Recensie

Recensie

Een SUV van Rolls, daar zaten alle sjeiks en rappers op te wachten

Autotest Alles aan de Rolls-Royce Cullinan is mythologie. ziet de auto als een stalinistisch monument.
Bas van Putten en de Rolls-Royce Cullinan
Bas van Putten en de Rolls-Royce Cullinan foto merlijn doomernik

Eerste reactie van de fotograaf op de massagesalon achter de tegengesteld openende suicide doors van de Rolls-Royce Cullinan; „Jezus, wat erg.”

Het leer is babyblauw. Omdat alles moet kunnen. Mocht men roze prefereren, dan noteert de Rolls-verkoper met een uitgestreken kop de order. De lak is leverbaar in 44.000 kleuren en de nerven van het hout volgen tegen betaling elke stemmingscurve. Zo rollst vandaag de dag oer-Brits handwerk voor de smaakmakers van de Golfstaten en Beverly Hills. Misschien heeft een jonge, onervaren Rolls-Royce-medewerker gefluisterd: Wat een mal idee dat onze kostelijke runderhuiden zijn veroordeeld tot de kont van een fundamentalistische emir die ons allemaal dood wil. Die een fatwa uitspreekt over de champagneglazen in het koelkastje tussen de lounge seats achter. Zo’n jongen moet de wereld nog een beetje leren kennen. Geen scrupules; the show must go on.

De eerste SUV van het merk werd, omdat het Rolls-Royce is, meteen verplicht de grootste. Lengte 5 meter 34, breedte 2 meter 16; ongekend. Gewicht: 2.660 kilo, dito. Vermogen: 571 pk. CO2-uitstoot, riemen vast; 341 gram per kilometer. Verbruik: zelfs volgens de fabriek al aan de foute kant van 1 op 7. Geen woord aan gelogen. Ik verstookte voor 150 poeslief gereden kilometers 23 liter, en u kunt rekenen. Nu de prijs; vanaf vier-honderd-zeven-tien-duizend euro. De testauto: 550.000. Hij verkoopt als een tierelier. Een SUV van Rolls, daar zaten alle sjeiks, rappers en honkbalsterren op te wachten.

Wreed romantisch

Iedereen vindt hem lelijk, behalve ik. Ik zie hem als een stalinistisch monument van het geloof in een verheerlijkte illusie. Zijn plompe reusachtigheid is afgekeken van betonnen Sovjet-leiders en het paleis van Ceausescu. Voor die kunst moest het grootkapitaal in de leer bij het communisme, leert de Cullinan. Daar was geen prijs te hoog voor de grote greep. De grootheidswaan van het ontwerp is wreed romantisch. Hij heeft de tragische grandeur van Icarus. Natuurlijk valt hij, maar zijn vlucht was een droom. Wie rijden hem nu in Kiev en Odessa? De ontaarde kinderen van de revolutie, die ooit op Rode Pleinen opmarcheerden voor de heilstaat; de sportschoolhouders en de kippenboeren. Hoe bevalt-ie, Pjotr? „Het voelt als thuiskomen.”

Hij werd vernoemd naar de grootste diamant ooit gevonden. Die staat natuurlijk voor De Graal. Alles aan de Cullinan is mythologie. Het sierlijntje op de flank, bij de testauto in de kleur van het meubilair, wordt door één Rolls-specialist met een penseel van eekhoornhaar snaarstrak op de koets geschilderd, toverij. Er is meer dierennieuws; de hoofdsteunen zijn gevuld met marterhaar.

Stalinistisch ook zijn revolutionaire inborst. Dit is, oeps!, de eerste Rolls met neerklapbare achterbank. Mits die er zit. Bij Cullinans met de twee losse stoelen van de Individual Configuration achterin, kosten 20 mille, scheidt een separatieruit het interieur van het bagageruim, en valt er niks meer neer te klappen. Dat de Cullinan daarmee ophoudt SUV te zijn zal Rolls en vermoedelijk haast alle klanten worst wezen. Ook de Sovjets wisten met vergelijkbaar meesterschap gebreken als verdiensten voor te stellen.

Het vergaat me in dat leerboudoir als met de laatste jongensdromen van de oude Reve. Zoals ik me heilig voornam niet meer te lachen om de paapse balorigheden, en na drie pagina’s toch weer schaterend boven het Boek van Violet en Dood hing, zo was ik vastbesloten de Cullinan monsterlijk te vinden, en ging ik toch voor de bijl. Ik weet niet of zo’n rollend mausoleum nog een auto is, maar soepeler bewegen kan niet. Het interieur is volkomen ruis- en trillingvrij, de vering soepeler dan die van enige Citroën uit het veerbollentijdperk. Hij stuurt zo licht en gemakkelijk als een boodschappenauto. Ik kan het maatschappelijk onaanvaardbare geluksgevoel van de klantenkring zeer goed begrijpen, terwijl hij totaal onpraktisch en stronteigenwijs is. Er is geen temperatuurregeling voor de airco. De stengels voor richtingaanwijzers en ruitenwissers zijn onzichtbaar achter het stuur verstopt. De voordeuren open je met knopjes onder de huif van het dashboard, en ze bewegen slechts zolang je ze ingedrukt houdt; sluiten doe je met een knop in de portiergreep. Zelf dichtslaan zou volstrekt buiten de orde zijn; de ontzorging is zo totalitair als de bouwstijl. Excuses, ik moet de NRC-lezer nog tegenkomen die meer dan vijf ton aan een SUV uitgeeft. Mocht u niettemin kandideren; graag gedaan! Maar wees er snel bij. Deze wonderbaarlijke verspilling komt nooit weer.