Opinie

Zullen we álle leerlingen scholen in democratie?

Als je niet wil dat alleen hoogopgeleiden straks nog stemmen, moet ook in het beroepsonderwijs burgerschap serieus onderwezen worden, vindt .
Technieklokaal van een vmbo-opleiding
Technieklokaal van een vmbo-opleiding Foto Daniel Niessen

Wie in vreugde uitbarstte bij het lezen van de kop Jongeren geloven nog in democratie (NRC, 24 oktober), stond al snel weer met beide benen op de grond omdat dat geloof erg ongelijk verdeeld blijkt te zijn. Uit het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat vmbo-leerlingen minder vertrouwen hebben in hun eigen politieke kunnen en minder kennis en interesse hebben in politiek dan hun leeftijdsgenoten op het vwo. En dat heeft effect: van de brugklassers in vmbo-basis en kader verwacht ongeveer 65 procent te gaan stemmen als ze 18 zijn, bij havo/vwo leerlingen is dat 90 procent.

Het ligt voor de hand om het onderwijs te vragen deze democratiekloof te overbruggen, maar hoe reëel is dat?

We zoomen in op de schoolloopbanen van de fictieve leerlingen Yasmine en Bram. Ze zitten in de onderbouw van het vmbo en hoeven daar niet veel van het democratisch burgerschapsonderwijs te verwachten. Er is weliswaar een wet waarin staat dat scholen hier iets aan moeten doen, maar onderzoek van de onderwijsinspectie laat zien dat dit niet goed gaat. Binnen een school is vaak iedereen en dus niemand verantwoordelijk.

Ook de school van Yasmine en Bram heeft nog geen visie op burgerschap geformuleerd. Misschien dat ze bij geschiedenis iets leren over het ontstaan van de democratische rechtsstaat, maar Yasmine en Bram worden niet direct enthousiast van die meneer Thorbecke en het jaar 1848. Maatschappijleer kan geen redding bieden, want dat krijgen ze in de onderbouw nog niet.

In de bovenbouw staat dat wel op het lesrooster. Hopelijk treffen ze een enthousiaste en goed opgeleide leraar maatschappijleer, die ze laat zien dat politiek ook over hen gaat. Dan hebben ze geluk, al moet alles wel snel want ze hebben maar één schooljaar maatschappijleer en hooguit twee lesuren per week.

Helaas wordt meer dan 25 procent van de lessen maatschappijleer niet gegeven door een bevoegde leraar. Dus misschien staat er bij Yasmine en Bram een leraar van een ander vak voor de klas die zich angstvallig vastklampt aan een werkboek omdat hij het moeilijk vindt om het gesprek over ingewikkelde maatschappelijke en politieke kwesties in goede banen te leiden.

Soms vindt de school ‘aanwezigheid’ genoeg

Enthousiast worden ze er niet van en hoger dan een 5 scoren ze niet. Dat is vooral jammer omdat ze inmiddels 16 zijn en al bijna mogen stemmen. Van het cijfer hebben ze minder last, omdat ze nog een extra herkansing krijgen. De directeur van de school vindt namelijk dat je maatschappijleer met ten minste een 7 moet afsluiten, zodat je die 5 voor wiskunde in je examenjaar nog kunt compenseren.

Gelukkig is er op het mbo een nieuwe kans: daar krijgen ze het vak burgerschap. Op sommige mbo-opleidingen staan enthousiaste leraren hun uiterste best te doen om studenten het politiek zelfvertrouwen te geven waarmee ze in hun volwassen leven vooruit kunnen. Maar voor hetzelfde geld hebben ze weer pech: ze hoeven geen resultaten te halen bij burgerschap en de school vindt alleen aanwezigheid bij een projectweek burgerschap wel voldoende inspanning.

Bekijk ook: de kwestie in kaart: moeten burgerschapslessen worden uitgebreid?

Burgerschap mag iedereen geven die een pedagogisch-didactisch getuigschrift heeft. De leraar van Yasmine en Bram heeft wellicht geen belangstelling voor politiek of weet niet waarom bronbescherming voor journalisten zo belangrijk is. Als Yasmine na vmbo-t overstapt naar 4 havo, helpt dat ook niet veel: weinig lesuren maatschappijleer en een cijfer dat maar half meetelt. Yasmine en Bram worden 18 en krijgen stemrecht in het jaar van de Europese verkiezingen (2024) maar laten die aan zich voorbij gaan. Ze hebben geen vertrouwen opgebouwd dat ze invloed kunnen uitoefenen op de politiek, al helemaal niet op Europese politiek.

De commissie pleit voor méér uren les

Kan het ook anders? Ja, gelukkig wel. De staatscommissie parlementair stelsel meent dat versterking van de democratische burgerschapsvorming in het onderwijs essentieel is voor de weerbaarheid van onze democratische rechtsstaat. Concreet pleit de commissie in haar advies uit 2018 voor meer uren maatschappijleer en geschiedenis, voor een centraal examen maatschappijleer in het voortgezet onderwijs en voor een resultaatverplichting voor mbo-studenten. Dat er eisen worden gesteld aan de kennis over burgerschap, die wordt getoetst.

Sindsdien is het kabinet aan zet, maar dat treuzelt nogal. Minister Slob vindt dat de positie van maatschappijleer alleen versterkt kan worden gelijktijdig met een herziening van het hele basis - en voortgezet onderwijs. En minister Van Engelshoven houdt in ieder geval tot en met 2021 vast aan een burgerschapsagenda voor het mbo met vage voornemens waaronder een „integraal instrument voor zelfevaluatie” voor mbo-opleidingen.

De Tweede Kamer bespreekt binnenkort het advies van de staatscommissie. Hopelijk zien de volksvertegenwoordigers dat de bijdrage en betrokkenheid van Yasmine en Bram en al die andere achttienjarigen die een beroepsopleiding achter de rug hebben essentieel is voor onze democratie. Dan kan de Tweede Kamer zelf zorgen dat de volksvertegenwoordiging van de toekomst net zo veel van Yasmine en Bram is als van universitair opgeleid Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.