Iris ter Schiphorst: ‘Begrijp me goed: ik beweer niet dat Assange een held is’

De half-Nederlandse componist Iris ter Schiphorst (1956) wordt eindelijk meer uitgevoerd in Nederland. Ze componeerde Assange – Fragmente einer Unzeit. Je zou het een muzikale tragedie kunnen noemen rondom Julian Assange.

Iris ter Schiphorst
Iris ter Schiphorst Foto Bettina Stoess

Ja, ze spreekt nog Nederlands, zij het zelden. Voor het interview toch liever Duits. Vanuit een appartement in Berlijn, waar een avond eerder een pianostuk van haar werd uitgevoerd, vertelt componiste Iris ter Schiphorst over haar jeugd. Hoe ze als dochter van een Duitse pianiste en een Nederlandse ingenieur tweetalig werd opgevoed en om de haverklap verhuisde. Hoe het adres van haar grootouders in Wassenaar een dierbaar rustpunt werd: „Ik logeerde er iedere vakantie. Prachtige jaren. Nederland voelt nog altijd als een zweite Heimat.”

In Duitsland is Iris ter Schiphorst (1956) inmiddels een gekende naam. Zo ook in Oostenrijk, waar ze sinds drie jaar een leerstoel Medienkomposition bekleedt aan de Universität für Musik Wien. Frappant: ondanks haar Hollandse wortels staat haar werk in Nederland niet bijster vaak op de concertprogramma’s. Hoewel, de laatste maanden lijkt er sprake van een voorzichtige kentering. Afgelopen februari nog speelde het DoelenKwartet haar strijkkwartet Aus Liebe. Op 7 en 8 november klinkt in achtereenvolgens Amsterdam en Den Bosch een wereldpremière van haar.

Assange - Fragmente einer Unzeit heet het werk voor sopraan, ensemble en elektronica dat Ter Schiphorst componeerde voor Ensemble Modern. Je zou het een muzikale tragedie kunnen noemen rondom Julian Assange, de oprichter van klokkenluiderswebsite Wikileaks. Na zeven jaar kluizenaarschap in de Ecuadoraanse ambassade in Londen, hangt hem momenteel uitlevering aan de VS boven het hoofd.

De casus Assange gaat Ter Schiphorst aan het hart: „Wat ik schokkend vind, is de scherpe wending die de kwestie heeft genomen. Waar hij in 2010 nog werd bejubeld als een voorvechter van transparantie, daar wordt hij nu verguisd als een crimineel en een verkrachter.

„Begrijp me goed: ik beweer niet dat Assange een held is. Mijn punt is dat er in de media voornamelijk over zijn karakter lijkt te worden gespeculeerd, terwijl de juridische feiten van tafel zijn verdwenen. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling, want de zaak Assange raakt aan urgente thema’s als persvrijheid en vrijheid van meningsuiting.”

Engagement

Naar eigen zeggen begon Ter Schiphorst rijkelijk laat met componeren. Na een pianostudie aan het conservatorium van Bremen, gooide ze het roer resoluut om. Ze was 23, ging op wereldreis, leerde zichzelf basgitaar spelen en stortte zich bij terugkomst in de Duitse rock-scene. Tegelijkertijd lonkte de filosofie en begon ze zich in de hedendaagse muziek te verdiepen.

Een gezonde dosis engagement werd in de loop der jaren een handelsmerk. Neem Zerstören II (2006), een bespiegeling op 9/11. Of Das imaginäre nach Lacan (2017), een stuk voor sopraan en groot orkest over de Westerse beeldvorming omtrent het Midden-Oosten. Volk unter Verdacht (2017) is een muziektheaterstuk annex documentaire over de verstikkende Big Brother-praktijken van de Stasi in de voormalige DDR.

Muziek, de ongrijpbaarste van alle kunsten, als drager van een kritische inhoud „Het is de paradox van mijn leven”, zegt Ter Schiphorst. „Enerzijds zweer ik bij de kracht van muziek, die in al haar abstractie onmiddellijk op het gemoed inwerkt. Anderzijds blijf ik gefascineerd door literatuur en tekst. Taal stelt me in staat om een betekenis over te brengen en mijn klanken van een context te voorzien. Mijn muziek is een poging om die twee uitersten te verenigen, op zo’n manier dat ze niet alleen intellectueel prikkelt, maar ook een aangrijpende ervaring biedt.”

Sopraan

Ook in Assange worden muziek en taal een expressief, hybride geheel, maar opvallend genoeg niet in de zangpartij. Ter Schiphorst: „Laten we zeggen dat ik een nogal gecompliceerde verhouding heb met het traditionele zingen. Een zanger die met grote vocale gestes hele stukken tekst verklankt, ik vind dat niet zo geloofwaardig. Ik voer de sopraan dus niet op als een personage, maar zet haar in als een expressief, lichamelijk instrument. Ze zingt voornamelijk tekstloos.”

De instrumentale partijen spreken des te meer. Met gebruik van elektronica weeft Ter Schiphorst fragmenten uit interviews, toespraken en internet footage door de ensemblepartituur, die in al haar hectische gelaagdheid een afspiegeling is van een schreeuwerige, stuurloze Unzeit.