Rob Bauer: „De samenleving wil meer veiligheid en dus moet je praten over hoe we daarvoor gaan zorgen.”

Foto Olivier Middendorp

Commandant der strijdkrachten: Defensie wil personeel gaan delen

Rob Bauer Geldgebrek is bij defensie steeds minder een probleem. De grootste zorg is nu het tekort aan personeel.

Na een kwartier zegt Rob Bauer met ongeduld in zijn stem: „Jullie blijven hier maar op doorvragen, terwijl er veel andere dingen te bespreken zijn. Deze zaak is belangrijk, maar ik ga er niets over zeggen.” De commandant der strijdkrachten wijst op minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA), die binnenkort met een brief komt over de zaak-Hawija.

Hawija is het Irakese dorp waar een bom van de anti-IS-coalitie begin juni 2015 een wapendepot trof waarbij zeker zeventig burgers omkwamen en honderd mensen gewond raakten. Half oktober onthulden NRC en de NOS dat Nederland die luchtaanval uitvoerde. Het ministerie van Defensie heeft nooit openheid van zaken gegeven.

Hoe komt het dat defensie zo verkrampt reageert op dit nieuws?

„Ik ben er niet verkrampt over, maar ik ga er niet in detail over vertellen. Er is een heel zorgvuldig proces om te komen tot het punt waarop vliegers een bom loslaten. De luchtmacht heeft meer dan tweeduizend bombardementen uitgevoerd boven Irak en Syrië, daarvan zijn er vier door het Openbaar Ministerie onderzocht. Er is al aan de Tweede Kamer gemeld dat er strafrechtelijk nooit iets fout is gegaan. De procedure is dus zorgvuldig gevolgd. We zijn terughoudend met openheid over burgerslachtoffers vanwege onze vliegers. Als er burgerslachtoffers vallen, moeten zij daarmee dealen. Dat is de menselijke kant van het verhaal. Bovendien: als je een vlieger kunt koppelen aan een bombardement kan de vlieger gevaar lopen door wraakacties. Daarom zijn we voorzichtig.”

Moet Nederland niet gewoon accepteren dat burgerslachtoffers onderdeel zijn van de oorlogen die wij voeren?

„Je kunt geen oorlog voeren met de belofte dat je nooit onschuldige mensen zou kunnen doden, of gebouwen raken die je oorspronkelijk niet wilde raken. De gedachte van een schone oorlog is in de praktijk veel ingewikkelder dan veel mensen denken.”

Dan laat Bauer weten dat hij er echt niets meer over gaat zeggen. Hij is nu twee jaar in functie als hoogste militair, dáárover wil hij praten.

Bij uw aantreden zei u: als er een verzoek komt voor deelname aan een missie zal ik nee zeggen als de krijgsmacht het niet aankan. Heeft u dat gedaan?

Wat heeft vijf jaar patrouilleren in de Sahel opgeleverd?

„Ja, alleen minder absoluut dan sommigen misschien hoopten. Een duidelijk voorbeeld is het stoppen met de missie in Mali. De Commandant Landstrijdkrachten luidde de noodklok. Het kostte ons steeds meer moeite de missie gevuld te krijgen, vooral met ondersteunende eenheden zoals medici en techneuten. Het begon ongezonde vormen aan te nemen. We moesten mensen te vaak terugsturen op missie. Dat was voor mij de belangrijkste reden om tegen de minister te zeggen: we moeten hier niet mee doorgaan.”

„Een andere manier van nee zeggen, is bekijken wat we op een verantwoorde manier wél kunnen doen. Zo was er een verzoek van de EU om eenheden die redelijk snel in actie moesten kunnen komen. Daarvoor hadden we te weinig ruimte. Maar we konden wel eenheden bieden die iets minder snel paraat hoefden te staan.”

Komen die beperkingen voort uit geldgebrek of uit personeelstekort?

„Een combinatie. Door de extra investeringen in de afgelopen twee jaar is geld steeds minder het probleem. Mijn grootste zorg op dit moment is personeel dat ontbreekt. Er zijn ongeveer 8.300 vacatures nu, vooral voor militaire functies. In een tijd van bijna volledige werkgelegenheid heeft bijna iedereen in Nederland moeite met het vinden van mensen, zeker technisch en medisch geschoold personeel en cyberspecialisten. Het personeelstekort begint de materiële gereedheid steeds meer te raken. Twee jaar geleden lag het reserve-onderdeel van de CV90 [een gevechtsvoertuig van de infanterie, red.] niet op de plank, waardoor hij niet kon rijden. Nu ligt dat onderdeel er wel, maar is er geen monteur. Dat moeten we oplossen.”

Hoe dan?

„We proberen oud-defensiemedewerkers te laten terugkeren. Dat zijn er zo’n vijfhonderd per jaar. Verder kijken we naar nieuwe, flexibele vormen. We praten nu met vijftig bedrijven om te kijken hoe we mensen kunnen delen. Dat iemand bijvoorbeeld voor een derde bij Shell werkt, voor een derde bij de gemeente Amsterdam en voor een derde bij defensie. Wij moeten als werkgevers regelen dat die persoon gewoon salaris ontvangt en pensioen en dat zijn ziektekosten zijn geregeld.”

Is het herinvoeren van de dienstplicht niet veel effectiever?

Lees ook: ‘Bij toenemend personeelsgebrek bij defensie kan dienstplicht terugkeren’

„Dat is politiek nog niet haalbaar. Maar de samenleving wil meer veiligheid en dus moet je praten over hoe we daarvoor gaan zorgen. In Nederland geldt vanaf 1 januari 2020 de dienstplicht voor alle mannen én vrouwen vanaf 18 jaar, maar we roepen ze niet op [de opkomstplicht is sinds 1997 opgeschort, red.]. In bijvoorbeeld Noorwegen of Zweden wordt een deel van die mensen nu wel benaderd om hun specifieke kennis en ervaring. Dat model kán behulpzaam zijn als je op andere manieren niet genoeg mensen vindt.”

Missies zijn een belangrijke reden om bij het leger te gaan. Gaat Nederland op korte termijn weer op een grote missie?

„Militairen gaan inderdaad graag op missie, maar het mag nooit zo zijn dat ik op zoek ga naar ellende in de wereld om mijn mensen een baan te geven. Dat gezegd hebbende: waar ik me zorgen over maak is West-Afrika, om dezelfde redenen als waarom we naar Mali zijn gegaan. Het is een doorvoergebied van drugs, wapens, mensen. De bevolking groeit er snel, met grote migratiestromen tot gevolg waar mensenhandelaren een verdienmodel in zien. Die stromen komen uiteindelijk bij ons.

„In Nederland ‘kozen’ we de afgelopen decennia onze oorlogen en daar konden we de tijd voor nemen. Nu de dreigingen uit het oosten en zuiden zijn toegenomen, gaat het weer om ‘noodzakelijke’ oorlogen. Het verdedigen van ons grondgebied, grondwettelijk onze eerste hoofdtaak, staat weer centraal. We zijn weer bezig iedere militair goed uit te rusten, in plaats van alleen degenen die we uitzenden. Ultimo moeten we de oorlog kunnen winnen.”

Vechten tegen staal én virtueel geweld

Is het denkbaar dat Nederland opnieuw naar Mali gaat met de VN?

„We kijken nu naar een Frans verzoek, voor ondersteuning in Mali. Ik kan daar verder niets over zeggen. Of we op den duur weer een grotere missie naar die regio optuigen, hangt af van onze gereedheid. Of we een antwoord hebben op het personeelstekort. Dat moeten we oplossen. Maar of we gaan en waarheen, ik ga er niet over.”