Het woord van God wordt nog altijd luid verkondigd

Straatevangelisatie Al jarenlang staan ze door weer en wind – en vaak tegen wil en dank – het woord van God te verkondigen. Onvermoeibaar zijn ze, de evangelisten van de Amsterdamse straten. Maar is de Amsterdammer er ook een beetje ontvankelijk voor?

Straatevangeliste Johanna (links), samen met Marion en gitaar spelende André op het Stationsplein voor CS.
Straatevangeliste Johanna (links), samen met Marion en gitaar spelende André op het Stationsplein voor CS.

Tegenover de Heineken Experience, vlak naast het Weteringcircuit, zetten Jehova’s Getuigen Bert Jutte (67) en Natascha Wielhouwer (50) hun karretje met folders neer. Jutte en Wielhouwer wonen in De Pijp en staan, in wisselende teams, meerdere keren per week op deze plek om geïnteresseerde voorbijgangers van lectuur over God en de Bijbel te voorzien. Ze gaan ook nog langs de deur, maar „het karretjeswerk”, zoals Jutte het noemt, is toch meer van deze tijd: „Er is tegenwoordig niemand meer thuis overdag.” Wielhouwer legt uit hoe ze het aanpakken: „Als mensen blijven staan en vragend kijken, dan ga je er pas op af. Net als in een winkel, dan is het ook niet fijn als iemand metéén naast je komt staan.” Nare reacties krijgen ze zelden, zegt de horecamedewerkster. Ze denkt dat dat komt doordat deze benaderingswijze vrij ‘passief’ is: „Mensen kunnen ons negeren en doorlopen.”

Moeilijker te negeren is de 58-jarige Johanna (‘liever geen achternaam’) die al bijna twintig jaar vier dagen per week voor het Centraal Station – afhankelijk van de bouwwerkzaamheden meer of minder in de richting van het Victoriahotel – luidkeels over Jezus staat te zingen. Soms alleen, soms met mede-straatevangelist Marion, soms met een complete band. Vandaag is ze wat schor vertelt ze, dus zingt ze even niet, maar haar boodschap zal hoe dan ook wel overkomen. Ze draagt een pet met de tekst Real women love Jesus, en op het bord dat ze vasthoudt staat Let Jesus come into your heart. „Eigenlijk moet er nog achter: before it’s too late”, bekent Johanna. „Maar dat paste niet meer.”

‘Jezus zei: ga maar voor mij werken’

De meest recente cijfers over de religieuze beleving van Amsterdammers stammen uit 2016. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt 17,1 procent van de inwoners een ‘kerkelijke gezindte’ te hebben. In stadsdeel Zuidoost bevinden zich de meeste informele kerken, maar hun aantal is moeilijk bij te houden: naar schatting gaat het om zo’n honderdvijftig geloofsgemeenschappen. Op diverse plekken in de Bijbel worden gelovigen opgeroepen om het evangelie te verspreiden, zoals in Marcus 16:15: „Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.” De algemene overtuiging is dat God de mensen op aarde gebruikt om de boodschap van Jezus te verspreiden. Als je je naasten liefhebt zoals jezelf, zo wordt geredeneerd, deel je het evangelie met ze, zodat zij ook in Jezus geloven en naar de hemel gaan. De manier waarop er geëvangeliseerd wordt verschilt echter per geloofsrichting.

Johanna bezoekt zelf een evangelische kerk, maar staat ‘het goede nieuws’ niet namens een kerk of een organisatie te verkondigen, zegt ze. „Door bezuinigingen raakte ik jaren geleden mijn baan in de zorg kwijt. Toen heeft Jezus gezegd: ga maar voor mij werken. Dit is vrijwilligerswerk voor God.” Johanna heeft een bijstandsuitkering en „daar vinden ze het goed” dat ze hier staat. „Als je maar bezig blijft, zeggen ze. En dat doe ik. Ik sta hier altijd, door weer en wind.” Of ze soms niet liever thuis blijft? „Ja, maar dat wordt je ingegeven door de duivel. Uiteindelijk ga ik altijd. Ik krijg er zo veel vreugde van.”

Jehova’s Getuigen Bert Jutte en Natascha Wielhouwer, tegenover de Heineken Experience. Foto Novi Zijlstra

„Het wordt toch geen gekkehenkiesartikel hè”, vraagt Jutte bezorgd wanneer hij hoort dat ‘zingende Johanna’ ook wordt geïnterviewd. „Al dat geschreeuw over Jezus.” Op de vraag of het grote publiek de Jehova’s Getuigen niet ook als ‘gekkies’ ziet, antwoordt Jutte ontkennend. „Wij doen het op een normale, redelijke manier.” Johanna haalt haar schouders erover op. „Weet je wie pas gek is? De duivel.” Op haar beurt heeft zij weer reserves over de Getuigen. „Pas maar op”, waarschuwt ze de verslaggever. „Hun Bijbel is anders.”

Jezus komt spoedig!

Als de gereserveerde Jehova’s enerzijds en de uitbundige Johanna anderzijds aan de uiterste zijden van het evangelisatiespectrum zitten, dan bevindt de Bijbelbus zich ergens in het midden. Elke eerste zaterdag van de maand staat de bus op het Bijlmerplein in stadsdeel Zuidoost. De betrokken vrijwilligers, overwegend van gereformeerde huize, spreken actief voorbijgangers aan en delen flyers uit, maar doen dat niet onder muzikale begeleiding. Het initiatief kwam bijna twintig jaar geleden van de organisatie Sjofar, die zich door heel Nederland inzet voor evangelisatie. Jan-Dirk Liefting (52, Lunteren) is de man achter Sjofar, Jos van der Hoog (33, Ridderkerk) verzorgt de organisatie op deze plek.

Veel mensen komen uit zichzelf op ons af. De bijbels gaan hier heel hard

Jos van der Hoog Bijbelbus

Op het luik voor de bus prijkt de tekst ‘Jezus komt spoedig! Ben je er klaar voor? Vraag hier een gratis Bijbelboek’. Voor de bus staat een tafel met spullen die gratis of voor een kleine bijdrage meegenomen kunnen worden. Er liggen bijbels, boekjes in diverse talen (Glad News! God Loves You My Muslim Friend), en voor de kleintjes zijn er kinderbijbels en kleurplaten van de Goede Herder.

In de bus staan kannen met koffie en thee, en er liggen nog stapels bijbels in het Arabisch, Chinees en Hongaars. Liefting heeft zelf ook een boek over evangelisatie geschreven, getiteld Als je niet meer kunt zwijgen!, met in hoofdstuk 8 aandacht voor de vraag: ‘Hoe benader je bepaalde religies en wereldbeschouwingen?’ Het hoofdstuk is onderverdeeld in paragrafen met als titels ‘moslims’, ‘Jehova’s getuigen’, ‘milieufreaks’ en ‘harde afwijzers’ (‘een moeilijke categorie mensen’). Het treft, Liefting staat net op het punt om naar de snackbar te gaan. „Wat wil jij, Jos? Broodje kroket?” Jos knikt. „Doe er ook maar een patatje bij.”

De Bijbelbus op het Bijlmerplein in Zuidoost. Foto Novi Zijlstra

„We komen hier veel eenzaamheid tegen”, begint Van der Hoog. „Mensen willen soms gewoon een praatje met ons maken. Dit plein is als een huiskamer voor de buurtbewoners.” En zo’n praatje hoeft echt niet altijd over het geloof te gaan, vindt de binnenvaartschipper, maar hij merkt dat de mensen hier echt geïnteresseerd zijn in zijn boodschap. „Veel mensen komen uit zichzelf op ons af. De bijbels gaan hier heel hard.” De reacties zijn soms zelfs ronduit enthousiast: „Broeders en zusters die langslopen en ‘Halleluja, loof de Heer!’ roepen. Dat is heel leuk.”

Johanna voor het Centraal Station. Foto Novi Zijlstra

Ook Johanna krijgt regelmatig bijval. Twee oudere dames stoppen in het voorbijgaan en spreken haar even aan. „Wat goed dat u dit doet! Het is zó nodig!” Johanna knikt. „Kinderen leren tegenwoordig wel mindfulness en yoga op school, maar niet het evangelie.” Weerstand en agressie is er ook: ze is weleens aangevallen en bespuugd. „Een man stak zijn paraplu door m’n bord. Maar ik was niet bang, en dat kwam door de Heilige Geest. ‘Vrees niet’, zo staat het in de Bijbel.” De laatste jaren is de sfeer er wel beter op geworden, vindt Johanna. „Mensen zijn tegenwoordig heel open.”

Als jij maar in de hemel komt

Ondertussen is Liefting terug in de Bijbelbus. De snacks worden uitgepakt, alle zeven vrijwilligers nemen plaats. De deur van de bus gaat even dicht en er wordt gebeden voordat men begint met eten. De stemming is opgewekt wanneer er anekdotes worden uitgewisseld over de eigenaar van de snackbar – die ziet de gelovigen immers ook al jarenlang flyeren op het plein. „Hij vroeg eens aan mij: wat is nou jullie verdienmodel”, lacht een vrijwilliger. Liefting: „Dan zeg ik tegen hem: mijn winst is als jij in de hemel komt!”

Een man stak zijn paraplu door m’n bord. Maar ik was niet bang, en dat kwam door de Heilige Geest

Johanna Straatevangeliste Stationsplein

Onder witte Nederlandse christenen bestaan er al uiteenlopende ideeën en overtuigingen over tal van geloofszaken. Hoe moet dat dan wel niet zijn in het multiculturele Zuidoost, waar christenen uit allerlei delen van de wereld wonen? Er zijn inderdaad culturele verschillen, zegt Liefting. „Iemand wil bijvoorbeeld een Bijbel van ons hebben. Dan vraag ik: maar u bent al christen, u heeft toch al een Bijbel? Ja, is het antwoord, maar ik wil deze onder mijn kussen leggen als bescherming. Dan zeg ik: nee, zo werkt het niet. Een Bijbel is maar papier, het gaat erom wat je met je geloof doet.” Lastiger is het nog voor nieuwe gelovigen, die geen christelijke achtergrond hebben en helemaal niet op de hoogte zijn van de heersende do’s en don’ts. „We spraken over het onderwerp abortus en een Chinese bekeerlinge die erbij stond vroeg verbaasd: Oh, mag dat niet? Ik legde uit dat abortus volgens God moord is. Oh zei ze, maar dat heb ik wel vier keer gedaan. Toen heb ik toch maar zachtmoedig uitgelegd dat dat niet de bedoeling was.”

De lunch is klaar en de vrijwilligers nemen hun plaats weer in. Het is al behoorlijk fris op het plein, zeker als je een paar uur achter elkaar stilstaat, maar daar is niemand van onder de indruk. „Gewoon warm aankleden.” Direct komen er weer nieuwsgierige voorbijgangers naar de tafel met boekjes gelopen. Een van de vrijwilligers staat met iemand te bidden.

Anders dan zingende Johanna bij CS en de gereformeerde vrijwilligers op het Bijlmerplein houden de Jehova’s Getuigen aan het Weteringcircuit er een dresscode op na, al is het een officieuze. Wielhouwer: „We kleden ons altijd netjes: dames gaan in een lange rok of jurk en de heren dragen een stropdas. Als je er niet schoon of te opzichtig uitziet, leidt dat af van de boodschap.” Ze hebben nog wat weinig aanloop vandaag, maar tijdens een ‘shift’ van anderhalf uur worden er altijd wel een paar gesprekken gevoerd en folders uitgedeeld, zegt Jutte. „Hier lopen vooral toeristen voorbij en de meeste mensen zijn atheïst. Die hebben niet zo veel interesse in de Bijbel, maar wel in levensvragen of in ethische thema’s als abortus en zelfmoord.”

„Wat vind jij beter? Als we in de buurt van het karretje gaan staan?”, polst Jutte de verslaggever. „Of vind je dat we ook op een bankje kunnen gaan zitten? Of is dat weer te ver weg?” Het luistert nauw: mensen moeten zich vrij voelen om rond te neuzen in het karretje met folders, maar óók meteen snappen wie ze kunnen aanspreken. De leukste ontmoetingen hebben ze overigens met voorbijgangers voor wie de inhoud van de folders al lang bekend is: collega-Jehova’s Getuigen die in Amsterdam op vakantie zijn. Wielhouwer: „We gaan dan meteen met elkaar op de foto, je wil connecten.” Jutte begint te stralen. „Het is een fééstje om zomaar broeders en zusters tegen te komen!”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.