De bevrediging van zelfgemaakt eten

Aan tafel Aflevering 9 van een serie over lekker eten. Marjoleine de Vos stelt vast dat eten méér is dan een kwestie van iets in je mond stoppen.

Foto NRC

Soms hoor je ineens zelf hoe content je bent met wat je op tafel zet en ook waarom (behalve omdat het gewoon lekker is natuurlijk): „De paddestoelen heb ik hier vlakbij gevonden, de kip is van Piet en Angela, de peren en appels komen van de bomen in de tuin.” Tralala. Het is hier luilekkerland. Die kippetjes vliegen je nog net niet gebraden de mond in, maar het zijn wel blije kipjes die je zelf onder de fruitbomen hebt zien lopen, de berkenboleten stonden gewoon zachtjes te roepen in de berm van „Hé hallo dan, hier zijn we!” en als je je hand uitstrekte naar de appelboom vleide zich een appel daarin. Of mutatis mutandis een peer. (Allebei voor het heerlijke bladerdeegtaartje met geitenkaas, appel en peer en dan een pittig rode pepersiroopje erover.)

En waarom is dat nu zo bevredigend? Waarom geeft het najaar je zo’n blij gevoel van dat de natuur ons haar overvloed schenkt? Schenken. Ontvangen. Dankbaarheid.

Bwgh, dat klinkt nogal wee. Maar even zo goed zit je aan tafel te glimmen, uit dankbaarheid ja, maar ook om je vermogen om van die overvloed te profiteren. Dat geeft het gevoel dat je goed leeft.

Maar nu is het november en van dat gulle schenken is niet zo veel meer over. Beetje beschaamd begin ik me af te vragen of ik me niet wat te veel heb laten gaan in de ‘rubberlaarzenwereld’ zoals de Duitse schrijfster Dörte Hansen dat spottend noemt in haar roman Het oude land, waarin ze schrijft over welgestelde stadsbewoners uit Hamburg die het buitenleven ontdekken. Ze kopen meteen dure laarzen en mondgeblazen wespenvallen, ze gaan oude appelrassen kweken, jams maken en de boeren vertellen dat ze gifvrij moeten werken. Het is herkenbaar en grappig maar je wilt er liever niet jezelf in herkennen, in zo iemand die doet alsof het dorpsleven is weggelopen uit een tijdschrift vol tuttige tips.

Maar daar gaat het ook niet om. Het is iets anders, iets waar je helemaal niet de stad voor uit hoeft: het is het gevoel dat je goed voor het huis, je naasten en jezelf zorgt als je niet alles kant en klaar koopt.

Daarom smaakt de lof met citroen-honing vinaigrette, blauwe kaas en kweepeerpasta zo extra verrukkelijk: omdat je natuurlijk zelf kweepeerpasta hebt gemaakt (nog niet gedaan? Het kan nog! En het laat zich heel lang bewaren!) Dan is mmm! die intense zoetigheid van de kwee en het contrast met de friszure lof en de hartige blauwe kaas drie keer zo lekker. Door dat beetje zelfgemaakt.

Zo is het nu eenmaal. Ook zonder rubberlaarzen en natte klei-akkers. Eten is niet alleen een kwestie van iets in je mond stoppen. Het is een kwestie van leven.