Brussel boos om ‘leugenachtige’ cijfers

EU-meerjarenbegroting Den Haag is kritisch over het nieuwe EU-budget. Maar gelekte cijfers over de grotere nettobijdrage zijn volgens Brussel onjuist.

Foto Stephanie Lecocq / EPA

In de discussie over de nieuwe EU-begroting is beeldvorming alles. En nadat lidstaten deze week interne berekeningen lieten lekken, als bewijs voor de onredelijke offers die ‘Brussel’ verlangt, slaat de Europese Commissie nu terug met háár verhaal.

Woensdag deed Eurocommissaris Günther Oettinger dat. In felle bewoordingen – de Duitser had het over „voodoo-berekeningen” en „leugenachtige getallen” – verwierp hij de in kranten opgedoken suggestie dat de Duitse bijdrage aan de EU met 100 procent omhoog gaat, en die van Nederland met 60 procent. Een van Oettingers topambtenaren, de Nederlander Gert-Jan Koopman, was donderdag in Den Haag om op uitnodiging van de Tweede Kamer tekst en uitleg te geven. „De cijfers in de pers zijn gewoon onjuist”, zei hij tijdens het een uur durend gesprek.

Oettinger en Koopman bedolven hun toehoorders onder grafieken en tabellen om aan te tonen dat hun nieuwe voorstel voor de Europese meerjarenbegroting (2020-2027) wel degelijk afgewogen en eerlijk is.

Volgens Oettinger gaat de Duitse nettobijdrage veel minder hard omhoog dan beweerd, van 18 miljard euro in 2021 naar 23,5 miljard in 2027. En uitgedrukt als percentage van het Duitse bruto binnenlands product zou de bijdrage al helemaal nauwelijks stijgen.

Van 1 naar 1,11 procent van EU-bbp

Den Haag is heel kritisch. De EU-begroting bedroeg de afgelopen zeven jaar ongeveer 1 procent van het totale Europese inkomen. De Commissie wil dat dit voor de komende periode 1,11 procent wordt. En dat is raar, vindt Nederland, want nu de Britten uit de EU vertrekken zou de begroting eigenlijk omlaag moeten gaan. Nederland, zo klinkt het in Den Haag, betaalt nu al veel meer aan de EU dan het aan subsidies en fondsen terugziet. Nederland zou zelfs de grootste nettobetaler zijn. En straks nóg meer?

Steeds kleiner deel van Europese begroting gaat naar landbouw

Koopman gaf donderdag een opsomming van de vele „mythes” die het Nederlandse debat volgens hem vervormen. Hij legde uit dat veruit het grootste deel van de stijging (60 procent) van de totale EU-begroting het gevolg is van economische groei en inflatie. Slechts een klein deel (iets meer dan 12 procent) heeft te maken met de Brexit. Zo’n 25 procent is het gevolg van het hogere ambitieniveau: de EU wil kampioen worden op het gebied van wetenschap en digitaal beleid en wil meer geld steken in klimaat, migratie en defensie. Ambities die de lidstaten zichzelf hebben opgelegd, en waar ook een land als Nederland volop van profiteert.

Is de Tweede Kamer te overtuigen? Vanouds zorgt de Nederlandse EU-bijdragen voor verhitte discussies. SP en PVV zijn vierkant tegen een grotere EU-bijdrage, andere partijen staan op de rem. Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) wil wel meer uitgeven, maar vroeg Koopman donderdag wel om „hulp” om de juiste argumenten te vinden. Want de perceptie in Nederland is dat Brussel maar één ding wil: meer, meer, meer.

Nederland van 2,6 naar 4,2 miljard

Koopman beaamde dat de bruto bijdrage van Nederland zelf fors stijgt: van 5,2 miljard euro in 2020 naar 7,7 miljard euro in 2027 – netto van 2,6 naar 4,2 miljard. „Dat is natuurlijk een forse stijging.” Maar de vraag is volgens hem vooral: waarom is dat zo? Koopman wees op de korting die Nederland al jaren krijgt, waardoor het jaarlijks ongeveer 1 miljard euro minder bijdraagt aan de EU-begroting dan je op basis van de economische omvang zou mogen verwachten. „Nederland is niet de grootste nettobetaler, het is de kleinste nettobetaler aan de EU-begroting”, zei Koopman.

Een grote meerderheid van EU-landen vindt dát weer oneerlijk: dat Nederland relatief véél meer terugkrijgt uit Brussel. Die Nederlandse korting komt voort uit een ‘rebate’ die de Britten ooit voor zichzelf regelden. Vroeger was daar volgens Koopman nog wel wat voor te zeggen. „Het is nu niet meer voor te stellen maar in de jaren tachtig was het Verenigd Koninkrijk een arm land.” Een arm land met weinig landbouw bovendien, en daarom ook minder landbouwsubsidie. Een korting was toen dus verdedigbaar, maar is nu „ingewikkeld uit te leggen”. Andere landen eisen „een eerlijke begroting”.

Term nettobetaler is ‘verouderd’

Ook Oettinger ging woensdag fel tekeer tegen het begrip ‘nettobetaler’. Die redenering is verouderd, zei hij. Bij een landbouwsubsidie is er één duidelijke ontvanger, maar bij uitgaven aan grensbewaking, onderzoeksfinanciering en ontwikkelingssamenwerking is dat volgens hem niet zo en wordt een algemener, breder belang gediend. „Die uitgaven helpen ons allemaal in hoge mate.”

Koopman zette dat argument in Den Haag verder kracht bij. Wat Nederland ‘overhoudt’ aan de EU is moeilijk te berekenen, zo niet „godsonmogelijk”. Zo verdienen Nederlandse bedrijven volop aan de EU-subsidies (cohesiefondsen) die naar een land als, zeg, Polen gaan, maar wordt dat niet meegenomen in de Nederlandse kosten- en batenanalyse.

Koopman wees ook op het Europese Geneesmiddelen Agentschap (EMA): dat is verhuisd van Londen naar Amsterdam en draagt op allerlei manieren bij aan het Nederlandse verdienvermogen (reizen, hotels, huisvesting). Maar ook dat zit niet in rekensom die Den Haag graag hanteert.