Te weinig aandacht en tijd voor ggz-patiënten

Psychiatrie De maatschappij worstelt met de afbouw van de psychiatrie. „Leven met psychose-gevoeligheid is topsport.”

De ergste excessen met ggz-patiënten, zoals de moord op Els Borst in 2014, hielden wekenlang de publieke opinie bezig.
De ergste excessen met ggz-patiënten, zoals de moord op Els Borst in 2014, hielden wekenlang de publieke opinie bezig. Foto Jeroen Jumelet

Alle ggz-instellingen moeten opgelucht hebben ademgehaald, zegt deskundige Rina Beers, toen maandag bleek dat de Rotterdamse verdachte Ergün S. níét bij hen hoorde. GGZ-Delfland in Zuid-Holland stak zijn vinger op, nadat de familie van de verdachte zich in het AD had gemeld: S. was al een tijdje psychotisch. Samen met GGZ Delfland probeerde de familie hem gedwongen te laten opnemen. De rechter zou dinsdag komen oordelen of dat mocht, zegt GGZ Delfland.

Maar S. was al verdwenen naar Groningen, bleek zondag. Waar hij waarschijnlijk twee medewerkers van een bioscoop had gedood.

Lees ook: Thijs H. zegt spijt te hebben van moorden, maar zijn motieven blijven onduidelijk

Rina Beers werkt al jaren als beleidsadviseur voor de Federatie Opvang, die de belangen behartigt van organisaties die begeleiding en beschermd wonen bieden aan chronische psychiatrische patiënten. Zij huren ongeveer 15.000 woningen (in woonwijken) voor die groep. Net als alle deskundigen betreurt ze het dat ‘Groningen’ de aanleiding is om over de gebrekkige zorg voor psychiatrisch patiënten te praten. Over patiënten die, sinds de afschaffing van de AWBZ in 2015, steeds vaker zelfstandig moeten wonen maar te weinig hulp krijgen. Ze spreekt in het algemeen, niet over deze specifieke zaak.

Zo ook Mark van der Gaag, hoogleraar aan de VU en jarenlang behandelaar van psychotische patiënten bij de Haagse GGZ-instelling Parnassia. Hij onderstreept meteen: de meeste psychotische patiënten zijn niet gewelddadig. „De meesten lopen niet in zeven sloten tegelijk. Maar ze zijn wel kwetsbaar. Ze hebben structuur en begeleiding nodig.” En Bert Stavenuiter, directeur van Ypsilon, een vereniging van 5.000 naasten van mensen met psychoses. „Je kunt prima kwetsbare psychotische patiënten tussen de mensen laten wonen, zoals de afgelopen jaren is gebeurd, maar dan moet je ze wel intensief begeleiden. En dat gebeurt niet.”

Alle drie de deskundigen zien een trend: de maatschappij worstelt met de afbouw van de psychiatrie. Wekelijks berichten media over incidenten met mensen die ‘verward gedrag’ vertonen. Politie en woningbouwcorporaties slaan alarm omdat ze steeds meer meldingen van overlast krijgen. Dit jaar bereikte de politie een record aan ‘E-33 meldingen’: ruim 90.000. Dat zijn telefoontjes van omstanders die zich geen raad weten met ‘verward gedrag’. Van eenzaam geschreeuw op straat tot explosies in huis. De politie haalt de overlastgever op en probeert een psychiatrisch geschoolde hulpverlener erbij te halen. Maar dat lukt niet altijd.

Politieafzetting na de dubbele moord in Groningen zaterdagochtend.

Dubbele moorden

De ergste excessen, zoals de dubbele moord in Groningen en de dubbele moord in mei op de Brunssummerheide, houden wekenlang de publieke opinie bezig.

Er zijn ook andere gevolgen, zoals de groei van het aantal daklozen: dat zijn er dit jaar 40.000. Twee keer zoveel als tien jaar geleden. Volgens het Leger des Heils komt dat ook door de afgebrokkelde hulp voor psychiatrisch patiënten.

Leven met ‘psychosegevoeligheid’, zoals Ypsilon-directeur Stavenuiter het noemt, is „topsport”. Dat doen 100.000 mensen in Nederland, van wie een kwart nu zelfstandig woont. Tijdens een psychose horen ze stemmen en zien ze dingen die er niet zijn. Stavenuiter: „Soms zetten ze de muziek keihard om de stemmen niet te horen. Dan komt de buurman. Of hij belt 112. Dan escaleert het snel.”

Stavenuiter begrijpt dat buren klagen, want telkens harde muziek aanhoren, is niet te doen. Eigenlijk, zegt hij, moet elke patiënt een paar mensen hebben die hij kan aanspreken als hij zich slecht voelt. „Contact met anderen is het beste wat er is. Even een praatje of een ommetje maken – dat helpt.” Er zijn ook antipsychotica maar die moet de patiënt wel innemen.

Bezuinigd op psychiatrie

Sinds 2015 is er bezuinigd op de psychiatrie én op de begeleiding van psychiatrisch patiënten. Een derde van de plekken in instellingen is verdwenen. Die mensen huren nu de goedkoopste woningen.

In de goeie gevallen, krijgen ze frequent bezoek van een ggz-hulpverlener – ‘ambulantisering’ in jargon. Die praat met de patiënt, zorgt dat hij zijn medicijnen inneemt en stabiel blijft. Daarnaast gaat de cliënt elke dag naar een activiteit, sinds 2015 betaald door de gemeente: sport, schilderen, werken, of iets anders.

De dubbele moord in mei op de Brunssummerheide.

Maar het gaat vaak niet goed – zie de vele E33-meldingen (die ook over verward gedrag van demente ouderen en drugsgebruikers gaan). De psychiatrie heeft te weinig mensen om persoonlijk bij alle patiënten langs te gaan. En de gemeenten op hun beurt hebben te weinig geld voor de activiteiten, vertelt Rina Beers. De Federatie Opvang, waar zij werkt, vertegenwoordigt alle organisaties zoals Het Leger des Heils en HVO Querido die begeleiding en huisvesting van cliënten organiseren. „Er ging meteen 0,7 miljard euro af, toen het Rijk de begeleiding overdroeg aan de gemeenten. Tegelijk groeide de vraag doordat patiënten uit instellingen zelfstandig moesten gaan wonen. Gemeenten kunnen dus te weinig uren begeleiding per patiënt inkopen. Maar ook op huishoudelijke hulp – een werkster die wekelijks langs komt – is door het kabinet bezuinigd.” Dus die sociale controle verdween.

Als psychiatrisch patiënten ergens baat bij hebben, is het wel identieke dagen en gezelschap. Beers: „Er is nu te weinig stabiele structuur. Die was er wel in de instellingen en toen de thuiszorg nog langs kwam bij patiënten (op kosten van de AWBZ, red.) Die structuur is er in de gevangenis nog steeds. Het is wrang, maar in de gevangenis gaat het met veel psychotische patiënten beter. Er is structuur en daar kunnen ze geen drugs krijgen.”

Dat psychiatrisch patiënten niet apart worden gezet, in klinieken in het bos zoals vroeger, is een goeie ontwikkeling, vindt hoogleraar Mark van der Gaag. „Dat gaat vaak heel goed. Ik ken patiënten die bij hun familie in de buurt wonen en elke dag bij hun ouders eten. Jaar in jaar uit. Maar als er geen familie is, moet de begeleiding van anderen komen.”

Bij de ggz is er te weinig tijd voor echt menselijk contact, zegt Van der Gaag. Dat leidt soms tot uitwassen. „De jongen die wordt verdacht van het doden van twee passanten op de Brunssummerheide, had met bebloed shirt aangeklopt bij de ggz! Niemand vroeg: ‘waar komt dat bloed vandaan?’ Een dag later had hij de kliniek alweer verlaten.”