Onderzoekers stellen slavenregisters Suriname online beschikbaar

Sinds donderdag zijn de Surinaamse slavenregisters volledig online doorzoekbaar. Er zijn gegevens van tachtigduizend tot slaaf gemaakten te vinden in de periode 1830-1863.
Bezoekers herdenken de afschaffing van de slavernij bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in Amsterdam
Bezoekers herdenken de afschaffing van de slavernij bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in Amsterdam Foto Remko de Waal/ANP

Voor wie voorouderonderzoek wil doen in Suriname, is het werk sinds donderdag een stuk makkelijker geworden. Onderzoekers publiceerden vandaag de volledige Surinaamse slavenregisters, die zij online doorzoekbaar maakten. In de registers staat informatie over ongeveer tachtigduizend tot slaaf gemaakten in Suriname, waaronder hun namen, geboortedata en informatie over hun eigenaren.

In 2018 werd het eerste deel van de registers al beschikbaar gesteld voor het publiek - dit besloeg de periode van 1851 tot de afschaffing van de slavernij in 1863. Nu zijn ook de eerdere archieven, die lopen van 1830 tot 1850 in te zien. Zevenhonderd vrijwilligers zijn twee jaar bezig geweest om de 30.000 handgeschreven pagina’s in te scannen.

De registers zijn te vinden op de websites van de nationale archieven van Nederland en Suriname en zijn tot nu toe een half miljoen keer bekeken.

De digitalisering van de registers was een initiatief van onderzoekers Maurits Hassankhan van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo en Coen van Galen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tijdens eerder onderzoek kwam Van Galen er achter dat de registers alleen in Suriname zelf konden worden ingezien. „Terwijl ze wetenschappelijk juist zo relevant zijn”, vertelt hij.

Meeste donateurs uit Suriname


Hassankhan en Van Galen wilden de documenten daarom digitaliseren. Om het project te financieren werd een crowdfundingsactie opgezet - volgens Van Galen een ongebruikelijke manier om wetenschappelijke projecten te financieren. „Maar als we een normale fondsenaanvraag zouden doen, zou er zo weer een paar jaar overheen zijn gegaan gaan.” Hij was verrast door het aantal donateurs, in totaal zo’n vierhonderd. Later werd er ook door het Prins Bernhard Cultuur Fonds geld beschikbaar gemaakt. In totaal was er zo’n 80.000 euro met het project gemoeid.

Sommige vrijwilligers hadden in hun familiegeschiedenis zelf te maken gehad met slavernij. „Maar niet iedereen”, vertelt Van Galen. „Er waren bijvoorbeeld mensen die zelf voorouderonderzoek gedaan hadden en vonden dat de nakomelingen van slaven dit recht ook hadden.”

Volgens Van Galen was er belangstelling voor het project vanuit zowel Nederland als Suriname. „Maar vooral in Suriname kregen we veel media-aandacht. Ook kregen we relatief gezien meer donaties van Surinamers”, vertelt hij. „Wat opvallend is. Want het land heeft het de afgelopen jaren economisch moeilijk gehad.”

Dat Nederland zulke uitgebreide slavenregisters bijhield is volgens Van Galen uniek. „Alleen in de Nederlandse koloniën werd er 35 jaar lang elke dag informatie bijgehouden.” De lijsten werden opgesteld om de illegale handel in slaven tegen te gaan. De trans-Atlantische handel was op dat moment namelijk al verboden. „Vooral vanuit het Britse Rijk werd er veel druk uitgeoefend op Nederland. Daar werd de slavernij in 1834 afgeschaft.” Voor de Nederlandse wet bleef het houden van slaven legaal tot 1863. De slavenregisters vormden uiteindelijk de basis voor de Surinaamse bevolkingsregisters.

Van Galen wil zich vanaf nu gaan richten op het digitaal beschikbaar maken van de burgerlijke stand in Suriname na 1863. Op dit moment werkt hij samen met Nationaal Archief van Suriname om de bevolkingsregisters in de periode van 1830-1950 te digitaliseren. „Dan kun je goed zien wat het effect is van slavernij over meerdere generaties.”