De mol loopt razendsnel op zijn twee nepduimen

Biologie De mol heeft een zesde vinger aan zijn voorpoot die hem in staat stelt om vlot te lopen, zo’n twintig centimeter per seconde.

Dankzij zijn extra duimen kan de mol ook goed graven.
Dankzij zijn extra duimen kan de mol ook goed graven. Foto Istock

Een hoogst ongewoon loopje heeft hij, niet te vergelijken met de wijze waarop andere viervoeters zich voortbewegen. Maar de mol ís ook ongewoon, zeker wat lichaamsbouw betreft – zo heeft hij in zijn voorpoten een zesde vinger. En op die ‘nepduim’ steunt hij tijdens het lopen, schrijven Amerikaanse onderzoekers in Biology Letters.

In tegenstelling tot de meeste moderne zoogdieren hebben mollen hun ledematen náást hun lijf in plaats van recht eronder. Daarin lijken ze op reptielen, en op de allervroegste viervoeters: ook die hadden zo’n gespreide pose. Later in de evolutie kregen veel tetrapoden poten ónder hun lijf, maar sommige soorten evolueerden terug naar de ‘spreidstand’, waardoor ze niches konden innemen. Zo kunnen zeezoogdieren zich met hun zijwaartse ledematen soepel voortbewegen onder water, en kan de mol met zijn brede voorpoten aan weerszijden van zijn lijf goed gangen graven.

Dat graven doet hij door zijn opperarmbeentje te draaien, en aanvankelijk dachten de biologen dat hij op dezelfde wijze wandelt. Een alternatieve manier zou het horizontaal in- en uittrekken van dat beentje ter hoogte van het schoudergewricht kunnen zijn, zoals reptielen doen. Maar toen ze de mollentred analyseerden in een röntgenapparaat, zagen de onderzoekers dat het anders zit: het opperarmbeentje beweegt zich bóven het schoudergewricht, en de mol steunt op zijn ‘zesde vinger’ zoals de mens op zijn wandelstok leunt.

Vertraagd beeld van de rennende mol. Film Yi-Fen Lin, Nicolai Konow en Elizabeth R. Dumont

Met die schijnduim komt de mol verrassend snel vooruit: met een snelheid van zo’n 20 centimeter per seconde kan hij zich qua snelheid meten met alligators en gekko’s, en zijn loopwijze doet zelfs denken aan die van menselijke snelwandelaars, aldus de auteurs.

In hun onderzoek bestudeerden de biologen alleen de Oost-Amerikaanse mol (Scalopus aquaticus), maar aannemelijk is dat de Europese mol (Talpa europaea) dezelfde loopwijze heeft, mailt Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam: „Ik heb er even een skelet van een mol uit onze collectie bijgepakt en ja hoor: ook de Europese mol heeft zo’n valse duim, een inwendige zesde ‘vinger’ in de voorpoten. Behalve dat dit extraatje ervoor zorgt dat het dier brede graafpoten heeft, is het dus ook van belang voor de voortbeweging!”