Lia's man kreeg Alzheimer: 'Ik was hem als partner allang kwijt'

Van geluk gesprokenCoen Verbraak interviewt mensen over geluk. En over hoe dat soms naadloos verweven kan zijn met ongeluk. Deze keer: de man van Lia Hesseling kreeg Alzheimer.

Illustratie Martien ter Veen

Ook op de foto’s kun je z’n charisma goed zien. „Echt een leiderstype; groot en stevig”, zegt Lia Hesseling-Van den Hooven (73), terwijl ze de foto’s van haar man Gert – die met een grijze baard vanonder een joyeuze hoed fier de lens inkijkt – aandachtig bestudeert. „Intelligent, lief en zeer aanwezig.” Maar op de laatste foto lijkt er iets veranderd. Daar is z’n blik eerder in zichzelf gekeerd. „Toen was hij al aan het veranderen.”

Ze leerden elkaar in de jaren zestig kennen toen ze allebei taalles gaven. Op een dag vroeg zij hem mee naar een expositie van Pyke Koch. Kunst, daar hielden ze allebei van. In eerste instantie klikte het helemaal niet zo goed. „Ik vond hem arrogant.” En toch raakte ze van hem in de ban. „Hij leerde me op een prachtige manier kijken naar kunst.”

Ze kregen twee kinderen, en hadden het goed met elkaar. Al was het een turbulent huwelijk. „Ik moest voor mezelf opkomen, me schrap zetten tegen zijn dominantie.”

Rond 2000 – ze waren 35 jaar getrouwd en hun kinderen waren volwassen – gingen ze op vakantie naar Costa Rica. Het land beviel. „Het is prettig bereisbaar; je kunt er zonder gids de oerwouden in.” Toen ze in de gelegenheid kwamen om er een paar maanden per jaar te gaan wonen, deden ze dat. „Daar hadden we een totaal ander leven dan hier. Gert vond het er ook heerlijk. Hij richtte een atelier in en begon te schilderen.”

Zij moest daar in Costa Rica de meeste dingen regelen, want zij sprak Spaans. Dat werd steeds lastiger omdat ze vond dat haar man rare besluiten begon te nemen. Nadat ze elkaar in de supermarkt een keer even uit het oog verloren, werd hij woedend. „Hij zei: waarom heb je me alleen gelaten? Dat kénde ik helemaal niet van hem.” Hun relatie veranderde. „Hij werd onredelijk, gaf mij overal de schuld van.” Op een dag kwam de zus van haar man logeren in Costa Rica. „Ze nam me al snel apart: ‘Zie je het niet? Gert heeft Alzheimer’.” Ze herkende de symptomen; hun moeder leed ook aan die ziekte. „Ik kon het eerst nauwelijks geloven. Zo’n sterke, vitale man. Gert was toen pas 62.” Gert vond zelf dat er niets met hem aan de hand was. Sterker nog: hij vond dat er iets met háár mis was. „Onze huisarts in Nederland overtuigde hem ervan toch een test te doen. Toen bleek dat hij aan Alzheimer leed. Gert vond de test belachelijk, de artsen onbekwaam.” Ondertussen ging hij steeds verder achteruit. „Hij fietste door het rode licht, ging met z’n fiets de snelweg op. Hij maakte fouten bij zijn werk als grafisch ontwerper, verloor zijn klanten en zijn inkomen. Hij verloor ook zijn pinpas mét zijn pincode, want die bewaarde hij bij elkaar, omdat hij de code niet kon onthouden. Duizenden euro’s waren al afgeschreven voordat ik het in de gaten had. En alles in huis raakte weg, omdat hij bankafschriften en andere papieren meesleepte naar zijn atelier. De gelijkwaardigheid in onze relatie was verdwenen.”

Hand in hand

„Alles stortte in, het leven gleed uit onze handen.” Hun relatie raakte op een dieptepunt. Uiteindelijk besloot ze in overleg met de thuiszorg uit huis te gaan. „Overdag was ik bij hem, ’s nachts sliep ik in een appartement. Hij had zo’n hekel aan mij dat hij ook mijn eten niet meer wilde. Hij wilde zich niet meer laten verzorgen, weigerde te douchen.” Uiteindelijk besloot de rechter dat hij gedwongen moest worden opgenomen. „Ik had een instelling gevonden waar veel aan kunst gedaan werd. Maar hij zou er nooit uit vrije wil heengaan. Daarom hebben we een strategie bedacht: Gert werd door die instelling uitgenodigd voor een expositie van zijn werk. Dat vond hij prachtig. Aan het eind van de middag zei hij dat hij best wilde blijven.” Hij had het er naar zijn zin, kreeg zelfs een vriendin. „Ze liepen hand in hand samen. Ik had er geen moeite mee. Ik was hem als partner allang kwijt. Tegelijkertijd was ons contact aanzienlijk verbeterd nadat hij was opgenomen. We maakten weer wandelingen samen.”

Lees ook: Twijfels over nieuw medicijn tegen alzheimer

Toen hij een klein jaar nadien aan een ernstige ziekte overleed, voelde ze vooral opluchting. „De toekomst had alleen nog maar ellende voor hem in petto.” Ze ging weer studeren: kunstgeschiedenis en filosofie. „Aan filosofie heb ik echt iets gehad, en dan met name het stoïcisme; verwacht niet te veel, neem de dingen zoals ze komen. Uiteindelijk heb ik het geluk weer teruggevonden. Door dankbaar te zijn voor de goede jaren die we samen hadden, maar vooral door weer vooruit te kijken. Ik leef alleen, maar ik heb de regie weer over mijn eigen leven. Ik geef voorlichting en gastcolleges over mantelzorg. Het waren zware en moeilijke tijden, maar ik ben er sterker en wijzer van geworden. Ik heb geleerd het leven te nemen zoals het komt. Het bestaan is minder maakbaar dan wij vaak denken.”

Wilt u uw eigen verhaal over (on)geluk vertellen? Mail: hetblad@nrc.nl o.v.v. Geluk