Opinie

Stadsdichter

Marcel van Roosmalen

Sommige stadsdichters wonen in de verkeerde stad, of in het geval van Maarten van den Elzen, het verkeerde dorp, want dat is Uden dan toch wel. Maarten van den Elzen werd mij in theater Markant in Uden voorgesteld als ‘stadsdichter Maarten van den Elzen’ hetgeen hij zelf meteen verbeterde.

„Ex-stadsdichter, helaas.”

Hij, een zestiger van bijna twee meter in een verwassen T-shirt met teksten, aarzelde geen moment en trok me meteen tegen de borst. Ik wist het niet meer, maar we bleken elkaar te kennen via een ex-vriendin met wie ik begin jaren negentig regelmatig naar concerten in de Nieuwe Pul in Uden ging.

Maarten, niet uit zijn rol te slaan: „Ik was toen ook al wat ouder dan de rest. Ik haalde de hele tijd bier. Ik heb over die tijd nog gedichten geschreven.”

Meer herinneringen hadden we eigenlijk niet om te delen, maar dat maakte Maarten van den Elzen niet uit. Of beter gezegd: dat maakte Maarten van den Elzen zelf wel uit. Ik kon wel zeggen dat ik me nog moest omkleden, dat ik naar huis wilde of dat ik naar de wc moest, ik kon ter plekke ook een hartaanval krijgen, dan nog zou hij doorpraten over zijn elf dichtbundels, over de zestig bloemlezingen waarin zijn werk verscheen, over de met hem verwante dichters van wie ik Gerrit Komrij onthield of over zijn optredens bij de Nacht van het Gedicht, Poetry International en Omroep Brabant.

Wat hij maar wilde zeggen: zijn werk was in Uden niet onopgemerkt gebleven. Wat als hij in Amsterdam was geboren?

De burgemeester van Uden probeerde geruisloos te passeren, dat lukte niet, Maarten nam diens hoofd nog net niet onder de arm.

Burgemeester Henk Hellegers zei dat het soms leek alsof hij een duobaan had omdat Maarten van den Elzen bij alle grote gebeurtenissen in Uden, gevraagd of ongevraagd, naast hem had gestaan om een gedicht voor te dragen. Of om een gedicht te onthullen, want in de openbare ruimte van Uden hingen inmiddels 36 plaquettes met zijn gedichten.

„37”, verbeterde Maarten. „Bij de Rabobank hangt er ook een, die betaalden wel goed.”

De burgemeester: „We zijn met dat stadsdichterschap gestopt. Uden hangt vol, er is zelfs een poëzieroute.”

Maarten: „Ik schrijf noodgedwongen steeds meer over Veghel.”

Zijn vriendin Genoveef Lukassen, ‘een veelzijdige dingenmaakster’ wier werk in Uden ook niet onopgemerkt was gebleven, kwam erbij staan, ze had twee brillen op het hoofd. Als we zijn en haar werk wilden leren kennen, moest ik naar de markt lopen, waar een gedenkkunstwerk en een gedicht hingen om de omgewaaide Lindenboom te eren. Het heette: Een houten bloem met duizend bladeren.

Vanuit mijn ooghoek zag ik de burgemeester wegsluipen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.