‘Het is triest dat Hümeyra moest sterven voor ze aandacht kreeg’

Fatale stalking De hoofdofficier en korpschef in Rotterdam gaven uitleg over het drama rond Hümeyra. „We hebben haar in de kou laten staan.”

Een stille tocht in februari door Rotterdam-West, voor het vermoorde meisje Hümeyra Ergincanli. Foto Robin Utrecht
Een stille tocht in februari door Rotterdam-West, voor het vermoorde meisje Hümeyra Ergincanli. Foto Robin Utrecht

Het 16-jarige meisje Hümeyra Ergincanli is doodsbang, geïsoleerd en snapt er niets meer van, acht dagen voordat ze zal worden doodgeschoten in de fietsenkelder van het Rotterdamse Designcollege op 18 december vorig jaar.

Haar ex-vriend Bekir E. (32) is eerder veroordeeld voor relationeel geweld. Hij heeft in augustus van de rechter een contactverbod voor twee jaar gekregen. Maar hij blijft Hümeyra stalken. Zij en haar zus hebben sinds mei bijna dertig keer gebeld met de politie. Ze heeft drie keer aangifte gedaan. Nu ze 10 december weer aangifte doet, krijgt ze op het bureau verkeerde informatie. De politie weet alleen van een eerder contactverbod van mei, en zegt haar dat dit na drie maanden al verlopen is.

Hümeyra laat de politie nog een foto zien van Bekir E. met wapens, die hij haar heeft gestuurd. De politie besluit de dag erna om hem niet aan te houden, maar de zaak over te dragen aan de recherche – waar Hümeyra’s aangifte pas weer twee dagen later in het systeem opduikt. De foto met de wapens is minimaal vijf weken oud en Bekir E. valt haar al drie weken niet lastig, dus er is „geen acute dreiging”, redeneert de politie.

Vijf kwartier voordat ze op 18 december een aanvullende aangifte wil gaan doen, wordt Hümeyra door haar stalker vermoord.

50 betrokken politiemedewerkers

De reconstructie staat in een vernietigend rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid. Politie, justitie, de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en jeugdhulpwethouder Judith Bokhove (GroenLinks) beantwoordden er donderdag vragen over van een raadscommissie.

Lees een verslag van een zitting in de strafzaak tegen Bekir E.

Ruim 50 politiemedewerkers hebben een rol gespeeld in de zaak-Hümeyra – en niemand had verantwoordelijkheid of regie, staat in het rapport. Maar niet alleen de politie faalde, volgens de inspectie. Ook binnen het Openbaar Ministerie was voor Hümeyra geen aanspreekpunt. Het regionale meldpunt Veilig Thuis bleef de zaak zien als ‘eergerelateerd geweld’ in plaats van stalking. Het Veiligheidshuis, waarin justitie, zorg en bestuur samenwerken, vergát de zaak-Hümeyra in juli te agenderen. Ze raakte daar geheel uit beeld.

In het algemeen wisselden de politie, de Reclassering, het OM en Veilig Thuis onderling „zeer beperkt” informatie uit – ook binnen het Veiligheidshuis waarin ze samenwerken. De risico’s werden niet goed ingeschat en Hümeyra moest haar verhaal steeds opnieuw doen. De familie had geen advocaat om hen te helpen.

‘Enorm in de kou laten staan’

Waarnemend politiechef Hans Vissers en waarnemend hoofdofficier van justitie René de Beukelaer erkenden tegenover de raadsleden de vele fouten. „Ik ben het met u eens dat we Hümeyra enorm in de kou hebben laten staan”, zei De Beukelaer.

Dat de zaak-Hümeyra in het Veiligheidshuis „van de agenda viel” is na intern onderzoek „een menselijke fout” gebleken, zei de hoofdofficier. Het besluit om Bekir E. níét op te pakken na de foto met wapens noemde hij „een afschuwelijke beslissing.”

Vissers noemde de zaak-Hümeyra ook een „traumatische ervaring” voor de politie. Zeker na de stalkingszaak rond de Brabantse verpleegkundige Linda van der Giesen die in 2015 door haar ex-vriend in Waalwijk werd doodgeschoten. Na onderzoek moest Vissers ook toen erkennen dat de politie onvoldoende had ingegrepen.

Hoe voorkomen we dat in de toekomst meer Hümeyra’s komen, vroeg Nelleke Stolk, de advocaat van de familie. In Rotterdam waren vorig jaar 1.830 gevallen van bedreiging en stalking. „Het is triest dat Hümeyra moest sterven, voordat er aandacht kwam voor haar zaak”, zei Stolk.

Wethouder Bokhove wil in december een interne conferentie over stalking houden. Bij de politie heeft het thema nu de „allerhoogste prioriteit”, volgens Vissers. De politie heeft inmiddels een vragenlijst om de risico’s van stalkers in te schatten – maar die was nog niet in gebruik toen het drama rond Hümeyra zich ontvouwde. Verder werkt justitie nu ook met één officier per aangifte en de politie met één ‘casusregisseur’.

Maar tot verbazing van raadsleden is bijvoorbeeld nog steeds niet geregeld, dat contactverboden van stalkers tussen verschillende betrokken instanties worden gedeeld. Vissers: „Daar zijn nu nog geen bindende afspraken over.” De Beukelaer: „Dat moet ook worden geregeld.”