Opinie

Een milieunorm laat zich niet dwingen, ook niet met een shovel

Bouwers en boeren

Commentaar

U vraagt, wij draaien. Waar de boeren enkele weken geleden nog met een trekker de deur uit een Provinciehuis moesten rijden om een versoepeling van de stikstofeisen af te dwingen, hebben de bouwers voor zij goed en wel met hun shovels, betonmolens en bouwkranen het Haagse Malieveld hebben bereikt, de eerste toezeggingen voor versoepeling al op zak.

In een interview in De Telegraaf meldde verantwoordelijk minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) woensdag dat kleine woningbouwprojecten gewoon door kunnen gaan. Haar collega Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) kondigde dinsdag al aan met spoed te werken aan soepeler normen voor de hoeveelheid chemicaliën PFAS in de grond. En tegelijkertijd werkt de coalitie aan compenserende maatregelen om een deel van de negatieve economische effecten van de stikstofproblematiek (geraamd op 14 miljard euro) te dempen.

Het heeft er alle schijn van dat de overheid verzeild is geraakt in een potje paniekvoetbal. Een onnodig en zelf veroorzaakt potje, bovendien. De uitspraak van de Raad van State die het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in mei van tafel veegde, kwam namelijk allerminst als een verrassing. Uit diverse reconstructies in de media bleek dat er ook al ver voordat het gewraakte PAS inging, signalen waren dat dit beleid onhoudbaar zou zijn. Die signalen zijn genegeerd.

Nu zijn 18.000 bouwprojecten stilgelegd, dreigt een grootschalig inperking van de landbouw en mogen bouwers en baggeraars door de strengere normen voor chemicaliën geen grond meer vervoeren.

Dat de overheid iets wil doen om te voorkomen dat de stikstof- en PFAS-impasse grote economische consequenties heeft, is terecht. Maar stoere uitspraken als ‘Nederland gaat niet op slot’ of 'de veestapel wordt niet gehalveerd’ zijn betekenisloos zolang niet duidelijk wordt wat er dan wél moet gebeuren.

De vraag is dus: wat nu? Voor de korte termijn valt er best wat te zeggen voor beleid dat de ergste economische pijn voor boeren, bouwers en anderen verzacht. In die zin zijn suggesties als deeltijd-WW en borgstellingen van de overheid bij bouwinvesteringen te rechtvaardigen.

Problematischer is het als onder druk van demonstraties met de milieunormen gemarchandeerd wordt. Het PAS is niet voor niets vernietigd: er werd op de pof gebouwd, de compensatie van schadelijke stoffen op een later moment was te vaag. En de norm voor PFAS is nu eenmaal de norm. Nu suggereren dat dergelijke grenzen géén consequenties hebben voor hoe Nederland wordt ingericht is ronduit leugenachtig.

De gevolgen van de gezamenlijk gewenste en bovendien noodzakelijke strengere milieuafspraken laten zich steeds duidelijker voelen. Ze treffen de economie in brede zin. Dat doet pijn en dat hoort ook bij een vergaande omslag in de manier waarop economisch handelen en effecten op de leefomgeving tegen elkaar worden afgewogen.

Het is daarbij van cruciaal belang dat de overheid als een betrouwbare partner blijft opereren. Dat betekent in dit geval: helderheid voor de langere termijn, geen politieke paniek en geen adhoc-schijnoplossingen of gerommel met normen. En de notie in het Haagse Torentje van de tot nu toe opvallend afwezige premier Mark Rutte dat het duurzaam aanpakken van het klimaatprobleem niet neergelegd kan worden bij een paar toevallige vakministers en sectoren.