Minister Koolmees stelt dat het minimumtarief ook niet is bedoeld voor álle zzp’ers – het is geen ‘voorbeeldtarief’. Het doel van de wet is dat zzp’ers die nu in armoede leven, voortaan minimaal 16 euro per uur kunnen opeisen. Dat kunnen ze doen via het civiel recht, maar het is ook de bedoeling dat de Inspectie SZW uurtarieven gaat controleren. „Deze afspraken zijn erop gericht armoede te voorkomen”, laat een woordvoerder van de minister weten.

Toch zijn vakbonden en ondernemersverenigingen bang dat het minimumtarief een norm wordt. „In de vorige crisis hebben we meegemaakt dat bouwers alleen nog aan opdrachten kwamen als ze die voor 16 of 18 euro per uur aannamen”, zegt Charles Verhoef van Zelfstandigen Bouw. Hij vreest daarom dat de 16 euro in een volgende crisis een „baken” wordt. Verhoef: „Dat het voor bedrijven gemakkelijker wordt om te zeggen: ‘dit is het wettelijk minimum, dat is een redelijk bedrag, je doet het er maar mee.’” Terwijl dat tarief tijdens de vorige crisis het absolute dieptepunt bleek.

Arend van Wijngaarden, voorzitter van vakbond CNV, stelt zelfs dat het minimumtarief „in tijden van crisis een verdienmodel kan zijn”. Bedrijven kunnen zzp’ers voor 16 euro per uur inhuren, zonder aan ze vast te zitten en zonder werknemerspremies te hoeven betalen. Koolmees laat in de toelichting op de wet weten een beleidsevaluatie te zullen laten uitvoeren, waarin wordt onderzocht of lagere tarieven inderdaad een gevolg zijn van de nieuwe wet.

Waarom is dan niet gewoon voor een hoger minimumtarief gekozen, waarmee iederéén uit de kosten is? Of een sectorspecifiek tarief, met een kostenberekening die bij de sector past?

Volgens Europese richtlijnen mag de overheid zich niet bemoeien met tarieven voor ondernemers. Doet zij dat wel, dan moet zo’n inbreuk op de regels noodzakelijk zijn. In dit geval is de noodzaak: armoede voorkomen. En dus mag het uurtarief niet hoger zijn dan wat daar strikt voor nodig is. Een minimumtarief van 25 euro, zoals vakbond CNV voorstelt, ligt volgens minister Koolmees boven het bestaansminimum.

Hetzelfde geldt voor een minimumtarief per sector. Zo’n „sectoraal tarief” zal armoede niet op een „samenhangende en stelselmatige wijze” bestrijden, laat een woordvoerder van de minister weten. En ook daarmee zou een inbreuk op de Europese regels niet te rechtvaardigen zijn.

Kunstenaars

Dan is er ook nog een groep zzp’ers die zich zorgen maakt over de uitwerking van de wet. Kunstenaars en illustratoren, die meestal per kunstwerk of tekening worden uitbetaald, moeten nu bijvoorbeeld anders gaan factureren. Datzelfde geldt voor musici.

„Muzikanten die op zondagavond voor 50 euro in een kroeg staan, zullen absoluut blij zijn voortaan een hogere prijs te kunnen rekenen”, zegt Caroline Cartens, freelance operazangeres en mede-initiatiefnemer van het Platform voor Freelance Musici.

Tegelijkertijd vreest ze dat tussen musici en opdrachtgevers een hoop discussies zullen ontstaan. Zo krijgen veel muzikanten nu voor één concert een bepaald bedrag. Onder de nieuwe wet worden zij per gewerkt uur betaald en moeten zij zelf, vooraf, een inschatting maken van de aan de opdracht gerelateerde kosten. Die komen bovenop het uurtarief.

Cartens: „Telt repeteren dan mee in het aantal uren dat je werkt? En het studeren op de muziek? En de reis naar zo’n concert toe, kun je die uren declareren?”

Waar discussie ontstaat, moet opnieuw worden onderhandeld. En daarmee worden machtsverhoudingen belangrijker, stelt Cartens. Een opdrachtgever die het op een ruime arbeidsmarkt voor het uitzoeken heeft, kan zzp’ers tegen elkaar uitspelen. Cartens: „Een semi-amateurkoor zal bijvoorbeeld eerder voor een amateur kiezen dan voor een professionele zzp’er die keurig zijn studie-uren declareert.”

Daar is in de wet wel rekening mee gehouden. De verantwoordelijkheid voor de „juistheid” van het aantal gewerkte uren en de gemaakte kosten ligt voortaan bij de opdrachtgever. Die moet controleren of de zzp’er ook écht het aantal uren heeft gewerkt dat hij opgeeft. Vanwege grote concurrentie kunnen zzp’ers geneigd zijn te weinig uren te declareren. Koolmees wil zo voorkomen dat zzp’ers met een slechte onderhandelingspositie zich gedwongen voelen onjuiste informatie aan te leveren, en dat opdrachtgevers daar misbruik van maken.

Klopt de informatie waarop een betaling is gebaseerd niet, dan wordt de opdrachtgever beboet. Dit geldt overigens alleen voor zakelijke opdrachtgevers; bedrijven dragen zo’n verantwoordelijkheid, de particuliere klanten van een schilder niet.

Het is de vraag in hoeverre dit soort informatie door de Inspectie SZW te achterhalen is. „Het zal vaker om kleine verschillen en individuele gevallen gaan”, zegt Cartens, „dan om grote misstanden.” En weet daar de vinger maar eens op te leggen.

Het minimumtarief moet vanaf 2021 ingaan.