Senaat maakt het coalitie niet moeilijk

Algemene Politieke Beschouwingen In de Eerste Kamer is alles anders. Maar de nieuwe politieke verhoudingen leken dinsdag nauwelijks een rol te spelen.

FVD-fractievoorzitter Paul Cliteur in de Eerste Kamer, waar de partij als grootste binnen kwam.
FVD-fractievoorzitter Paul Cliteur in de Eerste Kamer, waar de partij als grootste binnen kwam. Foto Hans Kouwenhoven

Alles is anders, dinsdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) in de Eerste Kamer. En toch ook weer niet. Er zijn de beleefdheden, zoals de senatoren die elkaar complimenteren met hun mooie betogen, die elkaars „eminente status” prijzen. Er wordt niet geroffeld op bankjes als de ene fractievoorzitter de ander klemzet in het debat. Niemand die tijdens een betoog of interruptie de stem verheft, felle interrupties zijn er sowieso amper. Voorzitter Jan Anthonie Bruijn merkt bij interrupties meermaals op dat senatoren het eigenlijk met elkaar eens zijn.

Terwijl er toch ook zoveel is veranderd: de coalitie is haar meerderheid in de Eerste Kamer kwijt. CDA, ChristenUnie, D66 en VVD hadden bij hun aantreden in oktober 2017 nog een minimale meerderheid met 38 van de 75 zetels. Na de Provinciale Statenverkiezingen van maart dit jaar hebben ze nog maar 32 zetels. En sinds Wybren van Haga vorige maand uit de VVD-fractie in de Tweede Kamer werd gezet, heeft de coalitie in geen van beide Kamers meer een meerderheid.

Entree van FVD

Anders is ook de entree van Forum voor Democratie (FVD). De partij van Thierry Baudet kwam als grootste de Eerste Kamer binnen, en hoewel zij inmiddels drie senatoren verloor aan de fractie van ex-FVD’er Henk Otten, blijft de rechts-populistische fractie met negen zetels van belang. Populistisch in ideeën, niet in stijl: FVD-fractievoorzitter Paul Cliteur heeft zich de mores van de senaat snel eigen gemaakt – voor een Leidse hoogleraar allicht geen al te grote opgave.

Maar de nieuwe politieke verhoudingen lijken dinsdag amper een rol te spelen in het debat, zoals ze dat vorige maand wél deden in de Tweede Kamer.

GroenLinks-fractievoorzitter Paul Rosenmöller kreeg niet de vraag of hij, net als partijleider Jesse Klaver in de Tweede Kamer al heeft toegezegd, de onderwijsbegroting zal steunen, of er nou wel of geen extra geld voor bestrijding van het lerarentekort komt. PvdA-fractievoorzitter Mei-Li Vos vraagt wel om zulk geld, maar verbindt er – anders dan Asscher in de Tweede Kamer – geen consequenties aan als het er niet komt. SP’er Tiny Kox krijgt de senatoren aan het lachen als hij premier Mark Rutte (VVD) vraagt of hij voor „een vaste relatie” gaat of „het bij one night stands” houdt bij het zoeken van steun voor zijn beleid.

Tegelijkertijd lijkt niemand de schijn op te houden, zoals dat soms gebeurt „aan de overkant”, zoals senatoren de Tweede Kamer meermaals noemen. Namelijk dat begrotingen worden weggestemd. De laatste keer dat de Eerste Kamer dat deed, was in 1907, met de oorlogsbegroting. Het kabinet stapte meteen maar op.

Het werpt de vraag op hoe moeilijk de coalitie het werkelijk gaat krijgen met de nieuwe verhoudingen. Door de toegezegde steun van GroenLinks in de Tweede Kamer en de grote eensgezindheid in de Eerste lijken de problemen niet al te groot. Interne meningsverschillen, bijvoorbeeld over klimaat- en stikstofbeleid, lijken een grotere vijand voor het voortbestaan van het kabinet.

Nederlandse politiek draait niet meer om consensus maar om polarisatie, klinkt het in Den Haag wel eens mopperend. Wie de twee Politieke Beschouwingen in beide Kamers zag, merkte het tegendeel.